Gin

Page 4 of 41234

Verstrooide professor

Nu het einde van het semester nadert en ik als student nog een paar grote projecten af te handelen heb, slaat de stress ineens toe en merk ik dat ik bijna niets anders doe dan nadenken. Ik denk de hele dag na. Over terrorisme met name, en over hoe ik in godsnaam moet verwoorden welke gedachten zich in mijn hoofd afspelen. Ik denk er zoveel over na, dat ik soms vergeet waar ik over aan het nadenken was. Iets concreets kan ik er niet uit pakken. De gedachten vallen als het ware over elkaar heen in mijn hoofd. Ze willen eruit, maar ik weet niet hoe ik ze op een aantrekkelijk leesbaar rijtje krijg.

En zo kan het gebeuren dat je merkt dat je af en toe eens verstrooid bent. Dat het mooi weer is buiten en dat je dat niet eens hebt gemerkt. Dat je honger hebt omdat je al de hele dag niets hebt gegeten, maar dat je je afvraagt waar dat zeurderige gevoel in je maag vandaan komt. Of dat je kip in de oven hebt gedaan en die de volgende avond pas terugvindt, op het moment dat je opnieuw kip in de oven wil gaan klaarmaken. Zo kan het ook gebeuren dat je op een bepaalde ochtend wakker schrikt van je wekker die je, omdat je je eigen verstrooidheid wel hebt opgemerkt, een week van tevoren al hebt gezet voor een bepaalde gebeurtenis en je je niet meer kan herinneren waarom je die wekker hebt gezet. Gelukkig was je zo slim om het in je agenda te zetten, anders was je er waarschijnlijk nooit achter gekomen.

En zo kan het zijn dat je je auto voor een herkeuring voor de APK gaat aanbieden, terwijl je eigenlijk eerst een afspraak had voor de reparatie bij een andere garage. Het komt allemaal goed, het kost wat benzine en wat tijd, meer ook niet. De hele wandeling naar huis, bijna twintig minuten spreek je jezelf hartig toe; dit moet echt stoppen, zometeen gebeuren er nog ongelukken. Eenmaal thuis verdiep je je dan weer in de problematiek rond terrorisme. En zo kan het gebeuren dat ’s middags je telefoon gaat, en jij geen zin hebt de telefoon aan te nemen omdat de nummerweergave een onbekend nummer aan geeft. De beller houdt aan en je neemt geïrriteerd op. Hoe durven ze je te storen in je denkproces? Het is de garage. De auto kan worden opgehaald. Dat was je even vergeten, van die auto.

Je draait drie rondjes om je eigen as, laat snel de hond uit, want die was je ook vergeten, en gaat snel op weg om je auto op te halen, hij moet immers nog naar de herkeuring. Op de parkeerplaats aangekomen is je auto weg. Je raakt over je toeren, je moet namelijk snel naar de andere garage voor de herkeuring. Andere parkeerplaats checken, geen auto. Dan bedenk je je dat je natuurlijk je autosleutels nodig hebt, alsof die auto daardoor ineens weer terecht komt. Je gaat terug naar binnen om je sleutels te halen. En die zijn er ook niet. Eerst denk je; ik heb een déjà-vu, maar dan realiseer je je dat ditzelfde tafereel zich twee weken geleden ook al heeft afgespeeld. Lopend ga je op weg naar de ene garage om je auto op te halen, en tijdens de 20 minuten lange wandeling vraag je je ongeveer 50 keer af waarom je in godsnaam bent gaan lopen. Als je bij de garage aankomt, herinner je je weer waarom. En dan begrijp je ook wat er met de term ‘verstrooide professor’ bedoeld wordt.

De Wallen

Een warme dinsdagmiddag. Een vluggertje Amsterdam. Snel een boek ophalen bij de bibliotheek. Broodje hete kip bij de beste afhaaltoko in Chinatown. Bladerend in het geleende boek over terrorisme afslaan de walletjes op om de toeristen te ontwijken. Opknallen tegen het meest smerige, bruine, rottende gebit dat je ooit gezien hebt. Op samenzweerderige toon wordt er in je oor gespuugd:

"Pijpe, neuke, trekke! Ik heb vijf uijro slet. Lekker pijpe, lekker pijpe." Allerlei gevatte opmerkingen spelen door je hoofd. Maar niets zeggen. Het is maar een smerige junk.

"Lekker pijpe sjeg ik. Voor vijf uijro lekker spuite!" En dan toch een gevatte opmerking moeten maken. "Voor vijf euro mag je even naar me kijken en spontaan in je broek spuiten!"

"Jij bent lekker geil sjeg! Neuke? Vijf uijro!" Weglopen kan niet, dat bruine gebit blijft met je meedraaien, welke kant je ook op probeert te lopen. Negeren gaat ook al niet meer, je hebt nou eenmaal zonodig een gevatte opmerking moeten plaatsen. Dan maar het uiterste redmiddel inzetten. Het blaaskaken.

"Voor vijf euro kan je een klap voor je smerige kop krijgen. En vooraf betalen graag!"
Het schrikeffect duurt niet lang, maar is genoeg om een gat in dat gebit te vinden en het op een lopen te zetten. "Vuile hoer!, " roept de vuile junk.

Eenmaal een paar meter verwijderd, is daar dan ineens weer die grote bek. "Niet dus, smerige junk!"

Hormonen

 

 

Mijn relatie is over. Al een maand. En nog wat dagen. Ik kan mijn draai nog niet helemaal vinden, maar met mij gaat het goed. Over het algemeen. Maar je hebt van die dagen dat je het liefst naar huis wil rennen, in de armen van je minnaar wil vallen en even wil horen dat er iemand is die van je houdt. Vandaag was zo’n dag.

Na mijn sollicitatie avontuur voelde ik me werkelijk leeggezogen, en opgeblazen, van het broodje Döner. Mijn voeten deden zeer van de hakjes waar ik veel te lang op had moeten lopen. Ik had dorst. En honger, ondanks het broodje Döner. Ik moest nodig plassen en ik was eigenlijk ook te moe voor woorden. Naar huis, zo snel mogelijk, was het enige waar ik nog aan kon denken. Meestal is de gedachte aan thuis op zulke momenten al genoeg om me weer lekkerder te voelen, maar vandaag was thuis ineens thuis niet meer. Geen warm lichaam om even tegen aan te leunen. Geen natte zoen, op die van de hond na. En niemand om naar mijn avonturen te luisteren.

De Metro had beloofd dat iedereen vandaag thuis zou blijven vanwege het slechte weer, maar de verslaggever van dat stukje had slechte voorspellende gaven. Het was afgelaaien druk op het station van aankomst. Ik moest nog steeds plassen, en als ik ergens niet tegen kan is het met een volle blaas in een menigte te staan. Vraag me niet waarom, het is gewoon zo. Ik heb me ergens achteraf opgesteld om toch in ieder geval wat lucht te kunnen laten ontsnappen. Ik voelde me klote.

Ik heb De Ex in al die tijd nog niet zo veel gemist als op dat moment. De tranen hadden me spontaan in mijn ogen kunnen schieten. Meeslepend liedje op mijn MP3 spelertje en hup, ik was een paar jaar terug in de tijd. Terwijl mijn verlangen naar De Ex met de seconde groeide, kreeg ik ook steeds meer oog voor mijn medereizigers. Ik vind mannen normaal gesproken niet zo interessant om naar te kijken. Ik val wel op mannen. Uitsluitend zelfs. Maar ik vind ze gewoon niet zo interessant om naar te kijken. Op dat moment vond ik opeens wel heel veel mannen interessant om naar te kijken. Geen zin meer om naar huis te gaan dus. En ik had nog steeds een volle blaas. Naar de kroeg dus, in ieder geval om die plas eruit te laten.

Een grand café, ik vermijd netjes de bruine kroeg. Maar lastig, op vrijdagmiddag net na happy hour in je eentje een café binnenstappen, maar ik hoefde niet lang alleen te zijn. Een mooie Arabische jongen met een lief gezicht was graag bereid me gezelschap te houden. Mijn hormonen gingen als een razende tekeer. Taferelen à la 1001-en-1-nacht speelden zich af voor mijn ogen. Het was misschien wel tijd voor een one night stand. Voor deze ene keer. Want ik ben normaal niet zo. Niet omdat ik daar te goed voor ben, gewoon omdat ik de eerste keer in de regel beroerd vind. Maar van slag door mijn voorbije relatie, slaapgebrek, een rotdag en het feit dat ik ook nog eens gestopt ben met de pil, maakten mij een vurig hormonen slachtoffer. Ik was er klaar voor.
"Wat wil je drinken?"
"Een biertje," antwoordde ik.
Helaas, bier is niet halal. En neuken voor het huwelijk ook niet.

Page 4 of 41234
Gin is antropoloog en schrijfster van de boeken De Wil Om Te Doden, Moordjongens en Ana.


Onderwerpen

Mijn archief

Oudere archieven

Nieuwe blogs per email