Ik ben een ‘net-niet’ meisje. Met alles eigenlijk. Ik heb het gewoon net niet. Ik heb nèt niet de hipste gadgets, nèt niet de hipste kleding, nèt niet het hipste kapsel, en net niet het hipste leven.
Met sommige dingen ben ik het zelfs helemáál niet. Ik ben niet hip genoeg voor een wijntje ‘s avonds op de bank. Ik ben niet mondain genoeg voor voedsel op bedjes van rucolasla en mousse toetjes. Ik ben niet slim genoeg om een wetenschappelijke prijs in de wacht te slepen. Niet dat ik daar moeite voor heb gedaan, want als ‘net-niet’ meisje, weet ik ook gewoon net niet hoe ik dat soort mogelijkheden op moet zoeken.
Soms heb ik het gevoel dat alles wat ik doe, het gewoon allemaal ‘net-niet’ is. Ik ben een duizendpoot en alleskunner, maar ik blink overal net-niet in uit. En soms heb ik het gevoel dat ik de lat gewoon net-niet hoog genoeg leg. En zo gaat het ook met alles wat ik koop. De hele wereld loopt met de nieuwste design gadgets, en ik neem genoegen met een koelkast die wel hetzelfde kan, maar die bij lange na niet hetzelfde aanzien geniet.
Als net-niet meisje, heb ik ook voortdurend het gevoel een vreemde eend in de bijt te zijn. Vroeger op school al. Terwijl de hele klas een 501 aan zijn kont trok, gaf ik mijn kleedgeld liever aan andere dingen uit. Hoeveel commentaar ik er ook op kreeg. Dat in een 501 mijn platte achterwerk er bijvoorbeeld veel mooier uit zou zien. Uiteindelijk heb ik, terwijl de rest van de klas al op nieuwe modellen was overgestapt, een keer een afgekeurde 501 gekocht. Voor een vijfde van de prijs. Ik voelde geen enkel verschil. Behalve dan, dat ik er weer net-niet bij hoorde.
En ik kan het nog steeds niet. Een budget voor een maand voedsel uitgeven aan een kledingstuk. Ik blijf hangen bij de neppers en de marktversies van de laatste mode. In een restaurant kan ik het ook nog steeds niet over mijn hart verkrijgen het allerduurste gerecht op de kaart te nemen. Al heb ik er nog zoveel trek in. En trendy eten, wil mijn maag op één of andere manier niet hebben.
Ik geef nog altijd het liefste mijn geld uit aan het leven. Een leven dat ook allerminst trendy te noemen is. Vergeleken bij de verhalen van anderen, is mijn leven het gewoon ‘net-niet’. Ik kan nooit vertellen dat ik naar die ene hippe tent ben geweest, of verlááfd ben aan dat trendy drankje, of mijn zinnen heb gezet op die megapopulaire auto. Het gaat allemaal aan me voorbij.
Ik verlang weleens naar een puntzak Vlaamse frieten, een speciaaltje van de Febo, of een lekker koud biertje. Een normale. Van de tap. Met de beste wil van de wereld kan ik geen trek krijgen in Sushi, of oesters, of zelfs kaviaar. Ook al is het allemaal nog zo mondain. Ik heb geen uitgesproken smaak. Het zal bij mij thuis dan ook altijd meer een zooitje bijeengeraapt blijven, dan design of gestyled. Mijn kapsel is ook al een jaar of vijftien exact hetzelfde. Net als mijn levensstijl.
Als ‘net-niet’ meisje ben ik eigenlijk maar heel gewoontjes. Dertien in het dozijn. Miss doorsnee. Altijd al geweest ook. Misschien moet ik me er wel gewoon bij neerleggen dat ik het nooit helemaal zal zijn. Maar dat lukt me dan ook weer net niet.
Stel je voor: Eén weekendtas, vier totaal verschillende outfits. Een spijkerbroek, een trainingspak a la Juicy Couture, cargo-pants, een nette jurk, twee paar hakken, sportschoenen, knalroze sokken, een bewerkte panty, 2 strings, 2 boxershorts. Het weekeinde duurt bij elkaar ongeveer 52 uur en in die 52 uur transformeer je maar liefst vier keer tot totaal verschillende persoonlijkheden. Een avondje relaxen bij iemand op de bank, een dagje shoppen, een avondje stappen en een society-uitje. Vier totaal verschillende gelegenheden. Vier totaal verschillende soorten gezelschap. En dit is geen toeval, dit is een doorsnee weekeinde. Voor mij althans.
Wie een kijkje neemt in mijn kledingkast kan er geen touw aan vast knopen. Alle soorten, kleuren en stijlen hangen door elkaar heen. Het is een ratjetoe, Patty en Nada zouden er een rolberoerte van krijgen. Want wie ik ben is totaal niet af te leiden uit mijn kledingkeuze. Je zou kunnen zeggen dat ik maar wat doe. En dat is regelmatig het geval inderdaad. Maar toch staan al die verschillende stijlen voor mijn persoonlijkheid. Sommige mensen noemen het een wandelende chaos, anderen noemen het een onbegrijpelijke wanorde. Want mensen hechten waarde aan overzichtelijkheid. Voorspelbaarheid. Wie je bent moet van buitenaf makkelijk herkenbaar zijn. Als hockeymeisje ga je niet gekleed in ‘Anita-rokjes’ en als je directeur bent vertoon je je nooit en te nimmer met een hanenkam. Dat zijn nu eenmaal de sociale kledingcodes.
Door middel van je kleding maak je kenbaar tot welke groep je behoort. Gelijkgestemden kunnen je makkelijk herkennen in een menigte. Als je geld hebt kan je dat makkelijk aan de wereld kenbaar maken. Als je geen geld hebt ook natuurlijk, maar dat is veel minder vaak een duidelijke stijlkeuze. Ik hou niet van dat soort hokjes. Er is niet maar één soort mens die mijn interesse wekt. Gangsterrappertjes van een jaar of 16 kunnen namelijk echt bijzonder interessante levens leiden, net zoals oude opa’s met een oorlogsverleden waar ze graag over verhalen. En bij ieder mens ben je anders. In iedere situatie ben je anders. Het leven wordt pas saai als je probeert je hele wezen in één voorspelbare persoonlijkheid te proppen. Een persoonlijkheid die past in een bepaalde stroming, in een hokje, waar voorkeur voor kleding, schoeisel, vervoersmiddel, muziek, type woning en soorten van tijdsverdrijf vastliggen binnen bepaalde vastgelegde variabelen.
Ik kan overdag genieten van een voetbalwedstrijd met een stel bouwvakkers, terwijl ik ‘s avonds in mijn avondkleding een opera bijwoon en ‘s nachts in een reepje stof in, laten we zeggen, Nighttown, ‘mijn bil schud’. ‘s Ochtends met een pinkje omhoog een Espresso in een decadente tent, ‘s middags boer ik bij een biertje een hotdog op in de kroeg en ‘s avonds sta ik achteraan in de rij bij de Wok-Chinees. De eerste week vakantie ongedoucht op doortocht door de Sahara met de Nomaden, de tweede week in een vijfsterrenhotel aan de kust. Met de trein naar school, boodschappen bij de Lidl, gratis fruit proberen los te peuteren bij het scheiden van de markt, uitgenodigd worden voor een etentje met Champagne en kaviaar. Na de zoetsappige Bollywood een Hollywood horrorfilm. Een week lang iedere dag uitgebreid koken, de volgende week zien te overleven op blokjes kaas en een zakje Japanse zoutjes. Een weekje Costa Brava. Een maand rondtrekken in Marokko.
Ik speur hokjes af. Ik speur stijlen af. Ik probeer verschillende manieren van leven uit. Alle manieren van leven schenken op hun manier bevrediging, zolang ik ze maar allemaal kan beleven. Ik vind mezelf om de paar dagen opnieuw uit. Ik doe maar wat. En ik geniet ervan. Want iedere manier van leven heeft iets eigens te bieden. Als ik morgen directeur zou worden, zou ik overmorgen met een hanenkam lopen. Als ik verkering met Sjonnie zou krijgen zou ik me accuut verkleden als hockeymeisje. Mijn leven is een verkleedpartijtje. Voor iedere gelegenheid een andere outfit. In iedere situatie een andere persoonlijkheid. En toch ben ik altijd mezelf. Maar dan een beetje anders.
Ik ben een nachtmeisje. Nachtmeisjes, het woord zegt eigenlijk al genoeg, zijn meisjes die met name ‘s nachts tot bloei komen. Nachtmeisjes kennen geen strakke schema’s, leven eigenlijk een beetje zoals het ze uitkomt en kunnen niet zo goed tegen vroeg opstaan. Maar voor de meeste nachtmeisjes komt onherroepelijk de dag dat ze zich zullen moeten transformeren tot dagmeisjes. Tot meisjes met een baantje. Tot meisjes met een strak schema. En tot meisjes die vroeg in de ochtend uit hun bed moeten. Als nachtmeisje sta je niet op vriendschappelijke voet met de wekker. Wekkers maken onbekende geluiden. En als dat soort onbekende wekkergeluiden dan ook nog eens door de telefoon komen, dan neem je als nachtmeisje netjes de telefoon op, zeg je: "Laat me met rust, eikel!" en smijt je je mobiele nachtmerrie een eind door de kamer. Als nachtmeisje krijg je vervolgens een boze droom. Dat je moet werken. En dan schrik je wakker als nachtmeisje, dik drie kwartier later dan in het strakke schema stond.
Omdat het de eerste dag is bij het nieuwe baantje, en je als nachtmeisje bij sollicitatiegesprekken niet echt op de dresscode in het bedrijf let, ben je gedwongen je onhandelbare, veel te grote bos krullen te temmen. Als nachtmeisje ben je daar normaal gesproken wel een half uurtje zoet mee. Maar omdat je als nachtmeisje drie kwartier te laat bent, besluit je een hele pot gel over je haar leeg te gooien, er hard met de borstel doorheen te raggen, totdat het dan in ieder geval glad langs je gezicht valt. Om er even later in de spiegel achter te komen dat door deze strak-met-gel-in-de-knot-actie een relatief grote kale plek zich aftekent op een relatief goed zichtbare plaats op je hoofd. Als nachtmeisje heb je een goede relatie met je kat die tevreden naar je geschreeuw en geklaag luistert. Voor de 800ste keer in anderhalve dag tijd vraag je de kat in een wanhopige schreeuw waarom je in jezusnaam geen last hebt van PMS zodat je op tijd bepaalde onmisbare randattributen in huis kan halen. Dan begin je als nachtmeisje in je laatste, kostbare vijf minuten een zoektocht van tien minuten naar, goddank, de allerlaatste tampon in huis.
De trap naar beneden is ‘s ochtends een onneembare hindernis voor een nachtmeisje. Voetje voor voetje schuifelt een nachtmeisje met trillende beentjes naar beneden. Tree voor tree. Om bij de één na laatste trede zó misselijk te worden dat de rest van de trap en de kamer binnen een seconde overbrugd zijn en de boterham van de dag ervoor toch netjes in het sanitair belandt. Sommige nachtmeisjes hebben dan ook nog een hondje, die naar buiten wil, die gedwongen wordt een nieuw record in ontlasten te vestigen en op eten moet wachten totdat het nachtmeisje ‘s middags weer thuiskomt.
En nachtmeisjes rennen standaard te laat de deur uit, moeten standaard tien keer terug naar huis rennen om OV-kaarten, geschikt schoeisel en pakjes sigaretten te gaan halen. En nachtmeisjes missen dan uiteraard de enige bus die een goede verbinding op de trein geeft. In een wanhopige poging tot goed gedrag rent een nachtmeisje dan tevergeefs achter de bus aan, wordt door deze veel te inspannende actie nogmaals misselijk en spuugt dan het veel te kleine vuilnisbakje bij de bushalte onder. Als nachtmeisje ben je dan blij dat de rest van de forensen die bus wel gehaald hebben. Maar als nachtmeisje overkomt het je dan ook net dat een werkgraag mannetje met een oranje jasje het vuilnisbakje moet komen legen, zo op de vroege ochtend.
Als je als nachtmeisje dan eindelijk op het treinstation aankomt, de trein op een kilometer lengte mist, toch besluit een renactie op de trap te doen, dan wil het weleens gebeuren dat je als nachtmeisje van de trap af dondert, bovenaan de trap keihard je voet stoot tegen een onnuttige gele pilaar, je halve voet door je laars heen open haalt en gered moet worden door de eerste de beste overgeile kantoorklerk die het niet kan laten te lang in je opengesprongen bloesje te blijven kijken. Uiteraard heeft trein 2 een fikse vertraging, sta je als nachtmeisje een dikke vijf minuten opgescheept met je broederige redder en geef je na lang onderhandelen het telefoonnummer van een volslagen onbekende. Als nachtmeisje ben je de onderdaan van een wrede god die er voor zorgt dat je juist op dit soort momenten en in de meest godsonmogelijke periode van de maand transformeert tot een hormoonbom, veel te geanimeerd met een mooie jongen blijft staan praten, bijna vergeet de trein in te stappen, struikelt over het treintrappetje en uiteindelijk in de trein op de plaats naast de redder van de dag komt te zitten.
Als nachtmeisje ben je dan bereid de moed op te geven. Met het vooruitzicht veel te laat aan te komen bij je nieuwe baantje, besluit je als nachtmeisje de halve wereld af te bellen voor morele steun. En terwijl je als nachtmeisje je hart in een emotioneel betoog door de hele treincoupé blert, ontstaat er aan de andere kant van de lijn zo’n hard lachsalvo waar andere mensen in de coupé blijkbaar ook veel schik om moeten hebben, zijn de enige quasi ondersteunende woorden die je kan krijgen; "Typisch Gin!"

Beste luchtbeddenfabrikant,
Ik wil u graag aanraden uw medewerkers flink lange vakanties aan te bieden. De reis naar verre oorden moeten ze maar zelf bekostigen, maar geeft u hen vooral een flinke voorraad luchtbedden mee. Dure luchtbedden. Van die luchtbedden die je ook graag weer mee terug naar huis neemt aan het einde van de vakantie. Misschien dat bij uw ontwerpafdeling dan enige affiniteit met het product ontstaat, want werkelijk waar, wie nu het systeem heeft bedacht moet echt nog nooit een luchtbed hebben opgeblazen. Door het veiligheidsventieltje is het namelijk echt een hels karwei de pomp er stevig in te stoppen. Ben je net lekker hard aan het pompen, schiet dat ding er met een noodgang uit, samen met een hoop van de reeds ingeblazen lucht. Ja die klepjes zijn er natuurlijk om het ontsnappen van lucht tegen te gaan. Maar bij het opblazen merk je daar niet zoveel van. Bij het leeg laten lopen wel overigens. Het is bijna een godsonmogelijk karwei om zo’n luchtbed volledig vrij van lucht te maken. Mijn lichaamsgewicht kan die strijd in ieder geval niet aan. De buren hebben het gesticht al gebeld, ik heb er bovenop gelegen. Een bommetje geprobeerd. De foetushouding. Niets werkt. Uiteindelijk wist de schaar de oplossing te bieden. En dat kan niet de bedoeling zijn. Of juist wel?
Met vriendelijke groet,
Het meisje uit het luchtkasteel
U zei: