Beste supermarktmanagers van Nederland,
Ik snap best dat het lastig is. Klanten. En dan vooral van die klanten met afgeladen winkelkarretjes. En moeders met kinderwagens en anderszins meegetorst kroost. Minder valide bejaardjes met een rollatortje. Heel vervelend. Vind ik ook. Misschien bent u daarom massaal met een anti-klanten winkelbevoorradingsactie begonnen? Gewoon alle winkelpaden barricaderen met bevoorradingskarren en bijbehorend in de weg staand personeel. Effectief klanten wegjagen door ze gewoon het winkelen te beletten. Een hele goede zet. Ik kan u verzekeren dat het inderdaad werkt.
Met name zo rond vier à vijf uur ‘s middags, rond de feestdagen en op zaterdagen is uw strategie ronduit slim te noemen. Ik race nu, in plaats van goed mijn tijd te nemen om even alles goed te bekijken, honderd keer te twijfelen en uiteindelijk veel en veel te veel mee te nemen, met een briefje door uw gebarricadeerde winkelpaden om zo snel mogelijk weer buiten te kunnen staan. De impulsaankoopaanwakkerende goederen bij de kassa laat ik braaf in de mandjes liggen. Ik zou niet durven graaien namelijk, misschien moet het nog wel ergens opgeborgen of ingeruimd worden. Je weet maar nooit tegenwoordig.
Ook ben ik u oneindig dankbaar dat de kassabeleefheidspraatjes voorgoed tot het verleden lijken te behoren. Die verplichte ‘goedemiddag’ iedere keer ís ook rete-irrtant. En het is werkelijk fijn dat wij vervelende klanten nu ook eindelijk eens al uw vuile was te zien krijgen. Dat Bep vanmiddag weer geen pauze heeft gehad. En dat Sofie nu alweer niet gewoon om vier uur naar huis kan, omdat u een personeelstekort heeft. Hoewel ik me over dat laatste afvraag of het überhaupt waar is. Of misschien ligt het wel aan mij. Maar ik struikel in ieder geval om de drie meter over weer een nieuwe vloekende puber in bedrijfskleding.
Misschien, beste supermarktmanagers van Nederland, kunt u in de Dikke van Dalen het woord ‘plannen’ eens opzoeken. Het staat maar een klein stukje verder dan ‘inroosteren’. Het is maar een ingeving. Alleen voor Bep hoor. En Sofie. Want je zou er toch niet aan moeten denken dat al die mensen ineens weer met overvolle boodschappenkarretjes komen aanzetten, of met kinderwagens en anderszins meegetorst kroost. Het is inderdaad veel handiger als wij moeders die thuislaten, zodat we ons dubbel en dwars zullen haasten om uw winkel weer uit te komen. En ach ja, voor de rollatoren laat u inderdaad maar best sneeuw en ijs voor de deur liggen. De verzekering kan wel zorgen voor die ene verdwaalde bejaarde die het toch waagt om naar uw winkel te komen. Voor Bep dus. En Sofie. Dat plannen. Het is maar een idee.
PS. Ik heb me laten vertellen dat ‘s avonds, zo tijdens het nieuws en Goede Tijden Slechte Tijden, weinig mensen nog iets nodig hebben uit de winkel. Misschien zou u Bep dan pauze kunnen geven? Dan kan ze op drukke tijdstippen namelijk gewoon helpen om klanten dwars te zitten met de anti-klanten winkelbevoorradingsactie!
Vrede op aarde, en in de mensen een welbehagen…
Natuurlijk heeft Beatrix gelijk in haar kerstrede. In heel veel dingen. Maar niet in alles. En nu weet ik dat zo’n toespraakje maar kort is, maar toch is het wat makkelijk om het hoe en waarom achter alles te vergeten. Alles heeft een reden namelijk. En misschien is het eens aardig om naar die reden op zoek te gaan. Want wie al te lang stilstaat bij symptomen, zou haast vergeten dat er een heuse kwaal achter schuilt. En dat er een kwaal is, staat als een paal boven water.
Ook ik vind, net als de koningin, dat er een groot gebrek is aan solidariteit, naastenliefde, onderling contact en zelfs aan goede smaak. We roepen het al zo lang: onze samenleving verhardt. Een heuse constatering. Maar het is tegelijkertijd ook ‘gewoon’ maar een uitspraak. Want wie interesseert het nou nog echt? Het is zo. En het zal ook niet meer veranderen. Dus moet je er maar het beste van zien te maken. Er is namelijk heus niemand die er tevreden mee is. Maar er is ook niemand die er hoogstpersoonlijk voor verantwoordelijk is. Het is gewoon zo.
Het is grappig om te zien dat we bij ieder incident, bij iedere ramp en bij ieder akkefietje direct naar de schuldige zoeken. Who dunnit? Meestal is dat de vraag die als eerste bij ons opkomt. Het houdt in ieder geval de media vaak dagenlang in de greep. En dat zou echt niet zo zijn, als ze daar geen hoge kijkcijfers mee zouden halen.
Als het gaat om de staat van onze samenleving, zijn we heel wat minder analytisch. We zoeken schuld bij, alweer, symptomen. Waanzin. Symptomen kan je misschien bestrijden. Inderdaad. Maar als de kwaal niet genezen wordt, zal er heus weer een ander symptoom de kop op steken. Onherroepelijk. Zo steekt het leven nou eenmaal in elkaar.
De ‘goede oude tijd’ is voorbij. Een nieuw tijdperk is aangebroken. Een tijd waarin onze samenleving zich zal moeten zien te herscheppen. En daar is internet een onlosmakelijk onderdeel van. Want naast anonimiteit biedt het voor velen ook een schuilplaats. Een troost. En sociaal contact dat er voorheen niet was. We zitten nu eenmaal opgesloten in onze huizen. En internet maakt contacten onderhouden er ook vaak een stuk makkelijker op.
De maatschappij waarin we leven is gewoon veel te druk. Onze levens zijn te druk. We werken, werken, werken en werken. Wie gaat er na een lange dag gevuld met stress en verantwoordelijkheden dan nog even bij de buren op de koffie voor een kletspraatje, waar je eigenlijk helemaal niets wijzer van wordt? Tijd is een schaars goed in onze manier van leven. En daar moeten we nu eenmaal effectief mee om weten te gaan. Als we nog iets leuks uit het leven willen halen tenminste. Buren kiezen we niet uit. Vrienden wel. Ook al zijn ze virtueel. We zoeken die mensen uit die ons prikkelen, die ons uitdagen. Die ons begrijpen. Of waar we ons gewoon goed bij voelen. Misschien gingen ze in de ‘goede oude tijd’ wel bij de buren op visite uit verveling. Of omdat er gewoon niemand anders was. En in dat licht bekeken, hebben we er met het internet misschien wel heel veel bij gewonnen. Dat koekje bij de koffie kopen we dan wel zelf. Ons leven draait immers om kopen. Dat kan er dan ook nog wel bij.
We leven in een consumptiemaatschappij. We werken om te ‘hebben’. Om te ‘kopen’. En uiteindelijk maken de dingen die we ‘hebben’ wie en wat we ‘zijn’. Zo is het nou eenmaal gelopen. Omdat we welvaart wilden. Een florerende economie. En omdat mensen van nature nu eenmaal hebzuchtig zijn komt daar ook nooit meer ook een einde aan. Wie nu nog een mooi huis wil bezitten, zal zich te pletter moeten werken. Eén en één is twee. Alles is onbetaalbaar geworden. Omdat er ontzettend veel mensen goed moeten kunnen verdienen aan diensten en goederen. We werken nu eenmaal niet meer voor een habbekrats. Wie zou dan nog de huur kunnen betalen? Of de hypotheek?
En wat we ‘moeten’ hebben tegenwoordig is ook eindeloos. Wie kan er nou nog functioneren zonder wasmachine? Droger? Vaatwasser? Dan zouden de huishoudelijke taken zo ontzettend veel tijd in beslag nemen, dat we uiteindelijk niets anders meer zouden doen dan werken. Want ook moeder de vrouw moet tegenwoordig centjes verdienen. Voor die florerende economie. Wat door de overheid gestimuleerd wordt overigens. Want de overheid bepaalt dan misschien niet ‘alles’, Hare Majesteit, maar toch wel heel erg veel. Niet door ons te dwingen. Welnee. Dat is veel te ordinair. Door ons te ‘stimuleren’ natuurlijk. Voor ons eigen bestwil.
Net als alle commerciële slimmeriken, huurt de overheid ook fantastische marketingapparaten in om ons maar te vertellen wat goed is, en hoe het moet. En net zoals we geloven dat we merkkleding, dure apparaten en mooie auto’s ‘moeten’ bezitten, geloven we ook wat de overheid ons vertelt. En dat is niet zo gek, want de slimmeriken die achter de grote marketingcampagnes zitten, doen niets anders dan hele dagen te analyseren hoe ze ons kunnen inpalmen. En terwijl wij druk zijn met werken, werken, werken, hebben we maar weinig tijd om te zien hoe zeer en hoe vaak we eigenlijk bedot worden. Onze levens lopen gewoon zo. Op de automatische piloot. En dat is handig voor onze overheid, want zo blijven we allemaal netjs in het gareel lopen, zodat de belastingdienst ons op 1 April van ieder jaar een mooi aangiftebiljet toe kan sturen. Zo houden we de boel draaiend. En op de rit. Want de koers is nu eenmaal bepaald. Wij burgers zorgen er eigenlijk alleen maar voor dat we op de eindbestemming aankomen.
Persoonlijk ben ik ook een beetje zat van de anonimiteit waarin etters zich hullen om nare boodschappen over het internet te verspreiden. Maar ja. Helemaal voorkomen dat je ermee in aanraking komt kan je niet, maar je kunt het ook wel een beetje uit de weg gaan. Wat geen stijl heet, zal het ook niet hebben. Betreden op eigen risico dus. En ik hou maar altijd in gedachten dat de soep nooit zo heet wordt gegeten als hij wordt opgediend. Misschien moeten we juist wel blij zijn dat alle anonieme frustraties in die ‘vuilnisbak’ belanden. Voor al te agressieve mensen werkt een boksbal immers ook heel goed. Een uit de hand gelopen lolligheid. En een ‘markt’. En zo zijn we het cirkeltje weer rond.
Wat ik Hare Majesteit de Koningin graag zou willen meegeven, is dat het inderdaad moeilijk is een weg te vinden in de jungle van haatdragendheden en grenzeloze, schaamteloze vijandigheden. Maar de meesten van ons lopen die jungle regelrecht voorbij. Velen van ons zien dat ook dat maar een ‘markt’ is. En dat over smaak nu eenmaal niet valt te twisten. Het internet biedt aan velen in onze samenleving ook een troost. Gezelschap. Liefde. Zorg. En ja. Ook naastenliefde. Misschien meer nog dan vijandigheid ontstaan er op internet vriendschappen en worden er veel mensen virtueel verliefd. Natuurlijk moeten we zien om te gaan met al die vrijheid. Het is een hele nieuwe wereld. Zonder overheid. Een wereld waarin we shoppen naar meningen, visies, waarheden en mensen. En helaas ook een wereld waarin de commercie ons weer grijpt. En daar Hare Majesteit, ligt als je het mij vraagt de kwaal. Bij de commercie. Die onze economie draaiend houdt. Als u een manier vindt waarop we ons allemaal wat minder met die economie bezig zouden hoeven houden, doen wij ook wel weer aardig tegen elkaar. Dan hebben we er namelijk ook gewoon weer tijd voor.
Het fenomeen webloggen is razend populair. Wat ooit begon als een manier om interessante links bij te houden en te delen met andere internetgebruikers, is inmiddels uitgegroeid tot een ware rage. Of je nu huisvrouw bent of president van Iran, iedereen kan een weblog bijhouden. En het wordt dan ook veelvuldig gedaan. De eenvoudige linkblog heeft inmiddels plaatsgemaakt voor politieke blogs, nieuwsblogs, humorblogs, videoblogs, fotoblogs, dagboek blogs en de zogenaamde ‘freestyle blogs’ die over alles en niets gaan. Waar de populariteit van het webloggen precies vandaan komt valt moeilijk in te schatten. Feit is dat de weblog makkelijk in gebruik is, waardoor het voor digibeten relatief eenvoudig is geworden te participeren op het wereldwijde web. Met slechts een klein beetje moeite kan iedereen die daar behoefte aan heeft gratis zijn zieleroerselen, creatieve uitingen, persoonlijke beslommeringen, politieke mening of eigen beeldmateriaal wereldkundig maken. Maar het gebruiksgemak alleen verklaart niet waarom zoveel mensen er behoefte aan hebben hun persoonlijkheid te profileren voor, in potentie, een miljoenenpubliek.
Veruit de meeste weblogs zijn kleinschalig van aard. De gemiddelde ‘blogger’ trekt een handjevol geïnteresseerden die meeleven met het wel en wee van het gezin, bewonderende uitingen plaatsen onder foto’s van de hond en dag en nacht klaar staan om de blogger van advies te voorzien in persoonlijke aangelegenheden. De weblogs die dagelijks honderd tot duizenden bezoekers per dag trekken zijn dun gezaaid, maar ook hier is het principe hetzelfde. Voor de meeste geïnteresseerde lezers – die in heus jargon vaak reageurs genoemd worden- geldt dat zij zelf ook de trotse eigenaars zijn van een eigen weblog. Onder dit soort webloggers heerst een onuitgesproken gedragscode waarin wordt verwacht dat men over en weer elkaars blog bezoekt, reacties achterlaat en betrokkenheid bij elkaar tentoon blijft spreiden.
Op deze manier spreidt de kring van bij elkaar betrokken bloggers zich als een olievlek over het internet uit en ontstaan er ware bloggemeenschappen, die verdacht veel gelijkenis vertonen met een kleine dorpsgemeenschap. Zo bestaan er ‘in-crowds‘ en ‘outcasts‘, elitaire groepjes die hooghartig hun neus ophalen voor de rest van het gepeupel en is ook op vele weblogs de onvermijdelijke dorpsgek vertegenwoordigd. Ook het mechanisme ‘sociale controle’ ontbreekt niet in deze virtuele gemeenschappen. Wie zich niet aan de veelal ongeschreven gedragsregels houdt, loopt het risico door de gemeenschap of één van haar vertegenwoordigers ter verantwoording geroepen te worden. Niet zelden loopt dit uit op scheldpartijen of regelrechte hetzes. Anonimiteit wil nog niet zeggen dat alle gedrag getolereerd hoeft te worden; door middel van technische truukjes kan de ongewenste bezoeker de toegang tot de gemeenschap worden ontzegd. En op deze manier is de blogger baas in eigen dorp, is hij politie agent en rechter tegelijk en kan hij ervoor kiezen zijn bezoekers te onderwerpen aan zijn eigen dictatuur.
Wie eenmaal begint met webloggen loopt het risico diep in dit soort gemeenschappen gezogen te worden. Want webloggen lijkt verslavend te werken. Op sommige weblogs verschijnen meerdere malen per dag nieuwe items, waar de zogenaamde reageurs dan weer direct hun feedback over kunnen geven. En omdat veel bloggers en reageurs de anonimiteit verkiezen is deze feedback vaak ongezouten, keihard, vernietigend of juist uitgesproken positief. Lezers voelen zich betrokken bij ‘hun’ blogger, in positieve of in negatieve zin. En de blogger op zijn beurt voelt vaak al snel de behoefte zijn lezers in hun onverzadigbare drang naar zijn nieuwtjes te voorzien. Online encyclopedie Wikipedia durft zelfs te spreken over een blogneurose, waarmee bedoeld wordt dat bloggers een dwangmatige drang kunnen voelen de eigen weblog bij te houden of op andere weblogs te reageren. Wikipedia verwijst in dit verband (indirect) naar de mogelijkheid dat de weblog een essentieel onderdeel van de persoonlijkheid wordt, waarbij de blogger slechts een onderdeel van zijn persoonlijkheid naar buiten brengt in de vorm van een alter ego en hierdoor in conflict kan raken met andere aspecten van zijn persoonlijkheid.
Als we Wikipedia mogen geloven is het begrip blogneurose in zwang aan het raken in de psychiatrie, waarbij het verschijnsel als negatief wordt aangemerkt. Maar als we de blogneurose nu eens bekijken als een experiment van de blogger met bepaalde aspecten van zijn persoonlijkheid, dan zou deze zogenaamde ‘neurose’ ook als een positieve persoonlijke ontwikkeling kunnen worden beschouwd. In een samenleving waar sociale contacten steeds moeilijker te onderhouden zijn, is webloggen misschien wel het medium bij uitstek om gelijkgezinden te ontmoeten. Het kan een middel zijn om te experimenteren met de eigen creativiteit. Het ontdekken of ontplooien van onvermoede talenten. Het aanknopen van vriendschappen. Een manier om een eigen mening te vormen, bij te stellen en te ventileren. Daarnaast kan het een middel zijn om aandacht te vragen voor zaken die men in het dagelijks leven liever niet openlijk bespreekt. De aantrekkingskracht van het webloggen zou ‘m dan weleens kunnen liggen in het gemak waarmee op een alternatieve manier sociale contacten kunnen worden aangeknoopt en de mogelijkheid bepaalde aspecten van de eigen persoonlijkheid naar buiten te brengen die men normaal gesproken onder het kopje ‘onzekerheid’ diep wegstopt in een stoffige archiefkast.
Stel je voor: Eén weekendtas, vier totaal verschillende outfits. Een spijkerbroek, een trainingspak a la Juicy Couture, cargo-pants, een nette jurk, twee paar hakken, sportschoenen, knalroze sokken, een bewerkte panty, 2 strings, 2 boxershorts. Het weekeinde duurt bij elkaar ongeveer 52 uur en in die 52 uur transformeer je maar liefst vier keer tot totaal verschillende persoonlijkheden. Een avondje relaxen bij iemand op de bank, een dagje shoppen, een avondje stappen en een society-uitje. Vier totaal verschillende gelegenheden. Vier totaal verschillende soorten gezelschap. En dit is geen toeval, dit is een doorsnee weekeinde. Voor mij althans.
Wie een kijkje neemt in mijn kledingkast kan er geen touw aan vast knopen. Alle soorten, kleuren en stijlen hangen door elkaar heen. Het is een ratjetoe, Patty en Nada zouden er een rolberoerte van krijgen. Want wie ik ben is totaal niet af te leiden uit mijn kledingkeuze. Je zou kunnen zeggen dat ik maar wat doe. En dat is regelmatig het geval inderdaad. Maar toch staan al die verschillende stijlen voor mijn persoonlijkheid. Sommige mensen noemen het een wandelende chaos, anderen noemen het een onbegrijpelijke wanorde. Want mensen hechten waarde aan overzichtelijkheid. Voorspelbaarheid. Wie je bent moet van buitenaf makkelijk herkenbaar zijn. Als hockeymeisje ga je niet gekleed in ‘Anita-rokjes’ en als je directeur bent vertoon je je nooit en te nimmer met een hanenkam. Dat zijn nu eenmaal de sociale kledingcodes.
Door middel van je kleding maak je kenbaar tot welke groep je behoort. Gelijkgestemden kunnen je makkelijk herkennen in een menigte. Als je geld hebt kan je dat makkelijk aan de wereld kenbaar maken. Als je geen geld hebt ook natuurlijk, maar dat is veel minder vaak een duidelijke stijlkeuze. Ik hou niet van dat soort hokjes. Er is niet maar één soort mens die mijn interesse wekt. Gangsterrappertjes van een jaar of 16 kunnen namelijk echt bijzonder interessante levens leiden, net zoals oude opa’s met een oorlogsverleden waar ze graag over verhalen. En bij ieder mens ben je anders. In iedere situatie ben je anders. Het leven wordt pas saai als je probeert je hele wezen in één voorspelbare persoonlijkheid te proppen. Een persoonlijkheid die past in een bepaalde stroming, in een hokje, waar voorkeur voor kleding, schoeisel, vervoersmiddel, muziek, type woning en soorten van tijdsverdrijf vastliggen binnen bepaalde vastgelegde variabelen.
Ik kan overdag genieten van een voetbalwedstrijd met een stel bouwvakkers, terwijl ik ‘s avonds in mijn avondkleding een opera bijwoon en ‘s nachts in een reepje stof in, laten we zeggen, Nighttown, ‘mijn bil schud’. ‘s Ochtends met een pinkje omhoog een Espresso in een decadente tent, ‘s middags boer ik bij een biertje een hotdog op in de kroeg en ‘s avonds sta ik achteraan in de rij bij de Wok-Chinees. De eerste week vakantie ongedoucht op doortocht door de Sahara met de Nomaden, de tweede week in een vijfsterrenhotel aan de kust. Met de trein naar school, boodschappen bij de Lidl, gratis fruit proberen los te peuteren bij het scheiden van de markt, uitgenodigd worden voor een etentje met Champagne en kaviaar. Na de zoetsappige Bollywood een Hollywood horrorfilm. Een week lang iedere dag uitgebreid koken, de volgende week zien te overleven op blokjes kaas en een zakje Japanse zoutjes. Een weekje Costa Brava. Een maand rondtrekken in Marokko.
Ik speur hokjes af. Ik speur stijlen af. Ik probeer verschillende manieren van leven uit. Alle manieren van leven schenken op hun manier bevrediging, zolang ik ze maar allemaal kan beleven. Ik vind mezelf om de paar dagen opnieuw uit. Ik doe maar wat. En ik geniet ervan. Want iedere manier van leven heeft iets eigens te bieden. Als ik morgen directeur zou worden, zou ik overmorgen met een hanenkam lopen. Als ik verkering met Sjonnie zou krijgen zou ik me accuut verkleden als hockeymeisje. Mijn leven is een verkleedpartijtje. Voor iedere gelegenheid een andere outfit. In iedere situatie een andere persoonlijkheid. En toch ben ik altijd mezelf. Maar dan een beetje anders.

Ken je Pro Ana? Dat is de mevrouw op het plaatje hierboven. Pro Ana is een zelfbewust meisje. Ze heeft graag de controle over haar leven, weet wat ze mooi vindt en laat zich door niemand iets wijs maken. Pro Ana heeft nogal een uitgesproken smaak. Ze lust niet veel. Je kan haar met een gerust hart op de laatste dag van je salarisstrook te eten vragen, ze zal namelijk echt niet de oren van je hoofd eten. Pro Ana is niet ziek, vergis je niet. Pro Ana heeft gekozen voor een nogal houterige levensstijl. Pro Ana houdt namelijk niet van ruimte tussen haar botten en haar vel. Spieren zijn voor Pro Ana niet noodzakelijk. Ze verbrandt ze liever. Op het nachtkastje van Pro Ana zal je niet de gebruikelijke onzin bij meisjes als de pil, een vibrator en een zakje troostsnoepjes vinden. Bij Pro Ana vind je een keur aan kotsopwekkers en laxeermiddelen. Waar bij de meeste andere meisjes de kleinste ruimte in het huis gereserveerd is voor noodzakelijke kwaden, speelt deze ruimte in het huis van Pro Ana de hoofdrol. Als je haar zoekt weet je altijd waar je haar kan vinden. Pro Ana is daar trots op. De medische wereld weet van niets. Pro Ana neemt in haar eentje de strijd op zich de eeuwenlange kennis over het menselijk lichaam te veranderen.
Pro Ana is eigenlijk nooit vrolijk. In de hersenpan van Pro Ana is namelijk maar weinig gaande. Van haar belangrijkste vriendjes in het leven, endorfine en serotinine, heeft ze al twintig kilo geleden afscheid genomen. En zo staat Pro Ana, een beetje onvast weliswaar, met haar beide stelterige benen op de grond. Pro Ana heeft een keuze gemaakt in haar leven. Haar lichaam heeft ze tot een kunstvorm verheven. Toegegeven, de foto’s van Pro Ana zijn soms bijzonder intrigerend om te bekijken. Pro Ana maakt grote kans opgenomen te worden in de belangrijkste kunstcollectie van het rariteitenkabinet. Haar plekje is al gereserveerd, in de hoofdzaal, tussen de man met drie ogen en de dame met drie borsten. Binnenkort zal Pro Ana een nieuwe campagne starten. Een geschikte naam is nog niet gevonden, maar het zal iets in de richting van uitgemergelde-kindertjes-in-Afrika-moeten-niet-geholpen-worden-want-het-zijn-levende-kunstobjecten worden. Pro Ana is de natuurlijke afschuw die ze zelf voelde als kind als ze beelden van die uitgemergelde magere scharminkels zag glad vergeten. Dat stukje geheugen is eruit gekomen, ergens tussen de hap wortel en het plakje komkommer in. Om dat te compenseren heeft Pro Ana besloten mee te werken aan de reconstructie van de geschiedenis. Pro Ana wil namelijk laten zien hoe scheurbuik er precies uit ziet. Pro Ana zal in elk geval nooit verliefd worden op jongens die Ruben heten. Maar misschien dat Pro Ana, als ze ooit hunkert naar een lach in haar hart, verliefd kan worden op de banaan, de appel, de framboos, de krop sla, de kiwi of de avocado. Succes verzekerd.
(Pro Ana is een afkorting voor Pro Anorexia)
U zei: