Het fenomeen webloggen is razend populair. Wat ooit begon als een manier om interessante links bij te houden en te delen met andere internetgebruikers, is inmiddels uitgegroeid tot een ware rage. Of je nu huisvrouw bent of president van Iran, iedereen kan een weblog bijhouden. En het wordt dan ook veelvuldig gedaan. De eenvoudige linkblog heeft inmiddels plaatsgemaakt voor politieke blogs, nieuwsblogs, humorblogs, videoblogs, fotoblogs, dagboek blogs en de zogenaamde ‘freestyle blogs’ die over alles en niets gaan. Waar de populariteit van het webloggen precies vandaan komt valt moeilijk in te schatten. Feit is dat de weblog makkelijk in gebruik is, waardoor het voor digibeten relatief eenvoudig is geworden te participeren op het wereldwijde web. Met slechts een klein beetje moeite kan iedereen die daar behoefte aan heeft gratis zijn zieleroerselen, creatieve uitingen, persoonlijke beslommeringen, politieke mening of eigen beeldmateriaal wereldkundig maken. Maar het gebruiksgemak alleen verklaart niet waarom zoveel mensen er behoefte aan hebben hun persoonlijkheid te profileren voor, in potentie, een miljoenenpubliek.
Veruit de meeste weblogs zijn kleinschalig van aard. De gemiddelde ‘blogger’ trekt een handjevol geïnteresseerden die meeleven met het wel en wee van het gezin, bewonderende uitingen plaatsen onder foto’s van de hond en dag en nacht klaar staan om de blogger van advies te voorzien in persoonlijke aangelegenheden. De weblogs die dagelijks honderd tot duizenden bezoekers per dag trekken zijn dun gezaaid, maar ook hier is het principe hetzelfde. Voor de meeste geïnteresseerde lezers – die in heus jargon vaak reageurs genoemd worden- geldt dat zij zelf ook de trotse eigenaars zijn van een eigen weblog. Onder dit soort webloggers heerst een onuitgesproken gedragscode waarin wordt verwacht dat men over en weer elkaars blog bezoekt, reacties achterlaat en betrokkenheid bij elkaar tentoon blijft spreiden.
Op deze manier spreidt de kring van bij elkaar betrokken bloggers zich als een olievlek over het internet uit en ontstaan er ware bloggemeenschappen, die verdacht veel gelijkenis vertonen met een kleine dorpsgemeenschap. Zo bestaan er ‘in-crowds‘ en ‘outcasts‘, elitaire groepjes die hooghartig hun neus ophalen voor de rest van het gepeupel en is ook op vele weblogs de onvermijdelijke dorpsgek vertegenwoordigd. Ook het mechanisme ‘sociale controle’ ontbreekt niet in deze virtuele gemeenschappen. Wie zich niet aan de veelal ongeschreven gedragsregels houdt, loopt het risico door de gemeenschap of één van haar vertegenwoordigers ter verantwoording geroepen te worden. Niet zelden loopt dit uit op scheldpartijen of regelrechte hetzes. Anonimiteit wil nog niet zeggen dat alle gedrag getolereerd hoeft te worden; door middel van technische truukjes kan de ongewenste bezoeker de toegang tot de gemeenschap worden ontzegd. En op deze manier is de blogger baas in eigen dorp, is hij politie agent en rechter tegelijk en kan hij ervoor kiezen zijn bezoekers te onderwerpen aan zijn eigen dictatuur.
Wie eenmaal begint met webloggen loopt het risico diep in dit soort gemeenschappen gezogen te worden. Want webloggen lijkt verslavend te werken. Op sommige weblogs verschijnen meerdere malen per dag nieuwe items, waar de zogenaamde reageurs dan weer direct hun feedback over kunnen geven. En omdat veel bloggers en reageurs de anonimiteit verkiezen is deze feedback vaak ongezouten, keihard, vernietigend of juist uitgesproken positief. Lezers voelen zich betrokken bij ‘hun’ blogger, in positieve of in negatieve zin. En de blogger op zijn beurt voelt vaak al snel de behoefte zijn lezers in hun onverzadigbare drang naar zijn nieuwtjes te voorzien. Online encyclopedie Wikipedia durft zelfs te spreken over een blogneurose, waarmee bedoeld wordt dat bloggers een dwangmatige drang kunnen voelen de eigen weblog bij te houden of op andere weblogs te reageren. Wikipedia verwijst in dit verband (indirect) naar de mogelijkheid dat de weblog een essentieel onderdeel van de persoonlijkheid wordt, waarbij de blogger slechts een onderdeel van zijn persoonlijkheid naar buiten brengt in de vorm van een alter ego en hierdoor in conflict kan raken met andere aspecten van zijn persoonlijkheid.
Als we Wikipedia mogen geloven is het begrip blogneurose in zwang aan het raken in de psychiatrie, waarbij het verschijnsel als negatief wordt aangemerkt. Maar als we de blogneurose nu eens bekijken als een experiment van de blogger met bepaalde aspecten van zijn persoonlijkheid, dan zou deze zogenaamde ‘neurose’ ook als een positieve persoonlijke ontwikkeling kunnen worden beschouwd. In een samenleving waar sociale contacten steeds moeilijker te onderhouden zijn, is webloggen misschien wel het medium bij uitstek om gelijkgezinden te ontmoeten. Het kan een middel zijn om te experimenteren met de eigen creativiteit. Het ontdekken of ontplooien van onvermoede talenten. Het aanknopen van vriendschappen. Een manier om een eigen mening te vormen, bij te stellen en te ventileren. Daarnaast kan het een middel zijn om aandacht te vragen voor zaken die men in het dagelijks leven liever niet openlijk bespreekt. De aantrekkingskracht van het webloggen zou ‘m dan weleens kunnen liggen in het gemak waarmee op een alternatieve manier sociale contacten kunnen worden aangeknoopt en de mogelijkheid bepaalde aspecten van de eigen persoonlijkheid naar buiten te brengen die men normaal gesproken onder het kopje ‘onzekerheid’ diep wegstopt in een stoffige archiefkast.
Stel je voor: Eén weekendtas, vier totaal verschillende outfits. Een spijkerbroek, een trainingspak a la Juicy Couture, cargo-pants, een nette jurk, twee paar hakken, sportschoenen, knalroze sokken, een bewerkte panty, 2 strings, 2 boxershorts. Het weekeinde duurt bij elkaar ongeveer 52 uur en in die 52 uur transformeer je maar liefst vier keer tot totaal verschillende persoonlijkheden. Een avondje relaxen bij iemand op de bank, een dagje shoppen, een avondje stappen en een society-uitje. Vier totaal verschillende gelegenheden. Vier totaal verschillende soorten gezelschap. En dit is geen toeval, dit is een doorsnee weekeinde. Voor mij althans.
Wie een kijkje neemt in mijn kledingkast kan er geen touw aan vast knopen. Alle soorten, kleuren en stijlen hangen door elkaar heen. Het is een ratjetoe, Patty en Nada zouden er een rolberoerte van krijgen. Want wie ik ben is totaal niet af te leiden uit mijn kledingkeuze. Je zou kunnen zeggen dat ik maar wat doe. En dat is regelmatig het geval inderdaad. Maar toch staan al die verschillende stijlen voor mijn persoonlijkheid. Sommige mensen noemen het een wandelende chaos, anderen noemen het een onbegrijpelijke wanorde. Want mensen hechten waarde aan overzichtelijkheid. Voorspelbaarheid. Wie je bent moet van buitenaf makkelijk herkenbaar zijn. Als hockeymeisje ga je niet gekleed in ‘Anita-rokjes’ en als je directeur bent vertoon je je nooit en te nimmer met een hanenkam. Dat zijn nu eenmaal de sociale kledingcodes.
Door middel van je kleding maak je kenbaar tot welke groep je behoort. Gelijkgestemden kunnen je makkelijk herkennen in een menigte. Als je geld hebt kan je dat makkelijk aan de wereld kenbaar maken. Als je geen geld hebt ook natuurlijk, maar dat is veel minder vaak een duidelijke stijlkeuze. Ik hou niet van dat soort hokjes. Er is niet maar één soort mens die mijn interesse wekt. Gangsterrappertjes van een jaar of 16 kunnen namelijk echt bijzonder interessante levens leiden, net zoals oude opa’s met een oorlogsverleden waar ze graag over verhalen. En bij ieder mens ben je anders. In iedere situatie ben je anders. Het leven wordt pas saai als je probeert je hele wezen in één voorspelbare persoonlijkheid te proppen. Een persoonlijkheid die past in een bepaalde stroming, in een hokje, waar voorkeur voor kleding, schoeisel, vervoersmiddel, muziek, type woning en soorten van tijdsverdrijf vastliggen binnen bepaalde vastgelegde variabelen.
Ik kan overdag genieten van een voetbalwedstrijd met een stel bouwvakkers, terwijl ik ‘s avonds in mijn avondkleding een opera bijwoon en ‘s nachts in een reepje stof in, laten we zeggen, Nighttown, ‘mijn bil schud’. ‘s Ochtends met een pinkje omhoog een Espresso in een decadente tent, ‘s middags boer ik bij een biertje een hotdog op in de kroeg en ‘s avonds sta ik achteraan in de rij bij de Wok-Chinees. De eerste week vakantie ongedoucht op doortocht door de Sahara met de Nomaden, de tweede week in een vijfsterrenhotel aan de kust. Met de trein naar school, boodschappen bij de Lidl, gratis fruit proberen los te peuteren bij het scheiden van de markt, uitgenodigd worden voor een etentje met Champagne en kaviaar. Na de zoetsappige Bollywood een Hollywood horrorfilm. Een week lang iedere dag uitgebreid koken, de volgende week zien te overleven op blokjes kaas en een zakje Japanse zoutjes. Een weekje Costa Brava. Een maand rondtrekken in Marokko.
Ik speur hokjes af. Ik speur stijlen af. Ik probeer verschillende manieren van leven uit. Alle manieren van leven schenken op hun manier bevrediging, zolang ik ze maar allemaal kan beleven. Ik vind mezelf om de paar dagen opnieuw uit. Ik doe maar wat. En ik geniet ervan. Want iedere manier van leven heeft iets eigens te bieden. Als ik morgen directeur zou worden, zou ik overmorgen met een hanenkam lopen. Als ik verkering met Sjonnie zou krijgen zou ik me accuut verkleden als hockeymeisje. Mijn leven is een verkleedpartijtje. Voor iedere gelegenheid een andere outfit. In iedere situatie een andere persoonlijkheid. En toch ben ik altijd mezelf. Maar dan een beetje anders.
U zei: