Review: De Wil Om Te Doden

"This is Africa"
Door: Sicco
Het is vrijdagochtend negen uur. Ik ben door omstandigheden ijsvrij en moet een paar uur tijd doden. Normaliter haal ik op vrijdagmiddag onderweg naar huis vers brood van de bakker. Om negen uur hoef je nog geen nummertje te trekken, dus 9:02 sta ik met mijn heel waldkorn en desembrood al weer buiten. Wat nu? Geconfronteerd met de ongekende luxe van incidentele vrije tijd weet ik even niet wat ik daarmee aanmoet. Mijn volgende afspraak is over 3 uur. Naar huis fietsen van boven in Benoordenhout in Den Haag naar Delft waar sinds een half jaar woon is geen aantrekkelijke optie. Dan heb ik drie kwartier voordat ik weer dezelfde route terug moet afleggen. Een beetje cardio is leuk maar dit word wat teveel van het goede. Zeker in de winterkou. Ik besluit naar het centrum te fietsen en haal mijn ATB van het slot. Onderweg kom ik op ideeën.

 

09:20 wat kruipt de tijd. Ik dwaal door Verwijs: een boekhandel in de Passage een mooi overdekte zijstraat van het Spui. Dit is de drukke winkelstraat in het hart van Den Haag. Ik dwaal beneden langs de tijdschriften, “Zal ik Diver magazine kopen?”, vraag ik me af terwijl de verveelde beveiligingsman mij onderzoekend aanstaart. Waarschijnlijk gaat mijn vriendin mij die voor mijn aanstaande verjaardag cadeau doen. Besef ik. Ik ben al lastig genoeg om iets te geven, dus ik besluit mijn te korte wensenlijstje niet nog korter maken. Dan maar naar de Reisboeken op de eerste verdieping. Even dub ik om naar Stanley&Livingston te gaan, een specialist in reisboeken, maar de regen weerhoudt me.

Ik dwaal toch verder in Verwijs en besluit nog een verdieping hoger te kijken. Het toch al schaarse koperspubliek is hier volledig uitgedund. Geen wonder.  Geen wonder; Psychologie, Theologie, Wijsbegeerte. Ik loop langs een tafel en zie een boek over Hell’s Angels in de aanbieding liggen voor 2,50. Ik heb te doen met de schrijver. Wie wil er nou afgeprijsd op een tafel tussen kookboeken eindigen.

Ik slaak een verveelde zucht. Shoppen voor een boek dat me bevalt in een enorme boekhandel lijkt soms een onmogelijke opgave. Gefrustreerd met mezelf loop ik verder en dwaal langs boeken over oorlog. Het Somme offensief is ontdekt. Vorig jaar was het Stalingrad. Die liggen er ook nog naast de zoveelste analyse van Market Garden. Dan stokt plotseling mijn slenterende pas. Temidden van een reeks van boeken die ik al ken zie ik een nieuwe titel. Achter het meesterwerk “the state of Africa” van Meredith is mijn oog gevallen op een vreemde cover. Het toont een Afrikaanse jongen met een schooltas. Het geheel oogt wat cynisch want de tas dient als steun voor een karabijn. De titel van het boek: “de wil om te doden.”

De titel klinkt niet. Met argusogen kijk ik naar het boek. De naam lijkt wat gekunsteld. Ik vermoed een zwakke vertaling. Ik buig over de display en pak het toch van het stapeltje. Ik doe wat ik altijd doe als ik een volslagen onbekend boek van een onbekende auteur vind dus ik blader naar een willekeurige bladzijde en begin te lezen. Ik klik met de tekst binnen twee zinnen. Uniek want ik heb doorgaans de pest aan Nederlandse boeken. Ik had al aan de naam van de auteur gezien dat dit een in oorspronkelijke taal is. Ik haat vertalingen. Ik doe liever een half jaar over Gabriel Garcia Marquez met mijn beroerde Spaans en de online dictionary in handbereik dan dat ik een gemutileerde Nederlandse vertaling zal lezen. Waarom dan de vreemde titel? Ik kom er wel achter. Hoe dan ook. Ik ben klaar met shoppen voor vandaag. Ik reken beneden af en loop de Passage uit vanuit de zijgang richting Binnenhof. Op deze manier kom ik sneller bij Dudok terecht.
Ik plof neer in een kunstleren diner stoel gooi mijn jas, das, handschoenen, muts en Arcterix jas bovenop mijn day pack en leg mijn nieuwe aanschaf voor me op tafel. Ik lees de eerste bladzijde. Ik kijk amper op tijdens de twee keer dat ik met lezen onderbroken word. De eerste keer voor de bestelling van thee en de tweede keer wanneer kopje voor mijn neus wordt neergezet wordt. Tegen de tijd dat ik de kassabon als een boekenlegger tussen de bladzijden steek om aan te geven waar ik gebleven ben, besef ik dat het theezakje doelloos in mijn inmiddels koude thee drijft. Ik kijk op mijn horloge. Nog een drie kwartier te gaan voordat ik ten tonele moet verschijnen. De serveerster komt afrekenen en ziet mijn onaangeraakte consumptie. Ik geef een betrapte blik. “..vergeten op te drinken.” Haar wenkbrauw vliegt omhoog. “Goed boek?” Ik toon haar de cover. Ze fronst. Pakt het boek onderzoekend uit mijn handen. “..over kindsoldaten?”. Ze draait het om. “Oh! door een vrouw geschreven”. “Yep” knik ik onmiddellijk. De brute frontale aanval van jouw eerste veertig bladzijden nog vers in het geheugen. “Ter plaatse zelfs, in Afrika.” Voeg ik toe. “..wauw” reageert ze terwijl ze het boek teruggeeft in ruil voor de drie euro voor de thee.

Ik bestudeer de foto op de achterkant van de kaft. Reiskrulletjes, zongerimpelde huid en de bezielde oogopslag die ik gewend ben het soort bejaarde wandelaar waar je hoog in de bergen wel eens op stuit. “ Tot straks mevrouw Michener.” Mompel ik terwijl ik je boekje met enige spijt in mijn rugzak laat verdwijnen. Met Michener doel ik op een van mijn favoriete schrijvers. James A Michener die tot diep in zijn negentigste levensjaren nog vuistdikke, diep doorgespitte boeken afleverde waarvan je zeker kon zijn dat hij elke meter van het onderwerp zelf nagemeten had. Mijn mazzeltje is voorbij. Tijd om de kar weer te gaan trekken.

In de eerste paar blz. van je boek gebruik je een handige oplossing om een complex karakter in je boek te introduceren. Je pakt je scriptie erbij en ziet al op de eerste bladzijde wie de persoon is die je net ontmoet hebt. General Shed Blood. Dat gekoppeld aan het citaat op de eerste bladzijde deed mij eenmaal thuis eerst mijn laptop aanzetten en te zoeken naar je afstudeerscriptie. Ik loop langs wat boek recensies. Een vreemde site met een Gin recept erop. Een NGO website over kindsoldaten. Aha: “A mind to kill. Child soldiers in Sierra Leone.” In pdf format. Kijk dat is een titel met fut. Ik herken een deel van de tekst van je scriptie niet. Een deel wel en ik mis stukken. Dit word steeds interessanter. In plaats van aantekeningen uitwerken, een paar onderzoeksparameters uitdiepen lees ik eigenlijk een beetje spijbelend; je scriptie. Einde middag. De winterzon gaat al onder en de noodzaak om mijn sporttas in te pakken dringt zich op. Mijn vriendin komt zo thuis van haar werk en het is wel zo sportief om de vaatwasser even uit te laden.

In mijn achterhoofd spoken de rest van de dag indrukken van je onderzoek. Ik krijg flashbacks naar een kort verhaal van Stephen King getiteld Children of the Corn. In het verhaal zijn de kid’s doorgedraaid en hebben hun dorp uitgemoord en stalken nu nietsvermoedende reizigers die het oord passeren. De jongere kinderen worden gedomineerd door de ouderen. Angst, waanzin, bloeddorst omgeven het verhaal maar het word nergens echt eng want kinderen, dat weten we allemaal, doen dat soort dingen helemaal niet. Onderweg naar de sportschool zie ik kinderen spelen op een pony. Een klein blond meisje knuffelt het beest terwijl twee anderen druk bezig zijn met teugels en het hek van de wei. In een flits zie ik een van de meisjes een stuk van het hek met een uitstekende spijker met al haar kracht in de klein Shetlander rammen. De twee anderen vellen het arme dier om beurten op zijn kwetsbare benen met twee tuinhekpalen totdat het arme ros ineenzakt. Ze rijten het dier open met hobbyscharen uit my little pony etuis. Kleine armpjes doen de messen van de scharen flitsen terwijl ze gierend van de pret op hun prooi insteken. Ze raken een slagader. Bloed spurt alle kanten op. Ik wijk uit om er niet door geraakt te worden. Dit trekt hun aandacht. Langzaam komen ze overeind. Hun paarse jasjes en roze maillots zijn besmeurd door modder en bloed. In hun kleine knuistjes houden ze de bebloede scharen in de aanslag en komen nu langzaam maar gestaag op mij af. Ik fiets al voorbij tankstation voordat deze gedachten plaatsmaken voor wat iets wat vrolijker is.

Wanneer ik later na mijn training weer langs de manege het kleine stukje naar huis afleg zie ik uiteraard geen door vliegen omgeven kadaver liggen van een gemutileerde pony-paardje. Die staat al lang en breed weer in zijn box waarschijnlijk voorzien van roze strikjes in zijn manen. In plaats daarvan denk ik na over de opzet van het boek. Ik realiseer me dat je boek eigenlijk een klassieke methodologie beschrijft. Het lijkt wel Tacitus. In een tijdperk waar multidisciplinair onderzoek van projectteams en onderzoeksbureaus met dubieuze financiering de norm van dag geworden zijn. Waar luie academici onderzoeken aan elkaar googlen. Waar eredoctoraten cadeau gedaan worden aan mediageile pseudo-wetenschappers ben ik per ongeluk tegen een echte Dian Fossey opgelopen.

Met grotere eerbied lees ik de volgende ochtend verder. Als doorgewinterde backpacker herken ik alle elementen die Sierra Leone voor jou erg interessant maken als argeloze reiziger in een opeenstapelende cultuurshock. Je zeult voor kapitalen aan apparatuur mee. Digitale camera’s, laptop, mobieltjes, opnameapparatuur. Je bent een vrouw dus hoeveel kleren die je helemaal niet nodig hebt zitten keurig gevouwen in pakketjes van plastic zakken in je tas. Hoeveel extra paar schoenen heb je wel niet bij je. Je hebt niet eens genoeg zeep bij je. Je gaat er als een local bij lopen. Freetown heeft geen bestrating alleen gaten waar jij in het donker invalt en jezelf behoorlijk lelijk mee verwond. Niet de laatste fysieke ontbering die je doorstaat. Om het maar niet te hebben over de mensen die je moet interviewen wiens lugubere reputaties hen continenten ver vooruit gereisd zijn.

Daar zit ze dan over hun hand te aaien en onderwijl met een fileermes door hun oorlogsgetraumatiseerde psyche te woelen. Er komt geen latente moordlust, bloeddorst of sadisme naar de oppervlakte maar een gapende wond die tussen vermoorde ouders, PTSS en een rancuneuze maatschappij hun dagelijks bestaan tot een grimmig sprookje maakt. T.I.A. “This is Africa” zegt meneer diCaprio dan heel gevat in zijn door een Rodesische taalcoach aangeleerde dialect. Het leed van Africa samengevat in een one-liner geschikt voor Hollywood filmpromotie. Niets lijkt Ginny Mooy te kunnen stoppen. Zelfs geen koolmonoxide vergiftiging waar ze bijna het loodje bij legt. Mevrouw Mooy is een mooie. Die belt niet zielig met het thuisfront. Laat geen tickets voor haar regelen om met hangende pootjes naar huis te gaan. Geen mens die haar dat kwalijk zou nemen. Zelfs de sponsende kindsoldaatjes waarschijnlijk niet in wiens zakken de laatste euro’s van haar studiebeurs verdwijnen met alarmerende regelmaat. Goede voornemens ten spijt. 

Zo zijn er wel meer elementen van je reisverslag waar ik makkelijk mee identificeer en me enorm mee kan vermaken als lezer. Wat ik niet snap maar wel onderken en wat me enorm boeit aan je boek en je onderzoek, is het stukje staal in de ruggengraat die er voor nodig is om langer stil te staan. Een normaal reiziger en zelfs een onderzoeker zou op veel plaatsen snel door touristen waar jij met veel te veel geld in je zakken je neus in andermans zaken steekt. Het is dan ook niet bewondering maar ontzag wat ik heb voor je prestatie. In je boek vertel je praktisch niets over jezelf, je achtergronden, beweegredenen of je motivatie om door te gaan. Je bent in veel opzichten nog veel mysterieuzer dan de ontwapende enigma’s die je probeert te interviewen. Ik ben dus erg benieuwd naar je volgende boek.

Leave a Reply

Connect with:

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>

Spam protection by WP Captcha-Free

Gin is antropoloog en schrijfster van de boeken De Wil Om Te Doden, Moordjongens en Ana.


Onderwerpen

Mijn archief

Oudere archieven

Nieuwe blogs per email