Ik ben een nachtmeisje. Nachtmeisjes, het woord zegt eigenlijk al genoeg, zijn meisjes die met name ‘s nachts tot bloei komen. Nachtmeisjes kennen geen strakke schema’s, leven eigenlijk een beetje zoals het ze uitkomt en kunnen niet zo goed tegen vroeg opstaan. Maar voor de meeste nachtmeisjes komt onherroepelijk de dag dat ze zich zullen moeten transformeren tot dagmeisjes. Tot meisjes met een baantje. Tot meisjes met een strak schema. En tot meisjes die vroeg in de ochtend uit hun bed moeten. Als nachtmeisje sta je niet op vriendschappelijke voet met de wekker. Wekkers maken onbekende geluiden. En als dat soort onbekende wekkergeluiden dan ook nog eens door de telefoon komen, dan neem je als nachtmeisje netjes de telefoon op, zeg je: "Laat me met rust, eikel!" en smijt je je mobiele nachtmerrie een eind door de kamer. Als nachtmeisje krijg je vervolgens een boze droom. Dat je moet werken. En dan schrik je wakker als nachtmeisje, dik drie kwartier later dan in het strakke schema stond.
Omdat het de eerste dag is bij het nieuwe baantje, en je als nachtmeisje bij sollicitatiegesprekken niet echt op de dresscode in het bedrijf let, ben je gedwongen je onhandelbare, veel te grote bos krullen te temmen. Als nachtmeisje ben je daar normaal gesproken wel een half uurtje zoet mee. Maar omdat je als nachtmeisje drie kwartier te laat bent, besluit je een hele pot gel over je haar leeg te gooien, er hard met de borstel doorheen te raggen, totdat het dan in ieder geval glad langs je gezicht valt. Om er even later in de spiegel achter te komen dat door deze strak-met-gel-in-de-knot-actie een relatief grote kale plek zich aftekent op een relatief goed zichtbare plaats op je hoofd. Als nachtmeisje heb je een goede relatie met je kat die tevreden naar je geschreeuw en geklaag luistert. Voor de 800ste keer in anderhalve dag tijd vraag je de kat in een wanhopige schreeuw waarom je in jezusnaam geen last hebt van PMS zodat je op tijd bepaalde onmisbare randattributen in huis kan halen. Dan begin je als nachtmeisje in je laatste, kostbare vijf minuten een zoektocht van tien minuten naar, goddank, de allerlaatste tampon in huis.
De trap naar beneden is ‘s ochtends een onneembare hindernis voor een nachtmeisje. Voetje voor voetje schuifelt een nachtmeisje met trillende beentjes naar beneden. Tree voor tree. Om bij de één na laatste trede zó misselijk te worden dat de rest van de trap en de kamer binnen een seconde overbrugd zijn en de boterham van de dag ervoor toch netjes in het sanitair belandt. Sommige nachtmeisjes hebben dan ook nog een hondje, die naar buiten wil, die gedwongen wordt een nieuw record in ontlasten te vestigen en op eten moet wachten totdat het nachtmeisje ‘s middags weer thuiskomt.
En nachtmeisjes rennen standaard te laat de deur uit, moeten standaard tien keer terug naar huis rennen om OV-kaarten, geschikt schoeisel en pakjes sigaretten te gaan halen. En nachtmeisjes missen dan uiteraard de enige bus die een goede verbinding op de trein geeft. In een wanhopige poging tot goed gedrag rent een nachtmeisje dan tevergeefs achter de bus aan, wordt door deze veel te inspannende actie nogmaals misselijk en spuugt dan het veel te kleine vuilnisbakje bij de bushalte onder. Als nachtmeisje ben je dan blij dat de rest van de forensen die bus wel gehaald hebben. Maar als nachtmeisje overkomt het je dan ook net dat een werkgraag mannetje met een oranje jasje het vuilnisbakje moet komen legen, zo op de vroege ochtend.
Als je als nachtmeisje dan eindelijk op het treinstation aankomt, de trein op een kilometer lengte mist, toch besluit een renactie op de trap te doen, dan wil het weleens gebeuren dat je als nachtmeisje van de trap af dondert, bovenaan de trap keihard je voet stoot tegen een onnuttige gele pilaar, je halve voet door je laars heen open haalt en gered moet worden door de eerste de beste overgeile kantoorklerk die het niet kan laten te lang in je opengesprongen bloesje te blijven kijken. Uiteraard heeft trein 2 een fikse vertraging, sta je als nachtmeisje een dikke vijf minuten opgescheept met je broederige redder en geef je na lang onderhandelen het telefoonnummer van een volslagen onbekende. Als nachtmeisje ben je de onderdaan van een wrede god die er voor zorgt dat je juist op dit soort momenten en in de meest godsonmogelijke periode van de maand transformeert tot een hormoonbom, veel te geanimeerd met een mooie jongen blijft staan praten, bijna vergeet de trein in te stappen, struikelt over het treintrappetje en uiteindelijk in de trein op de plaats naast de redder van de dag komt te zitten.
Als nachtmeisje ben je dan bereid de moed op te geven. Met het vooruitzicht veel te laat aan te komen bij je nieuwe baantje, besluit je als nachtmeisje de halve wereld af te bellen voor morele steun. En terwijl je als nachtmeisje je hart in een emotioneel betoog door de hele treincoupé blert, ontstaat er aan de andere kant van de lijn zo’n hard lachsalvo waar andere mensen in de coupé blijkbaar ook veel schik om moeten hebben, zijn de enige quasi ondersteunende woorden die je kan krijgen; "Typisch Gin!"

Beste luchtbeddenfabrikant,
Ik wil u graag aanraden uw medewerkers flink lange vakanties aan te bieden. De reis naar verre oorden moeten ze maar zelf bekostigen, maar geeft u hen vooral een flinke voorraad luchtbedden mee. Dure luchtbedden. Van die luchtbedden die je ook graag weer mee terug naar huis neemt aan het einde van de vakantie. Misschien dat bij uw ontwerpafdeling dan enige affiniteit met het product ontstaat, want werkelijk waar, wie nu het systeem heeft bedacht moet echt nog nooit een luchtbed hebben opgeblazen. Door het veiligheidsventieltje is het namelijk echt een hels karwei de pomp er stevig in te stoppen. Ben je net lekker hard aan het pompen, schiet dat ding er met een noodgang uit, samen met een hoop van de reeds ingeblazen lucht. Ja die klepjes zijn er natuurlijk om het ontsnappen van lucht tegen te gaan. Maar bij het opblazen merk je daar niet zoveel van. Bij het leeg laten lopen wel overigens. Het is bijna een godsonmogelijk karwei om zo’n luchtbed volledig vrij van lucht te maken. Mijn lichaamsgewicht kan die strijd in ieder geval niet aan. De buren hebben het gesticht al gebeld, ik heb er bovenop gelegen. Een bommetje geprobeerd. De foetushouding. Niets werkt. Uiteindelijk wist de schaar de oplossing te bieden. En dat kan niet de bedoeling zijn. Of juist wel?
Met vriendelijke groet,
Het meisje uit het luchtkasteel

Ken je Pro Ana? Dat is de mevrouw op het plaatje hierboven. Pro Ana is een zelfbewust meisje. Ze heeft graag de controle over haar leven, weet wat ze mooi vindt en laat zich door niemand iets wijs maken. Pro Ana heeft nogal een uitgesproken smaak. Ze lust niet veel. Je kan haar met een gerust hart op de laatste dag van je salarisstrook te eten vragen, ze zal namelijk echt niet de oren van je hoofd eten. Pro Ana is niet ziek, vergis je niet. Pro Ana heeft gekozen voor een nogal houterige levensstijl. Pro Ana houdt namelijk niet van ruimte tussen haar botten en haar vel. Spieren zijn voor Pro Ana niet noodzakelijk. Ze verbrandt ze liever. Op het nachtkastje van Pro Ana zal je niet de gebruikelijke onzin bij meisjes als de pil, een vibrator en een zakje troostsnoepjes vinden. Bij Pro Ana vind je een keur aan kotsopwekkers en laxeermiddelen. Waar bij de meeste andere meisjes de kleinste ruimte in het huis gereserveerd is voor noodzakelijke kwaden, speelt deze ruimte in het huis van Pro Ana de hoofdrol. Als je haar zoekt weet je altijd waar je haar kan vinden. Pro Ana is daar trots op. De medische wereld weet van niets. Pro Ana neemt in haar eentje de strijd op zich de eeuwenlange kennis over het menselijk lichaam te veranderen.
Pro Ana is eigenlijk nooit vrolijk. In de hersenpan van Pro Ana is namelijk maar weinig gaande. Van haar belangrijkste vriendjes in het leven, endorfine en serotinine, heeft ze al twintig kilo geleden afscheid genomen. En zo staat Pro Ana, een beetje onvast weliswaar, met haar beide stelterige benen op de grond. Pro Ana heeft een keuze gemaakt in haar leven. Haar lichaam heeft ze tot een kunstvorm verheven. Toegegeven, de foto’s van Pro Ana zijn soms bijzonder intrigerend om te bekijken. Pro Ana maakt grote kans opgenomen te worden in de belangrijkste kunstcollectie van het rariteitenkabinet. Haar plekje is al gereserveerd, in de hoofdzaal, tussen de man met drie ogen en de dame met drie borsten. Binnenkort zal Pro Ana een nieuwe campagne starten. Een geschikte naam is nog niet gevonden, maar het zal iets in de richting van uitgemergelde-kindertjes-in-Afrika-moeten-niet-geholpen-worden-want-het-zijn-levende-kunstobjecten worden. Pro Ana is de natuurlijke afschuw die ze zelf voelde als kind als ze beelden van die uitgemergelde magere scharminkels zag glad vergeten. Dat stukje geheugen is eruit gekomen, ergens tussen de hap wortel en het plakje komkommer in. Om dat te compenseren heeft Pro Ana besloten mee te werken aan de reconstructie van de geschiedenis. Pro Ana wil namelijk laten zien hoe scheurbuik er precies uit ziet. Pro Ana zal in elk geval nooit verliefd worden op jongens die Ruben heten. Maar misschien dat Pro Ana, als ze ooit hunkert naar een lach in haar hart, verliefd kan worden op de banaan, de appel, de framboos, de krop sla, de kiwi of de avocado. Succes verzekerd.
(Pro Ana is een afkorting voor Pro Anorexia)
Nederlanders stinken. Echt waar. U schrikt er misschien van. Tenminste, als u Nederlander bent, want als u geen Nederlander bent weet u dit al langer. Nederlanders stinken, het spijt me voor u. Kijk, ik weet ook wel dat u er niets aan kunt doen. U wast zich immers dagelijks. U bent extreem hygiënisch. U gebruikt deodorant, parfum, kauwgom, mondwater, voetspray, zweetzooltjes. Maar toch, u stinkt. En niet echt een klein beetje. Het is natuurlijk een beetje van de persoon afhankelijk, maar de gemiddelde Nederlander heeft een indringende zure lucht om zich heen hangen. Waar het vandaan komt? Waarschijnlijk van het voedsel dat u tot u neemt. Kunt u niets aan doen. Moet u ook niets aan doen. Maar laten ‘we’ dan ook niet meer zeggen dat Turken en Marokkanen stinken. Nederlanders stinken ook.
NB. Wie de schoen past trekke hem aan.
NBB. ‘We’ staat al tussen aanhalingstekentjes, rhetorisch bedoeld dus.
NBBB. Protesteren heeft er alle schijn van dat u tegen de klippen op stinkt.
Acht uur ‘s ochtends:
Ding Ding – Ding Ding
(ik had willen schrijven ‘ding dong’, maar mijn deurbel doet nou eenmaal ding ding - ding ding, vandaar). Ik sla snel een sarong om, ren naar de deur, ik verwacht een pakketje, snel zijn dus, voordat de postbode ‘m weer smeert. Buiten adem doe ik de voordeur open. Twee Margrietmoedertjes staren een beetje verlegen naar mijn piekhaar. De genante stilte duurt maar kort. De Margrietmoeder met het peentjeshaar begint zonder haar excuses te maken voor dit onchristelijke tijdstip tegen me te ratelen; "Goedemorgen mevrouw. We komen met u praten over de toestand in de wereld. De oorlog in Libanon. De hongersnood in Afrika…" In haar handen houdt ze, een beetje verstopt voor mijn zicht, een stapel blaadjes van de Wachttoren. "Het is wel erg vroeg voor dit soort onzin he," zeg ik. "Het mag dan wel vroeg zijn mevrouw, maar het is nooit te vroeg om God in uw leven binnen te laten," antwoordt de Margrietmoeder met het eikeldopjes-kapsel en de Loes Haasdijk bril. Ze neemt het de-wereld-heeft-god-nodig-betoog van haar mede Margrietmoedertje over. "We willen graag met u praten over de ellende in de wereld……"
Voordat ze haar zin af kan maken ben ik er al, intussen klaarwakker, tussengesprongen. "Ja, laten we in Godsnaam eens praten over de ellende in de wereld," zeg ik. "Laten we voor u eens dicht bij huis beginnen. Laten we het eens hebben over het kindermisbruik in Jehovagetuigenfamilies, het vrouwelijk seksueel misbruik bij de Wachttoren, de opvoeding die jullie je kinderen geven waardoor ze niet eens tegen de uitdagingen en gevaren in onze eigen maatschappij bestand zijn, het feit dat vele Jehovagetuigen hun hele vermogen aan de Wachttoren schenken om vervolgens, als ze zelf in de problemen komen, in hun eigen shit mogen omkomen. Laten we het daar inderdaad eens over hebben."
Verbouwereerd staren de Margrietmoedertjes me aan. Het eikeldopje doet haar lippen van elkaar, probeert er wat klanken uit te stoten, wat bij mij onvermijdelijk het beeld van een naar adem happende vis voor mijn ogen tovert. Dat soort repliek hadden ze natuurlijk niet verwacht op dit onchristelijke tijdstip. Het was de bedoeling mij te overrompelen met God, terwijl ik nog niet wakker genoeg zou zijn om er tegenin te gaan. "Misschien moet ik ú eens iets vertellen over de ellende in de wereld," zei ik tegen de Margrietmoedertjes. "Ik begrijp namelijk dat u beiden in een totaal geïsoleerde wereld leeft, en misschien moet u eens wijzer gemaakt worden. De grootste ellende in deze wereld komt namelijk door God. Of liever gezegd, door mensen zoals u, die denken dat ze God maar naar iedereen toe moeten brengen, daar oorlogen voor vechten, er mensen mee onderdrukken, voorbehoedsmiddelen verbieden zodat half Afrika sterft aan AIDS, en voor veel mensen het leven op aarde een levende hel maken. Ja, dan mag daar uiteindelijk wel een hemel tegenover staan!"
Mijn tirade werkt averechts, hoe had ik ook kunnen denken deze Margrietmoedertjes met een preek van anderhalve minuut voor me te winnen. De dames zien er een gat in om me te vertellen dat Jehova juist een oplossing kan bieden. Uiteraard. Ik geef het op. In de aanslag om de deur alweer dicht te smijten, blaat ik er nog uit; "Laat die Jehova dan eerst maar naar de aarde neerdalen, een boek dicteren dat past bij deze tijd en dan praten we wel weer verder. Goedemorgen dames!"
U zei: