Dagboek

Page 1 of 512345

Nederland Paracetamol Land

 

 

Foto: EgahenWie mijn boek De Wil Om Te Doden heeft gelezen, weet hoeveel medische problemen ik in Sierra Leone heb moeten doorstaan de afgelopen jaren. Vooral de eerste paar maanden van mijn verblijf daar leek het alsof ik in de jungle beland was. Met een zware malaria aanval kwam ik in een Chinees ziekenhuisje terecht, met een Chinees sprekende arts die later helemaal geen arts bleek te zijn. Maar malaria is op zich niet moeilijk te behandelen en dus kwam het toch helemaal goed met mij.

 

Vooral toen ik in het binnenland van Sierra Leone zat, heb ik nogal wat spannende momenten doorgemaakt wat mijn gezondheid betreft. Als ‘Hollands’ meisje werd ik – zonder overdrijven – van iedere zucht ziek. De meest gangbare dingen hoor. Salmonella vergiftiging, salmonella vergiftiging, salmonella vergiftiging, tyfus, malaria en koolmonoxidevergiftiging. En het was altijd maar afwachten of er een dokter zou zijn die me zou kunnen redden. Toch kwam het altijd wel goed. Alleen was het altijd een behoorlijke zoektocht om een èchte dokter te vinden en als ik die eenmaal te pakken had, was het nog de kunst om aan èchte medicijnen te komen. 

 

Na een tijdje ben je ingeburgerd en ken je ongeveer de weg wel. Dáár kan je terecht voor een goede diagnose, dáár voor onafhankelijke labresultaten (want valse uitslagen zijn gewoon handel voor ‘artsen’ die eigenlijk gewoon apotheker zijn. Of gewone stervelingen die een apotheek hebben en bijknutselen als ‘dokter’), dáár kan je goed terecht voor verdere behandeling, dáár voor spoedgevallen, dáár voor het schoonmaken van wonden en dáár voor de meer intieme zaken. Soms moet je met je zieke lijf een hele dag de stad af rijden om een dokter te vinden omdat net die ene goede diagnosticus in het buitenland zit, maar als je eenmaal de goeie te pakken hebt, ben je ook zo weer op de been. Je krijgt een hele apotheek aan medicijnen mee, soms zelfs drie van dezelfde van verschillende merken, je slikt je dus te pletter maar al met al; als je geld hebt, komt het uiteindelijk allemaal goed. Als je aan gangbare dingen lijdt, althans. En op tijd bent.

 

En hoe belangrijk dat op tijd zijn is, bleek afgelopen Augustus, toen mijn dochter (in Sierra Leone) zomaar uit het niets koorts kreeg. Niet zo heel hoog – 38.2 – en ze was heel levendig. “Vast tandjes,” zei ik. Of niets. Wij ‘weten’ immers dat baby’s en peuters om he-le-maal niets gewoon ‘zomaar’ hele hoge koorts kunnen krijgen. “Even aankijken,” zei ik zelfverzekerd. De volgende dag had ze nog steeds koorts. Een hele 38.3. Mwah. “Hoeft nog steeds niets te zijn,” zei ik weer. In de ‘wanneer moet je peuter naar de dokter handleiding’ die ik in Nederland bij mijn dochter gekregen had, stond immers dat ik pas na drie dagen koorts de dokter mocht bellen. Als ze verder gewoon levendig was. En dat was ze. En in Nederland weten ze uiteraard meer van baby’s en peuters dan in Sierra Leone. Dus volgde ik de handleiding. Op dag 4 nam ik haar netjes mee naar de dokter. Koorts: 38.8. Levendig? Jazeker. Dikke malaria? Jazeker. En een hele boze arts. Hoe onverantwoordelijk was ik, dat ik drie hele dagen gewacht had? Hoe kom ik erop dat een kind ‘zomaar’ koorts kan krijgen? En als ik dan geen teken van tandjes zie, waarom ga ik dan niet gewoon even langs om het te laten checken? Ik heb er toch zeker het geld voor? Waarom zou ik in “góds-náám” zulke risico’s met een klein kindje nemen? Ben ik wel goed bij mijn hoofd? Tja. Daar zit je dan. Mijn ‘ja maar, de Nederlandse baby-peuter handleiding zegt dat…’ argument schoot al helemaal in het verkeerde keelgat. “Nederland, jaja,” zei de dokter hoofdschuddend. “Nederland paracetamol land.”

 

Misschien denkt u, net als ik toen ik daar in die stoel, en feitelijk óp het matje, zat: “Pfoe, een Sierra Leonese kwakzalver die het beter weet!” Maar toen bedacht ik me: Steevast als ik in een buitenland naar de dokter ga, blijkt steevast dat ik veel eerder had moeten komen. Best vreemd, want in Nederland moet ik steevast niet zo vroeg komen. En waar ik in buitenlanden steevast medicatie krijg waar je een paard mee platkrijgt, krijg ik in Nederland, inderdaad, steevast een paracetamolletje voorgeschreven. Totdat het probleem zó uit de klauwen is gelopen dat ik ergens een ernstige infectie, blessure of iets ergers blijk te hebben. Ook steevast. Zo herstelde ik bijvoorbeeld van een keizersnee met een paracetamolletje, van operaties, van zware bloedingen en van malaria die ik ooit, pas na terugkeer in Nederland, kreeg en dus meer dan twee maanden met die rotziekte rondliep.

 

Vorige week woensdag kreeg mijn dochter weer koorts. Nu gód-zíj-dánk in het goed ontwikkelde Nederland zou u denken. Hier is ze tenminste veilig. We hebben immers goede zorg waar ik iedere maand bij wijze van abonnement € 150 voor moet neertellen, voor het geval dat, of zoiets. Maar ja. Ze had maar één nacht koorts. Volgende dag niets. Wat te doen? Toch nog maar even de handleiding voor peuters erbij. Tja. Na drie dagen koorts bellen. Toch maar even afwachten dan. Of niet? Het moment op die stoel bij die Sierra Leonese arts kwam weer in een flits voorbij. Was ik nu onverantwoordelijk? Of juist niet? Waarom zat ik eigenlijk zo te dralen? De tweede nacht koorts kwam voorbij. En overdag weer helemaal niets. Tandjes? Ehm. Geen reden om mee naar de huisarts te gaan in Nederland. Want die € 150 per maand is niet voor dat soort onbenulligheden natuurlijk. Dat is voor ècht zieke mensen. Wachten dus maar. Maar schijt, denk ik. Ik betaal toch eigen risico? En als dat dan allemaal niet mag van die € 150 per maand plus dat eigen risico, waarom zou ik het dan gewoon niet maar zelf betalen? Voor mijn gemoedsrust? En toen was het alweer zaterdag. Bam. Koorts. Nu ook overdag. En ‘s nachts. Maar dat kind van mij is zo sterk als een paard, dus spelen doet ze wel. Eten niet meer. Maar drinken wel. Wat zegt de handleiding? Eten is niet zo belangrijk, drinken wel. Dat ze al 4 ons was afgevallen op 11 kilo, tja. Ach. Ze is sterk.

 

En toen kwam zondagnacht. Een hele 40.6 graden koorts. Paniek in de tent. Bellen dus maar. “Ach,” zei de dame aan de andere kant van de lijn. “Het is wel wat hoog, maar dat kan volkomen normaal zijn voor peuters hoor. Paracetamolletje geven.” Pfoe. Nederland Paracetamol land. Geen woord aan gelogen. Want voordat ik de symptomen op een rijtje kon zetten, had ik het wondermiddel al voorgeschreven gekregen. “Waarom bel je dan ook?” vroeg mijn moeder. Ja. Stom. Want ergens wist ik ook wel dat ze me zou adviseren paracetamol te geven, tegen weekendtarief, voor een telefoontje van nog geen 5 minuten. Ik had flashbacks naar vroeger toen zowel mijn zus als mijn broertje met blindedarm ontstekingen bijna een week op paracetamolletjes moesten leven. Allebei op het randje hoor. En zo ken ik nog veel meer verhalen. Ik wilde dus GVD serieus genomen worden! Teveel gevraagd. Want ook op een normale maandagochtend was het voor de telefoniste van de huisarts teveel moeite om me normaal te woord te staan. Een hoop gezucht, weer dat gedoe om dat paracetamolletje, en een hele, hele, hele grote onwil om ons dezelfde dag nog een afspraak te geven.

 

In één klap was mijn schuldgevoel van afgelopen Augustus verdwenen. Dit is precies de reden waarom ik altijd wacht. Omdat ik daartoe word gedwongen. Omdat ik vaak gewoon helemaal geen afspraak krijg. Omdat ik me door die toon alleen al een kind van drie voel die gewoon buikpijn heeft omdat ze teveel snoepjes heeft gegeten. Maar het ging nu niet om mij en dus zette ik door. En door. En door. En toen kreeg ik uiteindelijk een afspraak. Met, naar bleek, een artsassistent. Geen dokter dus. Een STUDENT. Wel een hele lieve. Maar toch. Een STUDENT. Weer flashbacks. Naar mijn bevalling, waar ook zo’n hele, hele, hele lieve artsassistent me uren onnodig in barensnood heeft laten liggen omdat ik al 7 cm ontsluiting had die ik toch niet bleek te hebben, met een stuitkindje in de baarmoeder die er toch wel dringend uit moest. En naar nog zo’n hele, hele, hele lieve artsassistent die me in die barensnood wel 6 keer verkeerd prikte en daarna bij de keizersnee gewoon vergat een stuk placenta weg te halen waardoor ik een jaar met complicaties heb gelopen. En zes operaties moest ondergaan. En dat ik halfdood bloedde omdat zo’n andere hele, hele, hele lieve artsassistent vond dat ik normaal bloedverlies had na ‘zo’n operatie’ en een paracetamolletje wel goed vond.

 

Gód-zíj-dánk voelde deze hele lieve artsassistent er niet zoveel voor om zelf voor doktertje te spelen en riep ze er een echte bij. Middenoorontsteking. En gód-zíj-dánk gewoon een receptje voor antibiotica. Eind goed al goed. Of althans, over een paar dagen dan. Maar ik heb er weer een lesje bijgeleerd. Zomaar koorts bestaat niet. En daar hoef je alleen maar logisch voor te kunnen nadenken. Altijd ernstig hoeft het zeker niet te zijn. Maar daar wil ik dan toch echt het oordeel van een èchte dokter over. Van mij hoeft dat abonnement op de zorg dus gewoon niet. Ik maak wel een eigen spaarpotje, kies mijn eigen dokter en ga wanneer ik wil. Doe ik in de jungle van Sierra Leone immers ook. Oh nee. Wacht. We zijn hier in het goed ontwikkelde Nederland. Waar dat soort dingen dus gewoon niet kunnen. Hm. Dus. Waar is nu de echte jungle?

 

‘Nederland Paracetamol land’ is overigens legendarisch in de rest van de wereld. Ook héél populair bij expats. Tik maar eens in op Google.

Weg met Sinterklaas!

 

 

Virginia zet toch haar schoenMijn dochter van 2 is gek op “filmpje kijken”. Dat is handig voor mij, want al vanaf anderhalf jaar oud weet ze hoe de televisie werkt, klimt ze als ze wakker is uit bed om het ding aan te zetten en kan ik nog een uurtje blijven liggen. Pedagogisch volslagen onverantwoord natuurlijk, maar dat is een moeder met een ochtendhumeur ook. En daarbij heeft het een niet te evenaren gunstige invloed op haar woordenschat. Vergeet die berichten dat kinderen geen taal kunnen leren van de televisie. Nog voordat ze twee jaar oud was antwoordde mijn dochter met ‘onmogelijk’ als ik vroeg of ze wilde eten, en had ze al van Mowgli geleerd wat een moeilijk concept als ‘iemand missen’ is.

Gek genoeg zitten in die kinderfilmpjes ook altijd rare dingen als neerstortende vliegtuigen, monsters en spoken, waardoor ik haar ook al heel vroeg het uiterst ingewikkelde ‘echt’ en ‘niet echt’ heb moeten leren. En dat begrijpt ze prima trouwens. Zoals ze ook begrijpt wat een leugen is en een sprookje. Ze heeft dan ook nog nooit een nachtmerrie gehad. Haar wereld is reuze overzichtelijk zo. En toen kwam Sinterklaas. Man. Wat een ellende. Want oh, die heilige traditie, natuurlijk móesten we daar aan meedoen. Samen met opa zaten we precies op tijd klaar voor de Sinterklaas intocht op de Nederlandse televisie. Omdat oma ons er tig keer aan herinnerd had en tante via What’s App liet weten dat we nú, nú, nú de televisie aan moesten zetten. Iedereen had er zin in dus. Behalve mijn dochter. Die vond er niets aan. Ze was zelfs boos dat ze niet meer naar Ariël mocht kijken. Buiten spelen dan? Ze wilde zelfs liever gaan slapen. Dat hele Sinterklaasgedoe werkte haar behoorlijk op haar zenuwen. Het scheelde maar een haar of ze had er een enorme driftbui door gekregen. Of misschien was het wel omdat we zo vals meezongen dat ze uiteindelijk besloot gewoon weg te lopen en zich te verstoppen achter de tafel.

  Continue reading

Music was my first love…

Als jong meisje kon ik al volledig gehypnotiseerd raken door muziek. Ik kon echt verdrinken in het gevoel dat muziek bij me teweeg kon brengen. Als ik me rot voelde kon muziek me altijd weer de vrolijkheid in slepen. En bij iedere situatie, bij ieder mens en bij ieder gevoel paste wel een ander deuntje, een ander ritme of een andere songtekst.

Ik kon mensen zelfs op basis van hun muzieksmaak binnen een zelfverzonnen hokje kwalificeren. Ikzelf paste in geen enkel hokje. Want telkens als ik nieuwe mensen ontmoette, was ik de kameleon die me volledig verloor in hún wereld. Want dat vond ik interessant. Ik deed wat zij deden, en luisterde naar de muziek waar zij van hielden. Ik probeerde me in te leven in hun gevoel, in hun gedachten en in hun diepste zielswezen, simpelweg door me te laten leiden door het gevoel van de muziek die zij aanbaden.

Als ik een trip down memory lane wil maken, struin ik You Tube af om vreselijk te glimlachen bij Right on Track wat me terugvoert naar een paar hevig verliefde avonden die ik als tiener doorbracht in Kroatië met de mysterieuze Boris, die me zo vreselijk nat zoende dat ik er draaierig van in mijn hoofd werd. Mijn eerste relatie bleek inderdaad niet opgewassen tegen ‘all odds’. Ik bleek ook niet Always right there voor ‘wat’ ooit de liefde van mijn leven was.

 
Continue reading

Without You

 

 

A life story for Lover’s Day

 

I am going to be the love that’s gonna last. And be the one that got your back. Ain’t nothing never that bad, that we won’t be together. We both made our mistakes. And some we never wish we made. But we will be okay, if we just stay together.

 

”For every life, there must be a story to tell.” The most interesting words you ever said to me. Our life together has more than one. Every time I leave, a book is closed and a new one awaits to be written. We never know when, we never know how, we never know ‘if’, at all. Although we are always longing to see the future together, we always lived by the day. Never really preparing for it, but always worrying about tomorrow. Overcoming the 5.000 miles between us was never the hardest part. It were the 5.000 cultural differences that kept separating our hearts even if we were close. Never fully understanding each other, we found ourselves trapped in an endless argument about what is right and what is wrong. And we took on too much of the world’s problems, making the happy times we shared together to always be overshadowed by other peoples’ grief. Our ideal to make the world a little less crude for those who need it most, made love a little less enchanting for the two of us. Bittersweet, and so intoxicating at the same time.

 

Coming from different backgrounds and having two completely different life stories to tell, we never knew how to melt our overanxious hearts together. Now that tomorrow has come, and the 5.000 miles between us seem to be the new story of our life, it is time we learn to understand. My heart gets heavy at the thought that you, having just found a new family, spend your days in loneliness after having lost so much in your life. The world’s selfishness, greed, and hatred keep us both confined to our own lives. Leaving us with only few possibilities, to share our lives. But how can we blame others for their unjust feelings, when you and I both know how hard it is to overcome them?

 

If we could take a peek into our future, we would know what matters most. On days like these, we would surely say ‘love’. But days like these pass by, and the next day’s reality keeps catching up on us. We are both an undeniable part of the system, like two different rotating parts of the same machine. My part, as it is attached to the world surrounding me, is grinding its way into an all encompassing materialism, despair, conflict and betrayal. Yours, as it is attached to the world surrounding you, is finding its way out. We have known how the world works long since. The days on which we knew to escape the rotating order of the world, were the best of ‘our life’. We have tasted the sweetness of freedom. But we chose to be shackled by the order of the world. We are stuck in the western ratrace like common prisoners. Are we fighting to stay part of that machine, or are we fighting to get out? It is up to us to decide which story we want our lives to tell.

 

Our new book awaits to be written. Although we do not know when and we do not know how, we do know that it can be, after all. I don’t know when and I surely don’t know how, but my heart is sure it wants to be with you. For every life there must be a story to tell. The most interesting stories are those complex ones, with a lot of high ups and very low lows, but with a happy ending after all. Let’s make sure that, in the future, we will be able to say that that is the story of our life. Because you know me and I know you, because you love me and I love you, after all.

Page 1 of 512345
Gin is antropoloog en schrijfster van de boeken De Wil Om Te Doden, Moordjongens en Ana.


Onderwerpen

Mijn archief

Oudere archieven

Nieuwe blogs per email