Het is 2050. China is de grootste wereldmacht. Net als haar voorganger, de Verenigde Staten, heeft China ondervonden dat de oorlogsmachine een zeer belangrijke impuls aan haar nationale economie geeft. China is dan ook betrokken in verschillende oorlogen. Haar belangrijkste strijd is die tegen de Verenigde Staten waarmee zij een wereldwijde oorlog voert, omdat de VS (sinds 2020) tracht haar positie als economische wereldgrootmacht terug te winnen. Een eenzame strijd van Amerikaanse bewindslieden, een top van elitaire zakenlieden, tegen China en haar bondgenoten Rusland, Korea, Turkije, Verenigd Oost-Europa, het Verenigd Midden-Oosten, Verenigd Zuid-Amerika en Verenigd Afrika. Israël bestaat niet meer. Het Verenigd Koninkrijk, Nederland, België, Denemarken, Luxemburg, Duitsland, en Frankrijk proberen wanhopig op te krabbelen na een 15-jaar durende periode van burgeroorlogen die hun samenlevingen teisterden. In de Zuid-Europese landen Spanje en Italië gaat de strijd onverminderd verder, wat nog meer economische druk legt op de toch al failliete West-Europese landen.
Nederland is één van de zwaarst getroffen West-Europese landen, onder andere vanwege haar kwetsbare economische positie op de wereldmarkt. Afhankelijk van de buitenlanden voor haar nationale inkomsten, vielen in dit land bij de eerste tekenen van omwenteling van de macht op wereldniveau in 2012 de eerste harde economische klappen. Sinds de jaren ‘10 bevond Nederland zich in een snel neergaande spiraal. Niet alleen in economisch opzicht, maar ook in sociaal opzicht. Onder invloed van het extreemrechtse gedoogdkabinet Rutte-Wilders groeiden onderlinge tegenstellingen tussen de verschillende bevolkingsgroepen, die het land in die tijd rijk was, snel. De grootste tegenstelling was aan te wijzen tussen extreemrechtse autochtonen, vaak aangeduid als de Wilders-clan, en moslims, welke laatste groep onder het bewind van Rutte-Wilders sterk gemarginaliseerd werd.
Na 25 jaar van sociale onrust kwam het in 2035 in Nederland tot een burgeroorlog, nadat Sjeik Abdellahad werd verkozen tot president. President Abdellahad was de eerste islamitische president in de historie van Nederland, een land dat gebouwd werd op het fundament van het christendom maar overwegend als niet-religieus beschouwd kon worden. Onder de Wilders-clan, een officiële belangengroepering van extreemrechtse nationalisten, heerste onrust. Onder hen deden boze geruchten de ronde dat China de verkiezingen had gemanipuleerd. De Wilders-clan beschuldige China, dat de verkiezingscampagne van Abdellahad gefinancierd en ondersteund had, van fraude en inmenging in nationale aangelegenheden. Tegen de initiële verwachting in, maakte Abdellahad zich niet sterk voor islam en overheersing van moslims over de meerderheid van niet-moslims maar juist voor grote godsdienstvrijheid waarbij geen enkele groep gemarginaliseerd diende te worden, en geleidelijke sociale hervormingen waarbij allochtonen een meer gelijkwaardige positie binnen de samenleving zouden krijgen. De Wilders Clan bleef echter hameren op het gevaar van islamisering van Nederland en vormde zich om tot de ‘Groep van Anderhalf Miljoen’ (GAM), een benaming die verwijst naar hun aantal, en riep op tot revolutie. Haar oproep vond echter weinig bijval onder de rest van de autochtoon Nederlandse bevolking omdat de regering Abdellahad door hen als progressief werd ervaren. Andere etnische groeperingen in het land ondersteunden de regering Abdellahad, omdat deze regering hen meer rechten en bescherming bood dan zij eerder onder andere regeringen hadden genoten. Gedesillusioneerd trok de top en de meest revolutionairen van de ‘Groep van Anderhalf Miljoen’ naar Duitsland, waar zij in het geheim militaire training ondergingen. Ze specialiseerden zich onder andere in terroristische en guerillatactieken.
In januari 2035 viel de ‘Groep van Anderhalf Miljoen’ (GAM) via Maastricht Nederland binnen. Sommige Nederlandse analitici noemen deze poging een revolutie te ontketenen authentiek en oprecht. Echter, vanaf het begin van haar bestaan werd deze revolutionaire groepering geteisterd door onderlinge strijd en is het onduidelijk of de groepering zelfs een coherent geheel vormde die vocht voor de rechten en de vrijheid van haar volk. Zo haakte ‘Grote Blonde Leider’ Wilders vlak voor de inval in Nederland af en vluchtte naar Palestina, waar hij asiel kreeg. De motieven van de nieuwe leider, welke enkel bekend werd onder zijn bijnaam Tarantula, waren vanaf het allereerste begin omstreden. Geruchten deden de ronde dat Tarantula in werkelijkheid oud VVD-premier Mark Rutte was die de strijd in Nederland ontketende om de rijkdommen van het land weer terug te brengen naar de elite. In haar persverklaringen meldde de ‘Groep van Anderhalf Miljoen’ (GAM) echter dat zij een vrijheidsstrijd vocht. Het is nog altijd onduidelijk wat de motieven van de ‘Groep van Anderhalf Miljoen’ (GAM) waren. Uit de vele plundertochten, en haar grote aandeel in de wapen- en drugshandel, kan echter worden geconcludeerd dat deze groepering vrijwel direct ten prooi viel aan hebzucht van haar elitaire top en individuele strijders. Dit leverde de GAM in de volksmond ‘De Bende van Grijpgragen’ op.
Omdat de GAM weinig tot geen steun onder de Nederlandse bevolking vond voor haar strijd, keerden zij zich al snel tegen hun eigen volk. Door terroristische aanslagen en brute aanvallen gericht tegen burgers, kregen zij al snel een slechte reputatie, waardoor zij nauwelijks vrijwillige nieuwe rekruten konden vinden. De GAM ontvoerde daarop kinderen en jongeren om hen te helpen bij hun revolutie. Deze kinderen en jongeren werden in eerste instantie voornamelijk ingezet voor ondersteunende klussen, maar al snel werden zij ook gedwongen deel te nemen aan gevechten, aanslagen en plundertochten. De GAM werd door de burgerbevolking voornamelijk gevreesd vanwege de massaverkrachtingen die zij als oorlogswapen gebruikten. De groepering verkreeg wereldwijde belangstelling omdat zij niet op grote schaal vrouwen, maar juist mannen verkrachtten. Tegen 2038 waren 4,5 miljoen Nederlanders ontheemd in eigen land en waren er nog eens 1,5 miljoen vluchtelingen die in het buitenland werden opgevangen.
Ondanks de aanhoudende gevechten, werden in 2039 opnieuw verkiezingen gehouden. President Abdellahad won deze verkiezingen met 88% van de stemmen. Naar aanleiding van de verkiezingsuitslag intensiveerde de GAM haar aanvallen en wist de groepering in 2040 een coup te plegen waarbij zij Abdellahad uit het Torentje (de zetel van de macht) verjoegen. De juntaregering van de GAM was echter instabiel. Het nationale leger was zwaar verdeeld en de GAM zag zich gedwongen de posities van de vele deserteurs en collaborateurs op te vullen met gedwongen kindsoldaten. Abdellahad bereidde in Marokko zijn verzet voor. Samen met de groepering ‘Verenigde Allochtonen’ voerde hij vanaf 2040 een bittere strijd met de juntaregering van de GAM. Ondanks de overweldigende steun onder zowel de allochtone als de autochtone bevolking van Nederland, slaagde Abdellahad er echter pas met steun van het nieuw opgerichte United World Program in 2050 in de GAM uit Nederland te verjagen.
Het United World Program (UWP) nam in 2040 de plaats van de VN in. De voornaamste financierders van de UWP zijn China en het Verenigde Midden-Oosten. Omdat het UWP vanaf haar oprichting voornamelijk gericht was op de oorlogen binnen de Verenigde Staten en de oorlog tussen de Verenigde Staten en China, had de institutie eerder geen aandacht voor de ontwikkelingen in West-Europa gehad. Vaak wordt gedacht dat dit gebrek aan aandacht voornamelijk voortkwam uit de lage economische belangen die de rest van de wereld nog met West-Europa had omdat dit deel van de wereld weinig tot geen grond- en hulpstoffen te bieden had. Pas toen de juntaregeringen van de verschillende West-Europese landen met elkaar gingen samenwerken om een Verenigd Derde Rijk te beginnen, greep de UWP in.
In 2050 werd in heel West-Europa de vrede uitgeroepen. In Nederland werd President Abdellahad onder grote steun van de bevolking weer in macht hersteld. Abdellahad geniet ook de steun van de UWP. Desondanks heeft de UWP zware sancties aan Nederland opgelegd en is pas bereid deze op te heffen als er in Nederland structurele hervormingen plaatsvinden. Nederland is door de UWP aangemerkt als één van de grootste genocideplegers in de historie van de mensheid. Het land wordt als gevaar voor de heersende wereldorde gezien. Haar fundamenteel racistische aard heeft dit land volgens de UWP tot de grondlegger van slavernij en apartheid gemaakt. De schuld voor de serie burgeroorlogen die West-Europa teisterden wordt ook bij Nederland gelegd. Ook is de UWP van mening dat Nederland nog altijd een potentiële brandhaard vormt. Nederland, failliet en volledig verwoest door de burgeroorlog die duurde van 2035 tot 2050, heeft weinig andere keuze dan de voorwaarden van de UWP na te leven: om het land weer op te bouwen heeft ze de steun van de economische grootmachten en de UWP hard nodig.
Om stabiele vrede in het land te garanderen, stationneert de UWP vredestroepen in Nederland, onder leiding van de Afrikaanse Unie. Deze institutie is ook bereid in economisch opzicht bij te dragen aan de wederopbouw van West-Europa. De Afrikaanse Unie, het bestuursorgaan van Verenigd Afrika (het rijkste continent ter wereld), verstrekt Nederland leningen en giften om de economie weer op te bouwen. Naast haar militaire vleugel installeert zij met ondersteuning van de UWP ook een humanitaire vleugel in Nederland. Deze humanitaire afdeling moet ervoor zorgen dat Nederland in sociaal opzicht stabieler wordt. Hoewel men officieel stelt dat de militaire, de economische en de humanitaire vleugels strikt van elkaar gescheiden zijn, komt het er in de praktijk op neer dat Nederland op alle gebieden hulp moet accepteren om in aanmerking te komen voor economische hulp. De Nederlandse bevolking is enerzijds blij met de geboden hulp. Extreme armoede, de grote aantallen ontheemden in vluchtelingenkampen, hongersterfte, epidemieën en angst voor een nieuwe burgeroorlog maken in ogen van de bevolking extern ingrijpen noodzakelijk. Toch is er ook onvrede onder de bevolking over het eisenpakket van de UWP en de Afrikaanse Unie en de bijbehorende zware sancties die het Nederland onmogelijk maken op eigen kracht de samenleving weer op te bouwen.
De lijst van eisen van de UWP en de Afrikaanse Unie is in ogen van de Nederlandse bevolking lang en onredelijk: de UWP en de Afrikaanse Unie willen zich kunnen bemoeien met het onderwijssysteem, de gezondheidssector, de wederopbouw van de infrastructuur, de godsdienstvrijheid, opvoedingsaangelegenheden, hervorming van instellingen, het judiciaire systeem en daarnaast eist de Afrikaanse Unie verboden op homofilie, euthanasie, anticonceptie, abortus, steralisatie, plastische chirurgie, jeugdreclassering en jeugdopvang, welke zij aanmerkt als grove mensenrechtenschendingen. Ook willen deze internationale instituties dat Nederland een deel van haar autonomie opgeeft en bestuurlijke hervormingen en de aankomende verkiezingen in handen van de UWP legt. Men vermoedt dat de UWP daarmee probeert te voorkomen dat de GAM in het democratische stelsel opnieuw stemmen krijgt en daardoor politieke invloed zal verwerven.
De Afrikaanse Unie installeert vlak na haar vestiging in Nederland een televisie- en een radiozender. Met landelijke campagnes probeert de Afrikaanse Unie de Nederlandse bevolking te onderwijzen en sociaal te hervormen. Arabische wetenschappers komen met overtuigende bewijzen dat homofilie een geestelijke aandoening is, die als ze niet onderdrukt wordt, zich kan ontwikkelen tot een besmettelijke, lichamelijke aandoening. De Afrikaanse Unie lobbiet bij Abdehallad voor een streng verbod op homofilie. In eerste instantie weigert de regering Abdellahad deze eis te honoreren, maar als de UWP meer economische sancties oplegt, gaat de regering alsnog door de knieën. Ook eist de Afrikaanse Unie invloed op nieuw samen te stellen onderwijspakketten. Meer dan 80% van de Nederlandse scholen is tijdens de burgeroorlog verwoest en leerkrachten hadden één van de voornaamste doelwitten van de GAM gevormd, waardoor het voor Nederland onmogelijk is haar eigen onderwijssysteem opnieuw op te bouwen. Verschillende Afrikaanse landen zijn bereid nieuwe scholen te bouwen in Nederland, maar zij hebben dan wel medezeggenschap in het curriculum. Zo moeten Nederlandse kinderen meer normen en waarden bijgebracht worden. De Afrikaanse Unie is namelijk van mening dat de Nederlandse cultuur, net als de andere West-Europese culturen, ‘achterlijk’ is en in haar eigen belang hervormd dient te worden. De Afrikaanse Unie vindt daarin bijval van de rest van de wereld.
Omdat de Nederlandse mentaliteit van middelmatigheid in presteren als funest gezien wordt voor een gezonde arbeidsethos en wederopbouw van de samenleving, wordt op scholen strenge discipline ingevoerd. Frivoliteit onder kinderen en jongeren wordt aan banden gelegd, onder andere door het verplicht dragen van een uniform, korporale straffen, een verbod op seksuele voorlichting op scholen en een algeheel verbod op pornografische uitingen. Via mediacampagnes laat de Afrikaanse Unie de Nederlandse bevolking weten dat hun middelmatigheid de meest extreme vorm van luiheid is, en dat deze luiheid de wortel van de samenlevingsproblemen vormt. De bevolking wordt gestimuleerd acties te ondernemen om de luiheid te doorbreken. Activiteiten gericht op ‘Excellent presteren’ worden door de Afrikaanse Unie gretig gesubsidieerd. Er komt zwak protest vanuit de bevolking. Ten eerste is men het niet eens met het standpunt van de Afrikaanse Unie, ten tweede vindt men dat andere dingen meer baat hebben bij financiering. De gezondheidszorg bijvoorbeeld. Maar omdat men de middelen en mogelijkheden niet heeft om zich te organiseren, blijft daadwerkelijk protest uit.
Omdat de jeugd de toekomst heeft, concentreert de Afrikaanse Unie zich in haar sociale hervormingen voornamelijk tot deze groep. Jongeren krijgen voortaan een combinatie van praktische en theoretische scholing, waarbij de nadruk wordt gelegd op ontwikkeling van de agrarische sector. De Afrikaanse Unie en de UWP zijn ervan overtuigd dat Nederland gebaat is bij de ontwikkeling van industrie en landbouw, omdat dit het land in de toekomst weer onafhankelijk zou kunnen maken. De leerplicht wordt teruggedraaid naar veertien jaar. Een belangrijk speerpunt van de UWP is de emancipatie van jongeren in West-Europa welke in ogen van de UWP meer dan een eeuw lang ernstig gemarginaliseerd zijn. De lange leerplicht en de volwassenengrens van 18-jaar vindt de UWP een inhumanitaire infantilisering van een grote bevolkingsgroep. Jongeren zijn bewust buitengesloten uit het economische en politieke proces en zij hebben door de gedwongen infantilisering blijvende psychische schade en trauma’s opgelopen. Door jongeren vanaf 14 jaar op te nemen in het politieke en economische leven, herwinnen zij hun rechten en kan wederopbouw van een gezonde sociale structuur van de Nederlandse samenleving door de toekomstige generaties opgepakt worden.
Het land wordt overspoeld door hulporganisaties. Organisaties die het beleid van de Afrikaanse Unie en de UWP ondersteunen en ten uitvoer brengen worden gefinancierd door deze instellingen. Er wordt een gezamenlijk beleid voor Nederland bepaald. Om het land weer op de rit te krijgen en de infrastructuur enigszins te herstellen, wordt verplichte communale arbeid ingevoerd. Er worden voornamelijk zandwegen aangelegd, maar voor de belangrijkste verkeersaders gebruikt men steen en asfalt. In plaats van oude Nederlandse mijnen te heropenen en grondstoffen uit eigen bodem te winnen, verplicht de Afrikaanse Unie Nederland ertoe grondstoffen uit Afrikaanse landen af te nemen. Nederland betaalt daar de hoofdprijs voor, waardoor haar schuld aan de Afrikaanse Unie in korte tijd onwaarschijnlijk groot wordt. De rente- en schuldenlast weegt zwaar op de nationale economie. Nederland raakt daarom al snel afhankelijk van voedselhulp en humanitaire organisaties om te voorzien in de basisbehoeften van de bevolking. Herstel van het elektriciteitsnetwerk blijkt te kostbaar. Aziatische bondgenoten van China bevoorraden Nederland met goedkope generatoren. Nederland wordt verplicht de grote aantallen steenkool, waar grote behoefte aan is als brandstof voor kachels, af te nemen van Afrikaanse landen.
Het Midden-Oosten heeft de prijzen van benzine en kerosine dusdanig hoog opgevoerd, dat maar weinig Nederlandse gezinnen zich brandstof voor de generator of vervoersmiddelen kunnen veroorloven. Handel floreert niet vanwege immobiliteit en de criminaliteit groeit uit tot ongekende proporties omdat het land voor een groot deel van de dag in het donker gehuld is. De Afrikaanse Unie ziet hier echter wanbeleid en een mentaliteitsprobleem in. Talloze onderzoekers buigen zich over het Nederlandse probleem. Hun bevindingen zijn opmerkelijk eenduidig: Nederlanders zijn inherent achterlijk en lui. Ze zijn zelf schuldig aan hun armoedige situatie. Voor wederopbouw en het algemeen welzijn van de Nederlandse bevolking is het noodzakelijk dat deze luiheid eruit ‘geramd’ wordt.
Er komen speciale programma’s om de rechten van vrouwen te bevorderen, waarvan de UWP vindt dat zij gebrainwashed zijn en hun waardeloosheid in de samenleving daardoor zelfs zijn gaan waarderen. De UWP start een grootschalige deprogrammering, waarin het fundamentele recht van de vrouw als voortbrenger van leven de belangrijkste spil is. Anticonceptie, abortus en steralisatie worden onder druk van meer sancties verboden, en met mediacampagnes en posters laat de UWP de Nederlandse vrouwen weten dat ze jarenlang onderdrukt zijn door de mannen. Op slinkse wijze hebben de promiscue Nederlandse mannen hun vrouwen omgeturnd tot onbetaalde hoeren, aan wie niet alleen het recht op onderhoud binnen een gezin werd ontzegd, maar erger, zelfs het recht zichzelf voort te planten door de promotie van anticonceptie, zwangerschapsonderbreking en het streven naar kinderloosheid. Ook dwingt de UWP een verbod op plastische chirurgie af, een verbod op clubs en verenigingen die zich bezighouden met uiterlijk voorkomen en een verbod op schaarse kledij voor vrouwen. De UWP vindt dat de Nederlandse vrouw dringend bevrijd moet worden van het juk van het schoonheidsideaal dat op hen rust. Ook wordt Nederlandse vrouwen geleerd dat zij libidoverlagende maatregelen in overweging moeten nemen om zich tot een geestelijk en lichamelijk gezond mens te kunnen ontwikkelen. Vrouwenbesnijdenis en algehele lichaamsbedekking worden door de UWP tot grote markers van de vrouwenemancipatie gemaakt. Immers, de vrouw moet helder genoeg zijn om het tegen de manipulaties van de man op te kunnen nemen. Als zij daarbij geleid wordt door haar seksuele driften, wordt ze een speelbal van de man. En het verleden heeft bewezen dat vrouwen door hun seksuele driften door mannen onbegrensd gemanipuleerd kunnen worden.
Hoe meer maatregelen genomen worden, hoe sterker de verontwaardiging onder de Nederlandse bevolking groeit. Maar een toenemende groep autochtone Nederlanders die het voorrecht krijgen in China, Rusland en andere ontwikkelde delen van de wereld te gaan studeren, scharen zich achter de zienswijze van de UWP. Omdat vele Nederlanders vinden dat hen het leven op eigen bodem zo onmogelijk wordt gemaakt, proberen velen van hen te vluchten naar andere landen, met name in Afrika, omdat dit continent liberaler is en per boot te bereiken. Maar binnen korte tijd stelt Verenigd Afrika paal en perk aan deze migratie- en vluchtelingenstromen, die zij fortuinjagers en kansarme uitbuiters noemen. Bovendien botst de geïmporteerde Nederlandse cultuur teveel met de Afrikaanse. Deportaties volgen al snel. Onder de terugkeerders, maar ook onder de blijvers, borrelt de onvrede. Er is vrede, dat wel. Maar waar is de autonomie? Waar zijn de rechten? Waar zijn oude denkbeelden en tradities gebleven die zij zo waardeerden? En is er enig vooruitzicht dat Nederland zich ooit weer tot één van de economische wereldgrootmachten kan rekenen? Het lijkt er niet op, aangezien de schulden zich blijven opstapelen, het land zich niet kan ontwikkelen op haar eigen manier maar door internationale machten gedrukt worden in de industrie en landbouw, wat het traditioneel gezien nooit goed heeft gedaan in Nederland. Langzaamaan dringt het besef door: macht heeft twee kanten. Wie niet leidt, houdt zich noodgedwongen met lijden bezig.

De sensatie van een scherpe pijnscheut in haar dijen veroorzaakte een schelle lichtflits voor haar ogen. Ze had verlangd naar het licht. Ze wist niet hoeveel dagen al. Dat was moeilijk te bepalen in het donker. Voorzichtig probeerde ze haar ene bil een klein stukje te verschuiven. Dat lag beter. Haar dijen deden geen pijn meer. Maar nu was het haar schouder die het gewicht moest dragen. De schouder, waar ze al veel te lang op gelegen had. En toen ze zich had verschoven kwam die geur weer vrij. De geur van verse en opgedroogde urine, van menstruatiebloed en diarree. Ze vroeg zich af of dit de geur van angst was, of de geur van de dood. Haar neus kriebelde tegen de satijnen voering van haar onderkomen. Maar er was niet genoeg ruimte om haar neus te bevrijden. Niet van de smerige lucht en niet van het kriebelende satijn. Ze hoopte dat ze kon niezen. Dan kon ze haar eigen snot proberen op te likken. Want slikken kon ze, vermoedelijk, al een paar dagen niet meer. Het zilte zout van haar tranen maakte haar misselijk, dus probeerde ze die te bedwingen. Maar het was onvermijdelijk. De tranen bleven komen, hoe uitgedroogd ze ook was. Ze dacht aan haar opa. En aan het konijntje dat ze vroeger in een veel te klein doosje begraven had. De schuldgevoelens waren een verademing. Maar die verademing duurde veel te kort. De doordringende geur van aarde bracht haar terug naar het heden, waar het zachte velletje van het konijntje haar geen troost kon bieden, zoals het vroeger had gedaan.
Het was een eigenaardige man geweest, bedacht ze zich. Maar hij lhad ongevaarlijk geleken. Een sul, met een idioot brilletje, vreemde schoenen met spekzolen en een broek die al dertig jaar niet meer in de mode was. Ze had mensenkennis, altijd al gehad. Ze kon mensen goed taxeren, en ze had deze man ingeschat als een sombere, maar betrouwbare pennenlikker. Ze had hem meteen vertrouwd. Maar ze had het raar gevonden dat hij zo behulpzaam was geweest. Ze had weliswaar een ongemakkelijk gevoel bij hem gekregen, maar ze had dat weggestopt onder ‘schuldgevoel’. Niets wat een flesje wijn en een paar aardige woorden niet konden oplossen. Maar het bleef niet bij die twee ontmoetingen. Ze waren met elkaar aan de praat geraakt en ze was door hem geïntrigeerd geraakt. Hij was niet het type waar ze normaal gesproken interesse in had. Zijn wereld was te ver van het hare verwijderd. Een kneus zou ze hem hebben gevonden. Maar hij was boeiend, op een bepaalde verslavende manier. Hun onderlinge gesprekken gingen ver. Veel te ver soms.
Er waren momenten geweest dat ze zich schaamde voor haar eigen openhartigheid, maar hij had haar altijd weer op haar gemak weten te stellen. Ze had zich vrij gevoeld bij hem, bevrijd van haar angsten en hij had altijd precies geweten hoe hij haar kon dwingen haar eigen grenzen te verleggen. De sfeer die tussen hen heerste was intiem, vertrouwd maar ook altijd grimmig geweest. Ze had altijd het gevoel gehad dat ze bij hem door het donker werd opgezogen. Een zuigende kracht die ergens onaangenaam voelde, maar haar ook opwond. Een zwarte draaikolk waar ze niet uitkwam, waar ze het benauwd van kreeg, maar waar ze ook nat van tussen haar benen werd. Als hij haar aanraakte had ze altijd diep van binnen walging voor hem gevoeld, maar haar lichaam had altijd ongekend heftig op hem gereageerd. Altijd als hij met zijn vinger over haar hand had gestreeld, had ze telkens bijna het bewustzijn verloren. En hij had altijd precies geweten wat voor uitwerking hij op haar had. Op dat soort momenten keek hij haar altijd doordringend aan. En altijd had ze ademnood gekregen van die doordringende blik, het gevoel in een ontzagwekkende diepte te vallen en altijd die vertwijfeling of ze niet de hel zag in zijn ogen. Ze had in hem altijd iets duivels gezien, maar op de momenten dat ze zich daar bijna door af had laten schrikken, waren zijn gezicht en ogen zacht en troostend geweest.
Doffe bonkende geluiden haalden haar uit haar overpeinzing. Vanuit de verte kwamen er voetstappen steeds dichterbij. Ze hield haar adem in, totdat ze het idee had dat de voetstappen zich vlak boven haar bevonden. De knevel om haar mond liet haar net genoeg ruimte om langs haar mondhoeken te likken, maar haar geschreeuw en hulpkreetjes verstomden erdoor, voordat ze haar mond hadden kunnen verlaten. Met haar handen op haar rug gebonden kon ze weinig doen om de aandacht te trekken. Allebei haar ellebogen zaten klem in de kleine ruimte. Alleen haar linkervoet kon ze wat bewegen, maar haar dijen maakten het haar onmogelijk daar mee te schoppen. Met een felle ruk probeerde ze haar rechtervoet wat ruimte te geven. Hij schoot los, en ze kwam met haar teen hard tegen de deksel van de kist terecht. Haar hoofd begon te tollen van de pijn in haar lichaam, maar ze gaf het niet op. Ze moest nu handelen, voordat de voetstappen te ver verwijderd zouden zijn en zij daar onopgemerkt onder de grond bleef. Met alle kracht die ze in zich had probeerde ze te schoppen. Maar de satijnen voering van de kist dempte het geluid. Woede en frustratie maakten zich van haar meester. De wanhoop om nu gered te worden was sterker, waardoor ze haar lichaam vergat en zij met alle macht kon proberen genoeg herrie te maken om opgemerkt te worden. Het hielp niet. De voetstappen verstomden langzaam in de verte, terwijl zij langzaam steeds verder wegzakte en het bewustzijn verloor.
Dit korte fragment schreef ik voor 100 Schrijvers, maar t*** die ik ben had ik de bedoeling niet goed begrepen en is het stuk niet geschikt. Omdat ik het natuurlijk niet voor de kat z’n … viool heb geschreven, plaats ik het hier)
U zei: