Monthly Archives: July 2006

Page 2 of 212

Webloggers

 

‘Webloggen is een ware rage,’ las ik ergens. En inderdaad, webloggen is populair. Steeds meer bekende Nederlanders en politici houden een weblog bij, maar ook steeds meer ‘gewone’ mensen zetten hun dagelijkse belevenissen op internet. Een weblog is snel en makkelijk, het kost minder moeite dan het bouwen en bijhouden van een eigen website, en in de meeste gevallen is het nog gratis ook.

Maar waarom zou je je dagelijkse belevenissen eigenlijk op internet willen zetten? Wat zijn dat eigenlijk voor mensen die denken dat de rest van de wereld zit te wachten op hun verhaaltjes? Hoewel ik zelf graag log, vraag ik me toch af of we niet gewoon een stelletje idioten zijn, die werkelijk niets beters te doen hebben dan webloggen. Is er met ieder van ons misschien iets ‘mis’ in een bepaald opzicht?

Misschien bevinden we ons onder de eenzamen der bevolking. Misschien zijn we verbaal zo slecht vaardig, dat dit de enige manier is om ons zegje te doen. Of misschien zijn we allemaal sociale mislukkelingen, ieder op zijn eigen manier. Bestaat het volk der webloggers misschien uit een heel stel mislukte schrijvertjes die wanhopig aandacht zoeken voor hun misbaksels? Of zijn we gewoon verkapte chatters, die het in een gewone chatbox niet kunnen vinden omdat we daar het hoogste woord zouden voeren en er binnen de kortste keren uitgekickt zouden worden? Misschien vinden we onszelf wel te goed voor een gewone chatbox, kijken we daar op neer, maar intussen chatten we er zelf ook lustig op los.

Eenmaal in de wereld van het webloggen gezogen, kom je er nauwelijks nog uit. Als een stel junkies struinen we de ene na de andere weblog af, verslaafd aan de zieleroerselen van anderen, klaar om onze mening te spuien over morele dilemma’s waarin we ons als persoonlijkheid kunnen profileren. Of we weten niet hoe hard we moeten lopen om ons medeleven te betuigen wanneer een medeweblogger zich niet lekker in zijn vel voelt. Prachtig fenomeen.

Webloggen is betrokkenheid. Misschien wel meer dan in het ‘echte leven’ want zeg nou eens eerlijk, hoeveel mensen in je directe omgeving zijn er, waar je niet op kunt wachten om hun verhalen aan te horen. Hoeveel mensen bel je iedere dag in alle vroegte om te weten te komen wat hij heeft meegemaakt de avond ervoor. Wat hij gedroomd heeft. Wat hij heeft gegeten. En hoeveel mensen bel je iedere avond af om ze weltrusten te wensen. Want ook die logs bestaan natuurlijk.

Vinden we bij medeloggers raakvlakken die we in het echte leven niet kunnen vinden? Of hebben we het idee dat we zo nauw bij ze betrokken zijn omdat we ze in sommige gevallen intiem leren kennen? En degenen die we niet intiem leren kennen, daar blijven we benieuwd naar. Steekspelletjes om meer over elkaar te weten te komen. Uit de tent lokken. We raken niet alleen verslaafd aan onze eigen log, maar ook aan onze medeloggers.

Maar het meest ironische aspect is en blijft de anonimiteit achter dit alles. De meeste webloggers zijn volstrekt anoniem, sommigen laten iets meer van zichzelf zien, maar er zijn er maar weinig die we in het echte leven ergens zouden kunnen lokaliseren. En die anonimiteit intrigeert mij. Want waarom laten we in alle anonimiteit in sommige gevallen ons meest rare gedachten aan anderen zien, durven we te experimenteren met onze creativiteit, en durven we iemand te zijn, die velen van ons in werkelijkheid niet zijn. Of niet helemaal? Persoonlijk ben ik op mijn log precies hetzelfde als in het echte leven. Maar ik lees het vaker; ‘IRL zou ik dat nooit zeggen/doen’. Wie zijn dat dan eigenlijk die webloggers? Een stel idioten met een schijnpersoonlijkheid, of gewone mensen die er een ongewone hobby op na houden? De bal ligt op de stip!

Bindingsangst

Heeft u op Google weleens het woord ‘bindingsangst’ ingetoetst? Nee? Dan bent u er waarschijnlijk nog nooit van beschuldigd eronder te lijden. Eronder te lijden inderdaad. Ik leg u zometeen uit waarom.

Ik word daar wel van beschuldigd. De afgelopen week al een keer of vier. Ik heb Google daarom zojuist om antwoord gevraagd. De ene na de andere link naar speciale trainingsbureau’s, zelfhulpgroepen, praatgroepen en zo meer schieten over het beeldscherm. Pagina na pagina na pagina.

Het is een probleem zo blijkt, want je kan eraan en eronder lijden. Eén bedrijf stelt zelfs genezing voor, alsof het een enge ziekte betreft. En tot overmaat van ramp wordt normaal gezonden mensen aangeraden personen met bindingsangst te mijden als de pest, alsof het om een besmettelijke variant gaat.

Diverse bronnen vermelden dat bindingsangst net zoiets is als alcoholisme; je moet eerst erkennen dat je ziek bent vooraleer je geholpen kunt worden. Want hulp is inderdaad noodzakelijk als je ooit op een ‘normale manier’ relaties aan wil gaan.

Maar wat heet ‘op een normale manier relaties aangaan’? Zijn ‘normale relaties’ wel zo normaal? Is er überhaupt iemand die ooit stil gestaan heeft bij die gedachte? Bij de gedachte dat langdurige, vaste, monogame relaties misschien juist abnormaal zijn? Want hoeveel diersoorten zijn er die absoluut monogaam zijn en hun levenlang trouw aan elkaar blijven, zonder dat ze daartoe gedwongen worden?

Ach ja, ik twijfel er niet aan dat de één of andere wijsneus nu met een zeer zeldzaam zeepaardensoortje op de proppen kan komen, maar dan bent u aan het mierenneuken. En mieren zijn overigens niet monogaam, ik zie dat hier voor mijn neus gebeuren.

U moet toch welhaast met mij eens zijn dat het ‘huwelijk’ (en alle andere manieren van samenzijn die soortgelijke trekken vertonen) een door mensen uitgevonden, zorgvuldig beredeneerde, sociale constructie is? Hoe de ideeën over ‘het huwelijk’ ooit precies ontstaan zijn weet ik niet, het kost me ook teveel moeite om dat uit te pluizen, maar het plaatje laat zich raden; ik gok op sekseconcurrentie, bezitsaccumulatie, het ontstaan van schaarste en anarchie. Redeneert u even mee, het is doodeenvoudig.

Toen de aarde nog maar dunbevolkt was, was er genoeg ruimte en voedsel voor haar bewoners. Men was gedwongen met elkaar samen te werken om een plaatsje tussen de andere diersoorten te verwerven. Voedsel en ruimte waren communaal bezit, gemeenschapsleden ook. Niemand had de ‘alleenzorg’ over nazaten en partners, dat was simpelweg niet nodig.

Om de gevaren van de aarde te trotseren ging de mens gereedschappen en wapens vervaardigen, die hen de overmacht over de andere dieren bezorgde. Men kon nu vlees eten en land verbouwen. De mens werd gezonder en ouder, waardoor er in snel tempo veel meer mensen op de aarde rondliepen. Het werd daarom tijd om land, bezit en personen af te bakenen. Vrouwen moesten worden beschermd, zij zorgden immers voor de voortplanting van de stam. Bij de Yanomamö in Zuid-Amerika kunt u dit proces nog goed waarnemen overigens. Als er vrouwenschaarste heerst zoeken de Yanomamö oorlog met naburige stammen om nieuwe vrouwen te zoeken.

In een situatie waarin men privé bezit ging accumuleren, was men steeds minder bereid voor andere leden van de gemeenschap te zorgen en anderen te onderhouden. En zo is men in steeds kleinere leefeenheden gaan wonen, waarbij vrouwen steeds meer tot de persoonlijke bezittingen gerekend werden.

Enfin, de rest van het verhaal zult u af kunnen maken, maar het mag overduidelijk zijn dat deze constructie niet draaide om gevoelens, maar juist om het intomen van gevoelens die fragiele samenlevinstverbanden zouden kunnen verstorten.

Vanaf deze kant geredeneerd is bindingsangst dus verre van een kwaal die ‘weggekuurd’ moet worden. Vanaf deze kant bekeken zijn het juist de mensen die zich maar wat graag binden die aan een kwaal lijden, die gedreven door angst voor verleis van bezit en eventueel nageslacht zekerheden willen stellen. En dat moet uiteraard ook aan anderen opgedrongen worden, want ongebonden personen leveren een gevaar op. ("Wilt u zich even snel binden zodat ik in alle rust van mijn zekerheden kan genieten?") Hebben we een partner te pakken die dat soort zekerheden niet nodig heeft in het leven, dan maken we haar toch ‘ziek’ ? Bindingsangst heeft ze! Of ze zich even tot de psychiater wil wenden.

Page 2 of 212
Gin is antropoloog en schrijfster van de boeken De Wil Om Te Doden, Moordjongens en Ana.


Onderwerpen

Mijn archief

Oudere archieven

Nieuwe blogs per email