Archive for August 2006

Nachtmeisje

Ik ben een nachtmeisje. Nachtmeisjes, het woord zegt eigenlijk al genoeg, zijn meisjes die met name ’s nachts tot bloei komen. Nachtmeisjes kennen geen strakke schema’s, leven eigenlijk een beetje zoals het ze uitkomt en kunnen niet zo goed tegen vroeg opstaan. Maar voor de meeste nachtmeisjes komt onherroepelijk de dag dat ze zich zullen moeten transformeren tot dagmeisjes. Tot meisjes met een baantje. Tot meisjes met een strak schema. En tot meisjes die vroeg in de ochtend uit hun bed moeten. Als nachtmeisje sta je niet op vriendschappelijke voet met de wekker. Wekkers maken onbekende geluiden. En als dat soort onbekende wekkergeluiden dan ook nog eens door de telefoon komen, dan neem je als nachtmeisje netjes de telefoon op, zeg je: "Laat me met rust, eikel!" en smijt je je mobiele nachtmerrie een eind door de kamer. Als nachtmeisje krijg je vervolgens een boze droom. Dat je moet werken. En dan schrik je wakker als nachtmeisje, dik drie kwartier later dan in het strakke schema stond.

Omdat het de eerste dag is bij het nieuwe baantje, en je als nachtmeisje bij sollicitatiegesprekken niet echt op de dresscode in het bedrijf let, ben je gedwongen je onhandelbare, veel te grote bos krullen te temmen. Als nachtmeisje ben je daar normaal gesproken wel een half uurtje zoet mee. Maar omdat je als nachtmeisje drie kwartier te laat bent, besluit je een hele pot gel over je haar leeg te gooien, er hard met de borstel doorheen te raggen, totdat het dan in ieder geval glad langs je gezicht valt. Om er even later in de spiegel achter te komen dat door deze strak-met-gel-in-de-knot-actie een relatief grote kale plek zich aftekent op een relatief goed zichtbare plaats op je hoofd. Als nachtmeisje heb je een goede relatie met je kat die tevreden naar je geschreeuw en geklaag luistert. Voor de 800ste keer in anderhalve dag tijd vraag je de kat in een wanhopige schreeuw waarom je in jezusnaam geen last hebt van PMS zodat je op tijd bepaalde onmisbare randattributen in huis kan halen. Dan begin je als nachtmeisje in je laatste, kostbare vijf minuten een zoektocht van tien minuten naar, goddank, de allerlaatste tampon in huis.

De trap naar beneden is ’s ochtends een onneembare hindernis voor een nachtmeisje. Voetje voor voetje schuifelt een nachtmeisje met trillende beentjes naar beneden. Tree voor tree. Om bij de één na laatste trede zó misselijk te worden dat de rest van de trap en de kamer binnen een seconde overbrugd zijn en de boterham van de dag ervoor toch netjes in het sanitair belandt. Sommige nachtmeisjes hebben dan ook nog een hondje, die naar buiten wil, die gedwongen wordt een nieuw record in ontlasten te vestigen en op eten moet wachten totdat het nachtmeisje ’s middags weer thuiskomt.

En nachtmeisjes rennen standaard te laat de deur uit, moeten standaard tien keer terug naar huis rennen om OV-kaarten, geschikt schoeisel en pakjes sigaretten te gaan halen. En nachtmeisjes missen dan uiteraard de enige bus die een goede verbinding op de trein geeft. In een wanhopige poging tot goed gedrag rent een nachtmeisje dan tevergeefs achter de bus aan, wordt door deze veel te inspannende actie nogmaals misselijk en spuugt dan het veel te kleine vuilnisbakje bij de bushalte onder. Als nachtmeisje ben je dan blij dat de rest van de forensen die bus wel gehaald hebben. Maar als nachtmeisje overkomt het je dan ook net dat een werkgraag mannetje met een oranje jasje het vuilnisbakje moet komen legen, zo op de vroege ochtend.

Als je als nachtmeisje dan eindelijk op het treinstation aankomt, de trein op een kilometer lengte mist, toch besluit een renactie op de trap te doen, dan wil het weleens gebeuren dat je als nachtmeisje van de trap af dondert, bovenaan de trap keihard je voet stoot tegen een onnuttige gele pilaar, je halve voet door je laars heen open haalt en gered moet worden door de eerste de beste overgeile kantoorklerk die het niet kan laten te lang in je opengesprongen bloesje te blijven kijken. Uiteraard heeft trein 2 een fikse vertraging, sta je als nachtmeisje een dikke vijf minuten opgescheept met je broederige redder en geef je na lang onderhandelen het telefoonnummer van een volslagen onbekende. Als nachtmeisje ben je de onderdaan van een wrede god die er voor zorgt dat je juist op dit soort momenten en in de meest godsonmogelijke periode van de maand transformeert tot een hormoonbom, veel te geanimeerd met een mooie jongen blijft staan praten, bijna vergeet de trein in te stappen, struikelt over het treintrappetje en uiteindelijk in de trein op de plaats naast de redder van de dag komt te zitten.

Als nachtmeisje ben je dan bereid de moed op te geven. Met het vooruitzicht veel te laat aan te komen bij je nieuwe baantje, besluit je als nachtmeisje de halve wereld af te bellen voor morele steun. En terwijl je als nachtmeisje je hart in een emotioneel betoog door de hele treincoupé blert, ontstaat er aan de andere kant van de lijn zo’n hard lachsalvo waar andere mensen in de coupé blijkbaar ook veel schik om moeten hebben, zijn de enige quasi ondersteunende woorden die je kan krijgen; "Typisch Gin!"