archief

Page 1 of 41234

Ik ben een vent

 

Ik ben er al wel vaker van beschuldigd meer op een jongetje te lijken dan op een meisje. In mijn puberteit had dat met name te maken met mijn ‘twee erwtjes op een plankje’ die maar niet tot tuinbonen wilden uitgroeien. Om de uitspraak wat meer inhoud te geven ben ik braaf jongensachtig bravouregedrag gaan vertonen. Ik doe immers alles om aan andermans verwachtingen te voldoen. Toen kwam de tijd dat ik met gemak mijn voor- en achternaam boerend kon spellen en vervolgens pasten mijn ideeën over liefde en seks niet meer bij de Viva en de Yes. Tegenwoordig schijn ik te communiceren als een bouwvakker en moet ik eerlijk toegeven dat ik in de liefde weleens denk dat mannen net wijven zijn.

Er is echter één echt bewijs dat ik inderdaad geen vrouw ben, maar een vent. Ik kan namelijk nooit twee dingen tegelijkertijd doen. Nou ja…. Ik kan mijn nagels lakken en roken tegelijkertijd. Ik kan tegelijkertijd praten en neuspeuteren. Ik kan poepen en bellen prima combineren en eten en scheten laten gaat ook makkelijk samen. Maar dat zijn handelingen nietwaar? Met nadenken gaat dat heel anders. Als ik aan mijn scriptie werk bijvoorbeeld, kan ik niet mailen. Als ik aan het lezen ben kan ik niet bellen. En als ik aan het schrijven ben kan ik niet aardig zijn. Daar hebben mannen wel vaker last van.

Beste God (deel 2)

 

Na jaren onzichtbaar te zijn gebleven voor de God van de Christenen, is het dan toch gebeurd: God heeft me gevonden. En God alle Jezus nog aan toe, wat gaat het er bij die ‘man’ agressief aan toe zeg. Niet op het fysieke vlak, de voet tussen deur heb ik nog niet gehad. Maar ik hoef maar een teen buiten de deur te steken en hij heeft al hel en verdoemenis over me uitgestort. Kijk, Jehova’s vind ik ook irritant, maar daar kan je nog mee in discussie gaan (klik). En daarbij komen Jehova’s je liefde brengen, tot aan de voordeur. En dat is toch fijn. Je eerste introductie met de god van de Jehova’s zou in theorie dus in ieder geval niet vervelend hoeven te zijn. Wat die Jehova allemaal met je doet op het moment dat je bij de Wachttoren binnen bent doet dan even niet ter zake. Jehova is op het eerste gezicht geen onaantrekkelijke god, laten we het daar even op houden. De God van de Christenen daarentegen schijnt me vanuit zijn hemelgewelf te hebben gesignaleerd als zondares, en dat is best griezelig. Van alle kanten stuurt God kleine hulp-Godjes en Jezusfiguren op me af om me te laten boeten voor mijn zonden. Het is goddank nog niet te laat voor mij, maar daar is dan ook alles mee gezegd. Want boeten zal ik, Gods helpers op aarde hebben zich daartoe als een pitbull in me vastgebeten.

 

Verscholen tussen een dichte massa van winkelend publiek met een emotionele bui van Hier tot aan de Hel weten de rechtschapen verkondigers van het woord me nog te vinden, me een flyer in mijn hand te drukken waaruit blijkt dat God ziet dat ik af en toe wel een borreltje lust. En ja, ik geef toe, ik heb in mijn leven wisselende seksuele contacten buiten het huwelijk gehad, maar om me nou meteen als publieke vrouw af te schilderen? Op het Centraal Station in Amsterdam weet één van de hoofdpieten van God me te vertellen dat God ook van mij houdt, heus waar, maar dat ik zo barstensvol zonden zit, dat ik niet zomaar eventjes een enkeltje naar de Hemel zal mogen boeken als de tijd daar is. Nu net aan de voordeur vertelt een wel hele witte hulp-God me dat God me in de gaten houdt, God ziet namelijk alles. Dat ik mijn zonden dan mét condoom heb begaan kan God echt helemaal niets schelen. Ik zal branden in de Hel als ik zo doorga. En eerlijk gezegd vind ik dat best angstaanjagend. Met slaperige oogjes en een hele sterke wil die nog op bed ligt, ben ik dan bijna gezwicht en heb ik mijn zonden op een haar na luid schreeuwend over straat uitgestort. Maar Goddank is mijn bijdehante en recalcitrante innerlijke Duiveltje altijd wakker en kon ik het niet nalaten te vragen of ik het niet goed kon maken met God door vanavond braaf een winterpeen voor het paard in mijn schoen te leggen. De verbouwereerde hulp-God aan de deur stelde me daarop een eeuwig branden in het Vagevuur voor. "Nee bedankt meneer," antwoordde ik. "Dan geloof ik liever in Sinterklaas. Dan is een pak zout het ergste wat ik kan verwachten. Als ik me niet gedraag krijg ik geen urenlange preken, maar hooguit een pepernoot in mijn oog, die daarna gewoon nog eetbaar is ook. Door een stel goedgevormde, lenige pieten ontvoerd te worden naar Spanje lijkt me alleen maar een prettig vooruitzicht. En op de kastijding kan ik me in dat opzicht alleen maar verheugen."

 

Dus Beste God, de volgende keer als U denkt dat ik nu eenzaam en kwetsbaar genoeg ben om tot Uw kudde volgzame schaapjes te worden toegevoegd, zou ik eerst eens een goede marketingadviseur in de hand nemen. Mijn zieltje is blijkbaar absoluut te winnen in ruil voor een Dardabaan, of een Playmobil kasteel. Of een Márklin trein. Een racebaan. Een mini-pooltafel. Een skippybal. Of rolschaatsen. Afijn, u krijgt het plaatje. Als U alleen maar die vermaledijde Hel in de aanbieding blijft gooien laat u dus kansen liggen, en dat is toch eeuwig Zonde!

Ik haat je

 

Ik heb een hekel aan mensen. Dat is best apart voor een sociaal wetenschapper (in spé). Of misschien juist niet. Hoe dan ook, ik heb een hekel aan mensen. Daar ben ik vandaag achter gekomen. Zo heb ik een hekel aan mensen die me zonodig om een uur of zes ‘s ochtends wakker moeten maken omdat ze met hun onberispelijke arbeidsethos persé de deur uit moeten om op tijd te komen. Ik heb een hekel aan de mensen die de Samsung Ladyphone hebben ontworpen; speciaal voor alle vrouwelijke behoeften en daarbij gemakshalve de behoeften van meisjes zoals ik vergeten zijn. Een behoorlijke snooze-functie bij het wekkertje zou erg handig zijn namelijk. Niet één die iedere vijf minuten af gaat. Eén die gewoon twee uur later nog een keer helpt herinneren dat je op moet staan. Meisjes zoals ik willen tussen zes en acht namelijk gewoon nog een REM-slaapje genieten.

 

Ik heb ook een hekel aan dieven. Het is namelijk hun schuld dat ik mijn voordeur af moet sluiten als ik wegga. En het is niet altijd even makkelijk je sleutels terug te vinden. Ik heb een hekel aan buschauffeurs en automobilisten die met alle geweld bussen en auto’s op elkaar moeten laten botsen, zodat ik een half uur op de bushalte kan staan verkleumen omdat geen enkele bus meer kan rijden. En ik dus wéér te laat kom op mijn afspraak, terwijl ik nu echt maar twee minuten te laat was voor de bus. Ik heb een hekel aan alle andere mensen die eigenwijs op de bushalte blijven wachten terwijl er geen bus rijdt, en zich vervolgens met zijn tiggen tegelijk in de eerstvolgende bus proberen te proppen. Ik heb een hekel aan conducteurs die precies op het moment dat ik zit te stuntelen met mijn kop koffie, boek, MP3-speler en batterijen mijn plaatsbewijs willen controleren. Ik heb een hekel aan automobilisten die op een voorrangsweg waar je 70 km per uur mag niet even kunnen remmen voor plots overstekende, slaperige meisjes zoals ik. En ik heb een hekel aan bromfietsers die precies dán gebruik moeten maken van het fietspad, want dat is in dit soort gevallen meestal écht de laatste vluchtroute. Bovendien zouden meisjes zoals ik dan niet net het kontje van de trein die maar één keer in het half uur rijdt, achter een brommerhelm hoeven te zien verdwijnen.

 

Ik heb een nog grotere hekel aan mensen die menen zich te moeten verplaatsen met de trein. Mensen die breeduit naast je denken te kunnen gaan zitten. Mensen die met een onhebbelijke, razendsnelle beweging net de Metro voor je neus vandaan kapen. Oudere mensen die een kwartier voor mijn uitstaphalte al op moeten staan en het gangpad blokkeren. Gezinnetjes die eerst alle hoofdjes geteld willen hebben alvorens ze de ruimte achter de treindeuren vrij maken voor andere uitstappers. Kleine, breekbare vrouwtjes die tien keer om hun eigen as draaien, dan pas besluiten dat ze naar links willen en op het moment dat jij dan de rechterkant kiest, toch ook maar naar rechts moeten uitwijken. Oudere heren met te grote kolberts die iedere traptrede met twee voeten moeten beroeren. Vrouwen die met buggy’s de trap af moeten en er daardoor voor zorgen dat meisjes zoals ik zich de longen uit hun lijf moeten rennen om de overstaptrein te halen. Conducteurs die net de deuren van de overstaptrein dicht moeten gooien op het moment dat de overstappers bovenaan de trap staan. En buschauffeurs die echt op de minuut precies moeten vertrekken. En daarbij vergeten dat overstaptrein nummer twee 16 minuten vertraging had, in plaats van vijftien. En het meest gekke van alles is waarschijnlijk dat ik normaal gesproken een hekel heb aan haastende en jachtende meisjes zoals ik.

Oh, en als er iemand is die goede contacten heeft met de Here; zou u even kunnen vragen of hij de deur van zijn vrieskist dicht wil doen? Ik verga van de kou hier beneden.

Mort Subite

Ik ben er vast van overtuigd dat ik tot een uitstervend ras behoor, maar ik ben zo’n type die graag met de trein reist. Toegegeven, de laatste tijd komt het me soms mijn strot uit als de zoveelste vertraging rond Utrecht mijn blaas tergend treitert, maar toch, de trein blijft mijn favoriete vervoersmiddel. Zodra je in de trein stapt, bevindt je je direct in de levendigheid, je hebt geen last van files, je kan onderweg meestal gewoon plassen en beenruimte heb je vaak ook voldoende. Toen ik besloot een tripje naar Brussel te maken was de keuze voor het vervoersmiddel dus snel gemaakt. Waarom ik daar van af ben geweken begrijp ik nog steeds niet. Zeker niet omdat de auto die de trein moest vervangen op mijn tripje, op het station in de woonplaats van mijn reisgezel al boosaardig naar me leek te grijnzen. Ik denk zeker te weten dat ik niet gek ben als ik zeg dat ik dacht aan te voelen dat die auto er geen zin in had, in dat tripje. En ik geef eerlijk toe dat ik er zeer serieus over na heb gedacht mijn reisgezel ervan te overtuigen toch de NS te spekken in plaats van de Shell, maar het handige aan afspreken op het station is dat je daar ook getuige kunt zijn van de vertragingsberichten, ook al heb je er verder niets bij de treinen te zoeken. Tenminste. Je denkt dat dat handig is. Maar het kan natuurlijk altijd blijken dat het spreekwoord ‘wat niet weet, wat niet deert’ niet voor niets is uitgevonden. Het is me in elk geval later op de avond meerdere malen door mijn hoofd geschoten. Vertrekken midden in de spits leek me niet handig, maar dat bleek het probleem niet te zijn. Met weinig vertraging kwamen we rond een uur of negen aan in Brussel. Helaas via de verkeerde afslag. Waardoor we aan precies de verkeerde kant van Brussel terecht kwamen. En verdwaald raakten. Het blijft België natuurlijk. Geen touw vast te knopen aan de wegbewijzing. En als je dan na een uur tot de conclusie komt dat je nog steeds rondjes aan het rijden bent in hetzelfde stadsdeel, dan besluit je als meisje van 1.65 meter uit te stappen in één van de meest ongure achterbuurten van Brussel, om bij een café, waar een groepje crackjongeren naast geposteerd staat, de weg te gaan vragen. In het Frans.

 

Nu klinkt dat allemaal niet zo gek spectaculair. Maar wat als je kennis van de Franse taal als meisje van 1.65 meter, met paspoort, credit card, bankpasjes, fototoestel, mobiele telefoon in een te kleine tas gepropt, te wensen overlaat? En wat als dan de auto van je reisgezel -die er nota bene bijna de hele reis liefkozend tegen heeft zitten praten- er dan tijdens de korte tussenstop plotseling mee uitscheidt en het absoluut weigert verder te rijden? Dan bedenk je je dat je niet zo vaak had moeten wensen om eenmort subite in de voorgaande dagen. Al had ik het niet over de accu toen ik die wens uitsprak, geloof me. En op dat soort momenten kan het dan ook nog gebeuren dat er relletjes plaatsvinden in de stad, dat de aardige meneer aan wie je de weg vraagt je om de tien seconden op je hart drukt dat je gevaar loopt in dat deel van de stad -wat de bewoners ook wel Chicagoplachten te noemen- en dat de wegenwacht voor het eerst sinds haar bestaan onbereikbaar blijkt te zijn. En je ook nog geparkeerd staat op een bushalte. Waar uiteraard een wegsleepregeling van kracht is. Dan maak je gebruik van je vrouwelijke charme om je redder in nood voor je te winnen. Dan blijkt dat in nood je kennis van de Franse taal ineens heel wat beter is dan in het klaslokaal. En dan heb je natuurlijk schijtmazzel als de redder in nood zich inderdaad geroepen voelt je te helpen de auto naar een parkeerplek te duwen, je een veilige escorte uit Chicago te bieden en je bovendien veilig en wel tot (bijna) aan de deur van je hotel te begeleiden door de grote, boze stad. Dan realiseer je je dat voorgevoelens niet voor niets bestaan. Dat de NS helemaal zo slecht nog niet is. En dat je uitspraak van de Franse taal beslist nog wat oefening behoeft. En dat een slecht begin de toon van je tripje niet hoeft te zetten natuurlijk. Want verder is alles prima en naar mijn zin verlopen. Ik heb er aardig wat interessante contacten bij voor mijn onderzoek in Sierra Leone, ik had een prettige ontmoeting met een interessante journalist en ik heb heerlijk vanaf een terrasje Brussel beleefd. In het zonnetje. Niet met Mort Subite.

Het leven is een verkleedpartijtje

Stel je voor: Eén weekendtas, vier totaal verschillende outfits. Een spijkerbroek, een trainingspak a la Juicy Couture, cargo-pants, een nette jurk, twee paar hakken, sportschoenen, knalroze sokken, een bewerkte panty, 2 strings, 2 boxershorts. Het weekeinde duurt bij elkaar ongeveer 52 uur en in die 52 uur transformeer je maar liefst vier keer tot totaal verschillende persoonlijkheden. Een avondje relaxen bij iemand op de bank, een dagje shoppen, een avondje stappen en een society-uitje. Vier totaal verschillende gelegenheden. Vier totaal verschillende soorten gezelschap. En dit is geen toeval, dit is een doorsnee weekeinde. Voor mij althans.

Wie een kijkje neemt in mijn kledingkast kan er geen touw aan vast knopen. Alle soorten, kleuren en stijlen hangen door elkaar heen. Het is een ratjetoe, Patty en Nada zouden er een rolberoerte van krijgen. Want wie ik ben is totaal niet af te leiden uit mijn kledingkeuze. Je zou kunnen zeggen dat ik maar wat doe. En dat is regelmatig het geval inderdaad. Maar toch staan al die verschillende stijlen voor mijn persoonlijkheid. Sommige mensen noemen het een wandelende chaos, anderen noemen het een onbegrijpelijke wanorde. Want mensen hechten waarde aan overzichtelijkheid. Voorspelbaarheid. Wie je bent moet van buitenaf makkelijk herkenbaar zijn. Als hockeymeisje ga je niet gekleed in ‘Anita-rokjes’ en als je directeur bent vertoon je je nooit en te nimmer met een hanenkam. Dat zijn nu eenmaal de sociale kledingcodes.

Door middel van je kleding maak je kenbaar tot welke groep je behoort. Gelijkgestemden kunnen je makkelijk herkennen in een menigte. Als je geld hebt kan je dat makkelijk aan de wereld kenbaar maken. Als je geen geld hebt ook natuurlijk, maar dat is veel minder vaak een duidelijke stijlkeuze. Ik hou niet van dat soort hokjes. Er is niet maar één soort mens die mijn interesse wekt. Gangsterrappertjes van een jaar of 16 kunnen namelijk echt bijzonder interessante levens leiden, net zoals oude opa’s met een oorlogsverleden waar ze graag over verhalen. En bij ieder mens ben je anders. In iedere situatie ben je anders. Het leven wordt pas saai als je probeert je hele wezen in één voorspelbare persoonlijkheid te proppen. Een persoonlijkheid die past in een bepaalde stroming, in een hokje, waar voorkeur voor kleding, schoeisel, vervoersmiddel, muziek, type woning en soorten van tijdsverdrijf vastliggen binnen bepaalde vastgelegde variabelen.

Ik kan overdag genieten van een voetbalwedstrijd met een stel bouwvakkers, terwijl ik ‘s avonds in mijn avondkleding een opera bijwoon en ‘s nachts in een reepje stof in, laten we zeggen, Nighttown, ‘mijn bil schud’. ‘s Ochtends met een pinkje omhoog een Espresso in een decadente tent, ‘s middags boer ik bij een biertje een hotdog op in de kroeg en ‘s avonds sta ik achteraan in de rij bij de Wok-Chinees. De eerste week vakantie ongedoucht op doortocht door de Sahara met de Nomaden, de tweede week in een vijfsterrenhotel aan de kust. Met de trein naar school, boodschappen bij de Lidl, gratis fruit proberen los te peuteren bij het scheiden van de markt, uitgenodigd worden voor een etentje met Champagne en kaviaar. Na de zoetsappige Bollywood een Hollywood horrorfilm. Een week lang iedere dag uitgebreid koken, de volgende week zien te overleven op blokjes kaas en een zakje Japanse zoutjes. Een weekje Costa Brava. Een maand rondtrekken in Marokko.

Ik speur hokjes af. Ik speur stijlen af. Ik probeer verschillende manieren van leven uit. Alle manieren van leven schenken op hun manier bevrediging, zolang ik ze maar allemaal kan beleven. Ik vind mezelf om de paar dagen opnieuw uit. Ik doe maar wat. En ik geniet ervan. Want iedere manier van leven heeft iets eigens te bieden. Als ik morgen directeur zou worden, zou ik overmorgen met een hanenkam lopen. Als ik verkering met Sjonnie zou krijgen zou ik me accuut verkleden als hockeymeisje. Mijn leven is een verkleedpartijtje. Voor iedere gelegenheid een andere outfit. In iedere situatie een andere persoonlijkheid. En toch ben ik altijd mezelf. Maar dan een beetje anders.

Page 1 of 41234
Gin is antropoloog en schrijfster van de boeken De Wil Om Te Doden, Moordjongens en Ana.


Onderwerpen

Mijn archief

Oudere archieven

Nieuwe blogs per email