maatschappij

Page 1 of 212

Een Zwart Mopje

 

Nothing in all the world is more dangerous than sincere ignorance and conscientious stupidity. – Martin Luther King

 

Ik groeide op in Amsterdam Oost. Of mijn wijk destijds een ‘witte’ of een ‘zwarte’ wijk was, herinner ik me niet. Wel zat ik op de lagere school in een klas met veel kinderen van gastarbeiders. Ik had één Surinaams vriendje, Jimmy, waar ik wel eens kousenband ging eten, en één Italiaans vriendje Giovanni, waar ik nooit bij ging eten, maar waar ik als zesjarige heimelijk verliefd op was. De rest van mijn vriendjes en vriendinnetjes waren wit als sneeuw. En hartstikke Nederlands. Toch werd ik, ieder jaar weer, als vanzelfsprekend aan de groepstafel gezet met de Marokkaanse en Turkse kindertjes. Dat vond ik niet leuk, want ze woonden niet bij mij in de straat, ik kende ze helemaal niet goed, en de witte kindertjes uit mijn buurt mochten wel gewoon bij elkaar zitten.

 

 

Heel stiekem, als ik heel eerlijk ben, wat ik nog steeds nauwelijks durf te zijn overigens, vond ik het vreselijk om aan de ‘Turkentafel’ gezet te worden. Zo noemden mijn klasgenoten die plek. Zo jong als ze waren. Ik snapte niet echt wat het probleem was, maar omdat ik wist dat mijn klasgenoten op de ‘Turkentafel’ neerkeken en vonden dat mijn tafelgenoten stonken, er raar uitzagen en niet helemaal normaal waren, wilde ik er gewoon niet mee geassocieerd worden. Hoewel ik als zesjarige weinig begreep van het racistische gedachtengoed waar ik me mee probeerde te verbroederen, begreep ik wel dat aan mijn eigen gedrag ook iets niet klopte. En dat misselijke gevoel van die mysterieuze tweestrijd die ik toen – aan de ‘Turkentafel’ – voelde, heeft me een groot deel van mijn leven achtervolgd.

 

Toen ik een jaar of acht was bekeek ik mezelf eens kritisch in de spiegel, nadat mijn moeder voor spleetoog en poepchinees was uitgejouwd door de buurtkindertjes, waar ik al jaren zo graag bij wilde horen. Ten koste van de ‘Turkentafel’. Tot mijn schrik zag ik dat ik niet ‘wit’ was. Of wel? Het was maar een zweempje verschil, zeg maar. Nee, mijn moeder was inderdaad donkerder, ik niet, dus ze konden het onmogelijk over mij hebben. Of hoorde ik toch op zo’n negatieve manier bij mijn moeder? Maar toch echt, ik was inderdaad een beetje anders dan de Nederlandse kindertjes. En ergens leek ik ook wel op de kindertjes van de ‘Turkentafel’. Mijn god! Het was een grote schok. Stonk ik dan ook? Was ik raar? ‘Anders’?

 

Toen we naar Almere gingen verhuizen, was het eigenlijk van hetzelfde laken een pak. Mijn zus en ik kwamen samen in een combinatieklas te zitten, en ook samen aan dezelfde tafel met twee andere zusjes. De ‘Vietnamese bootvluchtelingetjes’. Heel vanzelfsprekend. Hartstikke leuke meiden trouwens, veel plezier mee gehad en ambitieuzer dan de rest van de klas, dus eigenlijk was het een zegen. Maar toch. Ik gaf de clue al: de vanzelfsprekendheid. Dat vond ik als kind al heel typisch. Uiteraard ‘mag’ ik dit geen racisme noemen. Ach nee. Het was gewoon onwetendheid. No harm done.

 

Ik ben dus nóóit met racisme opgegroeid. Of discriminatie. Alleen ‘maar’ met onwetendheid. Het was waarschijnlijk ook onwetendheid wat die ene skinhead dreef om mijn moeder en mij in het botsautootje op de kermis, toen ik een jaar of tien was, zo agressief te ‘botsen’ en te achtervolgen dat ik er nu nog steeds een botsautootjes trauma van heb. Maar ach, een uitzondering. Geen racisme. Het bestond gewoon niet. Tot mijn puberteit. Kleine vandaal die ik was, vond ik het leuk om met Edding mijn naam overal op te tekenen. Stoer vond ik dat. Maar dat kwam me op een dag duur te staan. Ik was een jaar of twaalf. Eén van mijn buurjongens, met wie ik een ruzietje om niets had, had op het bankje op het speelpleintje voor de deur onder mijn naam geschreven: “Ga terug naar je eigen land.” Echt. De wereld werd zwart voor mijn ogen. Van shock. Van woede. Van onbegrip. Wat was dít nu weer? Mijn eigen land? Nederland was toch zeker mijn eigen land? Waar ging dit over? Maar dat was het dus blijkbaar niet. En dat heeft me lang aan het denken gezet. Tot en met nu eigenlijk, want het leven is daarna nooit meer hetzelfde geworden.

 

Toen ik een keer zo hondsberoerd was dat ik echt een keer aan bed gekluisterd was, heel lang geleden inmiddels, zette ik uit pure wanhoop eens de Oprah show aan. Ik haatte Oprah, maar er was niets anders. En ja hoor, met mijn neus in de boter. Racisme gezeik. En ik was het nergens mee eens. Want Oprah stelde dat onwetendheid erger was dan racisme an sich. De innocent bystander werd met de grond gelijk gemaakt. Want, zo stelden de gasten en La Winfrey herself: mensen die uit pure onschuld en een zelfovertuigde rechtschapenheid vooroordelen en racistische boodschappen laten doorsijpelen in hun gedrag en uitspraken, zijn het werkelijke probleem. Door dat ene incident, met die buurjongen, heb ik juist lang gevonden dat openlijke racisme en discriminatie de grootste boosdoeners waren. Die ene zin op dat bankje had me immers tot diep in mijn ziel geraakt. En ach, dat Nederlanders vaak stigmatiseerden en discrimineerden, dat hadden ze zelf niet eens door. Ik zag er niets kwaadaardigs in.

 

Ik ben echt heel lang, geloof me, heel erg ‘Nederland über alles’ geweest. Alles aan Nederland was goed. Zelfs als ik in Vlaanderen was kon ik het niet laten andere volkeren te minachten. Al begreep ik dat zelf niet hoor. Ik lag gewoon in een deuk om kroegnamen als ‘Het Lambikske’ omdat het nou eenmaal idioot wás. En ‘naaigerief’ was helemaal hi-la-risch natuurlijk. Dat die mensen die dubbelzinnigheid daarvan niet begrepen! Welk een domheid. Ik ging liever van Gent naar Terneuzen om èchte Nederlandse spulletjes te halen, zoals Pantène conditioner bijvoorbeeld (ahum), in een èchte Nederlandse supermarkt, dan dat ik de Delhaize spekte. Die superioriteitsgedachte over Nederland en Nederlanders, die was er goed bij me ingegoten. Niet met de paplepel weliswaar, maar wel in het openbare leven. En op school. Op het werk. Via de televisie. Kranten. Tijdschriften. Radio. Vrienden. Waar niet eigenlijk?

 

Uiteindelijk ben ik andere volkeren juist heel interessant gaan vinden. Door het reizen. Er ging een wereld voor me open. Intussen was ik van de ‘Turkentafel’ verhuisd naar de ‘allochtonen’ niche van “maar waar kom je nou echt, oorspronkelijk vandaan, bedoel ik”, het “lekkere bruine kleurtje” en de “tropische verrassing”.  En vanuit daar verhuisde ik in 2002, na de moord op Pim Fortuyn, naar de wereld van de ‘kanker Marokkaan’. Een tintje en krullen is uiteraard onmiskenbaar Marokkaans. En ach, het was weer eens iets anders. Van Turk naar Marokkaan. Het deed me niet zoveel. Behalve toen ik eens in mijn gezicht gespuugd werd in de tram, door een mevrouw met Henna-haar en een onverklaarbare woede over ‘haar zitplaats’ waar ik op scheen te zitten. Goed. In 2006 ging ik naar Sierra Leone voor mijn veldwerk en legde het aan met een Sierra Leonees. Zo’n “echte zwarte negerT” weet u wel? En toen was ik ineens de “negerhoer” en werden er op internet discussies gevoerd of mensen zoals ik juist hoorden bij de ‘zwarte wereld’, of dat ik me netjes moest voortplanten met een witte man, zodat dat ‘buitenlandse’ eruit gefokt kon worden voor toekomstige generaties. I kid you not.

 

Mijn schouders ophalen ging niet meer. Zeker niet toen mijn mailbox en de reactieruimte op mijn blog volstroomden met dreigementen en racistische opmerkingen. Openlijke racisme, ik was er eens temeer van overtuigd, er bestond niets ergers. Totdat ik zwanger werd. Van die Sierra Leonees. “Een echte zwarte Afrikaan.” Zo’n ‘negerT’ weet u wel? Wist ik wel waar ik mee bezig was? Die vraag werd me uit alle uithoeken van Nederland gesteld. Op internet, in de reactieruimte van mijn blog, in mijn mail, maar erger nog, ook door kennissen, vrienden en bekenden. En van die laatste drie categorieën van mensen weet ik heus, honderd procent zeker, dat het goedbedoeld was. En zegt u nou niet: dan ken je de verkeerde mensen. Het kwam echt uit àlle uithoeken. Van allochtonen en autochtonen trouwens. Er waren maar weinig mensen die geen vraagtekens zetten bij mijn keuze. “Dit is geen wereld voor ‘zwarte mensen’.” Wat deed ik zo’n kind aan? Wist ik wel zeker dat ik het niet weg zou laten halen? Waarom geen kind van een “leuke, witte Nederlandse man”? Zo’n kind zou gegarandeerd een goed leven krijgen. Mijn kind zou er ook pikzwart uit kunnen komen, realiseerde ik me dat wel? En toen begreep ik Oprah Winfrey pas. Want ook al was het met de beste bedoelingen allemaal, het was ronduit kwetsend.

 

Juist omdat die innocent bystanders zelf niet begrepen wat ze verkeerd deden, kwam het extra hard aan. Zo ver zijn we dus al gekomen. Dat de doorsnee ‘Nederlander’ al zo ver doordenkt, met de ‘allerbeste bedoelingen’. Dat niemand er meer het kwaad in ziet. Dat de superioriteitsgedachte zich al zo met ons verweven heeft, dat we ons er niet eens meer bewust van zijn wanneer iets racistisch of discriminerend is. Maakt u zich geen zorgen, ik heb geen seconde getwijfeld of ik mijn ongeboren kind zou houden. Of ze nou een wit, een geel, bruin of zwart mopje zou worden, ze was mijn mopje, en meer dan welkom in mijn leven. Toch heeft het me aan het denken gezet. Vooral over mezelf. Want ik was heel lang heel erg ‘Nederland über alles’ weet u nog? Hoezeer zat die superioriteitsgedachte over Nederlanders mij in de weg eigenlijk? Want ik weigerde dat door te geven aan mijn dochter.

 

Ik beloofde mezelf de eeuwige uitspraken “goh, je lijkt qua doen en laten helemaal niet op een allochtoon” en “jij bent gewoon bijna een Nederlander” – ter vergelijking met andere (‘slechte’) allochtonen – nóóit meer als compliment te beschouwen. Ik zou van repliek dienen, andere mensen laten weten hoe kwetsend dat soort schijnbaar onschuldige opmerkingen eigenlijk zijn. En toen stond ik een tijdje geleden in de bus met mijn dochter. Waar mensen steevast pas naar ons durven te lachen als ze ons Nederlands horen spreken. En dat een bejaarde dame me met een trotse blik in haar ogen complimenteerde dat ik mijn dochter “in het Nederlands opvoed”. Ik wilde briesen, kwaad worden, mevrouw voor de voeten gooien dat ik drie boeken in het Nederlands heb geschreven en haar de vraag toewerpen in welke taal ik haar dan in godsnaam zou moeten opvoeden, in mijn gebrekkige Engels? En ja, eerlijk waar, ik had ook nog verontwaardigd willen zeggen: “We zijn toch Nederlands?” Ik glimlachte schaapachtig terug. “Natuurlijk,” zei ik. “Waarom zou ik dat niet doen?” De deuren gingen open. Het was haar uitstaphalte. Ik keek haar na en bedacht me dat ik zelf nog een lange, lange weg te gaan had.

 

Als het ruikt naar racisme en klinkt als racisme, dan is het racisme.

 

De wereld op z’n kop: Mensenrechten

 

Het is 2050. China is de grootste wereldmacht. Net als haar voorganger, de Verenigde Staten, heeft China ondervonden dat de oorlogsmachine een zeer belangrijke impuls aan haar nationale economie geeft. China is dan ook betrokken in verschillende oorlogen. Haar belangrijkste strijd is die tegen de Verenigde Staten waarmee zij een wereldwijde oorlog voert, omdat de VS (sinds 2020) tracht haar positie als economische wereldgrootmacht terug te winnen. Een eenzame strijd van Amerikaanse bewindslieden, een top van elitaire zakenlieden, tegen China en haar bondgenoten Rusland, Korea, Turkije, Verenigd Oost-Europa, het Verenigd Midden-Oosten, Verenigd Zuid-Amerika en Verenigd Afrika. Israël bestaat niet meer. Het Verenigd Koninkrijk, Nederland, België, Denemarken, Luxemburg, Duitsland, en Frankrijk proberen wanhopig op te krabbelen na een 15-jaar durende periode van burgeroorlogen die hun samenlevingen teisterden. In de Zuid-Europese landen Spanje en Italië gaat de strijd onverminderd verder, wat nog meer economische druk legt op de toch al failliete West-Europese landen.

 

Nederland is één van de zwaarst getroffen West-Europese landen, onder andere vanwege haar kwetsbare economische positie op de wereldmarkt. Afhankelijk van de buitenlanden voor haar nationale inkomsten, vielen in dit land bij de eerste tekenen van omwenteling van de macht op wereldniveau in 2012 de eerste harde economische klappen. Sinds de jaren ‘10 bevond Nederland zich in een snel neergaande spiraal. Niet alleen in economisch opzicht, maar ook in sociaal opzicht. Onder invloed van het extreemrechtse gedoogdkabinet Rutte-Wilders groeiden onderlinge tegenstellingen tussen de verschillende bevolkingsgroepen, die het land in die tijd rijk was, snel. De grootste tegenstelling was aan te wijzen tussen extreemrechtse autochtonen, vaak aangeduid als de Wilders-clan, en moslims, welke laatste groep onder het bewind van Rutte-Wilders sterk gemarginaliseerd werd.

 

Na 25 jaar van sociale onrust kwam het in 2035 in Nederland tot een burgeroorlog, nadat Sjeik Abdellahad werd verkozen tot president. President Abdellahad was de eerste islamitische president in de historie van Nederland, een land dat gebouwd werd op het fundament van het christendom maar overwegend als niet-religieus beschouwd kon worden. Onder de Wilders-clan, een officiële belangengroepering van extreemrechtse nationalisten, heerste onrust. Onder hen deden boze geruchten de ronde dat China de verkiezingen had gemanipuleerd. De Wilders-clan beschuldige China, dat de verkiezingscampagne van Abdellahad gefinancierd en ondersteund had, van fraude en inmenging in nationale aangelegenheden. Tegen de initiële verwachting in, maakte Abdellahad zich niet sterk voor islam en overheersing van moslims over de meerderheid van niet-moslims maar juist voor grote godsdienstvrijheid waarbij geen enkele groep gemarginaliseerd diende te worden, en geleidelijke sociale hervormingen waarbij allochtonen een meer gelijkwaardige positie binnen de samenleving zouden krijgen. De Wilders Clan bleef echter hameren op het gevaar van islamisering van Nederland en vormde zich om tot de ‘Groep van Anderhalf Miljoen’ (GAM), een benaming die verwijst naar hun aantal, en riep op tot revolutie. Haar oproep vond echter weinig bijval onder de rest van de autochtoon Nederlandse bevolking omdat de regering Abdellahad door hen als progressief werd ervaren. Andere etnische groeperingen in het land ondersteunden de regering Abdellahad, omdat deze regering hen meer rechten en bescherming bood dan zij eerder onder andere regeringen hadden genoten. Gedesillusioneerd trok de top en de meest revolutionairen van de ‘Groep van Anderhalf Miljoen’ naar Duitsland, waar zij in het geheim militaire training ondergingen. Ze specialiseerden zich onder andere in terroristische en guerillatactieken.

 

In januari 2035 viel de ‘Groep van Anderhalf Miljoen’ (GAM) via Maastricht Nederland binnen. Sommige Nederlandse analitici noemen deze poging een revolutie te ontketenen authentiek en oprecht. Echter, vanaf het begin van haar bestaan werd deze revolutionaire groepering geteisterd door onderlinge strijd en is het onduidelijk of de groepering zelfs een coherent geheel vormde die vocht voor de rechten en de vrijheid van haar volk. Zo haakte ‘Grote Blonde Leider’ Wilders vlak voor de inval in Nederland af en vluchtte naar Palestina, waar hij asiel kreeg. De motieven van de nieuwe leider, welke enkel bekend werd onder zijn bijnaam Tarantula, waren vanaf het allereerste begin omstreden. Geruchten deden de ronde dat Tarantula in werkelijkheid oud VVD-premier Mark Rutte was die de strijd in Nederland ontketende om de rijkdommen van het land weer terug te brengen naar de elite. In haar persverklaringen meldde de ‘Groep van Anderhalf Miljoen’ (GAM) echter dat zij een vrijheidsstrijd vocht. Het is nog altijd onduidelijk wat de motieven van de ‘Groep van Anderhalf Miljoen’ (GAM) waren. Uit de vele plundertochten, en haar grote aandeel in de wapen- en drugshandel, kan echter worden geconcludeerd dat deze groepering vrijwel direct ten prooi viel aan hebzucht van haar elitaire top en individuele strijders. Dit leverde de GAM in de volksmond ‘De Bende van Grijpgragen’ op.

 

Omdat de GAM weinig tot geen steun onder de Nederlandse bevolking vond voor haar strijd, keerden zij zich al snel tegen hun eigen volk. Door terroristische aanslagen en brute aanvallen gericht tegen burgers, kregen zij al snel een slechte reputatie, waardoor zij nauwelijks vrijwillige nieuwe rekruten konden vinden. De GAM ontvoerde daarop kinderen en jongeren om hen te helpen bij hun revolutie. Deze kinderen en jongeren werden in eerste instantie voornamelijk ingezet voor ondersteunende klussen, maar al snel werden zij ook gedwongen deel te nemen aan gevechten, aanslagen en plundertochten. De GAM werd door de burgerbevolking voornamelijk gevreesd vanwege de massaverkrachtingen die zij als oorlogswapen gebruikten. De groepering verkreeg wereldwijde belangstelling omdat zij niet op grote schaal vrouwen, maar juist mannen verkrachtten. Tegen 2038 waren 4,5 miljoen Nederlanders ontheemd in eigen land en waren er nog eens 1,5 miljoen vluchtelingen die in het buitenland werden opgevangen.

 

Ondanks de aanhoudende gevechten, werden in 2039 opnieuw verkiezingen gehouden. President Abdellahad won deze verkiezingen met 88% van de stemmen. Naar aanleiding van de verkiezingsuitslag intensiveerde de GAM haar aanvallen en wist de groepering in 2040 een coup te plegen waarbij zij Abdellahad uit het Torentje (de zetel van de macht) verjoegen. De juntaregering van de GAM was echter instabiel. Het nationale leger was zwaar verdeeld en de GAM zag zich gedwongen de posities van de vele deserteurs en collaborateurs op te vullen met gedwongen kindsoldaten. Abdellahad bereidde in Marokko zijn verzet voor. Samen met de groepering ‘Verenigde Allochtonen’ voerde hij vanaf 2040 een bittere strijd met de juntaregering van de GAM. Ondanks de overweldigende steun onder zowel de allochtone als de autochtone bevolking van Nederland, slaagde Abdellahad er echter pas met steun van het nieuw opgerichte United World Program in 2050  in de GAM uit Nederland te verjagen.

 

Het United World Program (UWP) nam in 2040 de plaats van de VN in. De voornaamste financierders van de UWP zijn China en het Verenigde Midden-Oosten. Omdat het UWP vanaf haar oprichting voornamelijk gericht was op de oorlogen binnen de Verenigde Staten en de oorlog tussen de Verenigde Staten en China, had de institutie eerder geen aandacht voor de ontwikkelingen in West-Europa gehad. Vaak wordt gedacht dat dit gebrek aan aandacht voornamelijk voortkwam uit de lage economische belangen die de rest van de wereld nog met West-Europa had omdat dit deel van de wereld weinig tot geen grond- en hulpstoffen te bieden had. Pas toen de juntaregeringen van de verschillende West-Europese landen met elkaar gingen samenwerken om een Verenigd Derde Rijk te beginnen, greep de UWP in.

 

In 2050 werd in heel West-Europa de vrede uitgeroepen. In Nederland werd President Abdellahad onder grote steun van de bevolking weer in macht hersteld. Abdellahad geniet ook de steun van de UWP. Desondanks heeft de UWP zware sancties aan Nederland opgelegd en is pas bereid deze op te heffen als er in Nederland structurele hervormingen plaatsvinden. Nederland is door de UWP aangemerkt als één van de grootste genocideplegers in de historie van de mensheid. Het land wordt als gevaar voor de heersende wereldorde gezien. Haar fundamenteel racistische aard heeft dit land volgens de UWP tot de grondlegger van slavernij en apartheid gemaakt. De schuld voor de serie burgeroorlogen die West-Europa teisterden wordt ook bij Nederland gelegd. Ook is de UWP van mening dat Nederland nog altijd een potentiële brandhaard vormt. Nederland, failliet en volledig verwoest door de burgeroorlog die duurde van 2035 tot 2050, heeft weinig andere keuze dan de voorwaarden van de UWP na te leven: om het land weer op te bouwen heeft ze de steun van de economische grootmachten en de UWP hard nodig.

 

Om stabiele vrede in het land te garanderen, stationneert de UWP vredestroepen in Nederland, onder leiding van de Afrikaanse Unie. Deze institutie is ook bereid in economisch opzicht bij te dragen aan de wederopbouw van West-Europa. De Afrikaanse Unie, het bestuursorgaan van Verenigd Afrika (het rijkste continent ter wereld), verstrekt Nederland leningen en giften om de economie weer op te bouwen. Naast haar militaire vleugel installeert zij met ondersteuning van de UWP ook een humanitaire vleugel in Nederland. Deze humanitaire afdeling moet ervoor zorgen dat Nederland in sociaal opzicht stabieler wordt. Hoewel men officieel stelt dat de militaire, de economische en de humanitaire vleugels strikt van elkaar gescheiden zijn, komt het er in de praktijk op neer dat Nederland op alle gebieden hulp moet accepteren om in aanmerking te komen voor economische hulp. De Nederlandse bevolking is enerzijds blij met de geboden hulp. Extreme armoede, de grote aantallen ontheemden in vluchtelingenkampen, hongersterfte, epidemieën en angst voor een nieuwe burgeroorlog maken in ogen van de bevolking extern ingrijpen noodzakelijk. Toch is er ook onvrede onder de bevolking over het eisenpakket van de UWP en de Afrikaanse Unie en de bijbehorende zware sancties die het Nederland onmogelijk maken op eigen kracht de samenleving weer op te bouwen.

 

De lijst van eisen van de UWP en de Afrikaanse Unie is in ogen van de Nederlandse bevolking lang en onredelijk: de UWP en de Afrikaanse Unie willen zich kunnen bemoeien met het onderwijssysteem, de gezondheidssector, de wederopbouw van de infrastructuur, de godsdienstvrijheid, opvoedingsaangelegenheden, hervorming van instellingen, het judiciaire systeem en daarnaast eist de Afrikaanse Unie verboden op homofilie, euthanasie, anticonceptie, abortus, steralisatie, plastische chirurgie, jeugdreclassering en jeugdopvang, welke zij aanmerkt als grove mensenrechtenschendingen. Ook willen deze internationale instituties dat Nederland een deel van haar autonomie opgeeft en bestuurlijke hervormingen en de aankomende verkiezingen in handen van de UWP legt. Men vermoedt dat de UWP daarmee probeert te voorkomen dat de GAM in het democratische stelsel opnieuw stemmen krijgt en daardoor politieke invloed zal verwerven.

 

De Afrikaanse Unie installeert vlak na haar vestiging in Nederland een televisie- en een radiozender. Met landelijke campagnes probeert de Afrikaanse Unie de Nederlandse bevolking te onderwijzen en sociaal te hervormen. Arabische wetenschappers komen met overtuigende bewijzen dat homofilie een geestelijke aandoening is, die als ze niet onderdrukt wordt, zich kan ontwikkelen tot een besmettelijke, lichamelijke aandoening. De Afrikaanse Unie lobbiet bij Abdehallad voor een streng verbod op homofilie. In eerste instantie weigert de regering Abdellahad deze eis te honoreren, maar als de UWP meer economische sancties oplegt, gaat de regering alsnog door de knieën. Ook eist de Afrikaanse Unie invloed op nieuw samen te stellen onderwijspakketten. Meer dan 80% van de Nederlandse scholen is tijdens de burgeroorlog verwoest en leerkrachten hadden één van de voornaamste doelwitten van de GAM gevormd, waardoor het voor Nederland onmogelijk is haar eigen onderwijssysteem opnieuw op te bouwen. Verschillende Afrikaanse landen zijn bereid nieuwe scholen te bouwen in Nederland, maar zij hebben dan wel medezeggenschap in het curriculum. Zo moeten Nederlandse kinderen meer normen en waarden bijgebracht worden. De Afrikaanse Unie is namelijk van mening dat de Nederlandse cultuur, net als de andere West-Europese culturen, ‘achterlijk’ is en in haar eigen belang hervormd dient te worden. De Afrikaanse Unie vindt daarin bijval van de rest van de wereld.

 

Omdat de Nederlandse mentaliteit van middelmatigheid in presteren als funest gezien wordt voor een gezonde arbeidsethos en wederopbouw van de samenleving, wordt op scholen strenge discipline ingevoerd. Frivoliteit onder kinderen en jongeren wordt aan banden gelegd, onder andere door het verplicht dragen van een uniform, korporale straffen, een verbod op seksuele voorlichting op scholen en een algeheel verbod op pornografische uitingen. Via mediacampagnes laat de Afrikaanse Unie de Nederlandse bevolking weten dat hun middelmatigheid de meest extreme vorm van luiheid is, en dat deze luiheid de wortel van de samenlevingsproblemen vormt. De bevolking wordt gestimuleerd acties te ondernemen om de luiheid te doorbreken. Activiteiten gericht op ‘Excellent presteren’ worden door de Afrikaanse Unie gretig gesubsidieerd. Er komt zwak protest vanuit de bevolking. Ten eerste is men het niet eens met het standpunt van de Afrikaanse Unie, ten tweede vindt men dat andere dingen meer baat hebben bij financiering. De gezondheidszorg bijvoorbeeld. Maar omdat men de middelen en mogelijkheden niet heeft om zich te organiseren, blijft daadwerkelijk protest uit.

 

Omdat de jeugd de toekomst heeft, concentreert de Afrikaanse Unie zich in haar sociale hervormingen voornamelijk tot deze groep. Jongeren krijgen voortaan een combinatie van praktische en theoretische scholing, waarbij de nadruk wordt gelegd op ontwikkeling van de agrarische sector. De Afrikaanse Unie en de UWP zijn ervan overtuigd dat Nederland gebaat is bij de ontwikkeling van industrie en landbouw, omdat dit het land in de toekomst weer onafhankelijk zou kunnen maken. De leerplicht wordt teruggedraaid naar veertien jaar. Een belangrijk speerpunt van de UWP is de emancipatie van jongeren in West-Europa welke in ogen van de UWP meer dan een eeuw lang ernstig gemarginaliseerd zijn. De lange leerplicht en de volwassenengrens van 18-jaar vindt de UWP een inhumanitaire infantilisering van een grote bevolkingsgroep. Jongeren zijn bewust buitengesloten uit het economische en politieke proces en zij hebben door de gedwongen infantilisering blijvende psychische schade en trauma’s opgelopen. Door jongeren vanaf 14 jaar op te nemen in het politieke en economische leven, herwinnen zij hun rechten en kan wederopbouw van een gezonde sociale structuur van de Nederlandse samenleving door de toekomstige generaties opgepakt worden.

 

Het land wordt overspoeld door hulporganisaties. Organisaties die het beleid van de Afrikaanse Unie en de UWP ondersteunen en ten uitvoer brengen worden gefinancierd door deze instellingen. Er wordt een gezamenlijk beleid voor Nederland bepaald.  Om het land weer op de rit te krijgen en de infrastructuur enigszins te herstellen, wordt verplichte communale arbeid ingevoerd. Er worden voornamelijk zandwegen aangelegd, maar voor de belangrijkste verkeersaders gebruikt men steen en asfalt. In plaats van oude Nederlandse mijnen te heropenen en grondstoffen uit eigen bodem te winnen, verplicht de Afrikaanse Unie Nederland ertoe grondstoffen uit Afrikaanse landen af te nemen. Nederland betaalt daar de hoofdprijs voor, waardoor haar schuld aan de Afrikaanse Unie in korte tijd onwaarschijnlijk groot wordt. De rente- en schuldenlast weegt zwaar op de nationale economie. Nederland raakt daarom al snel afhankelijk van voedselhulp en humanitaire organisaties om te voorzien in de basisbehoeften van de bevolking. Herstel van het elektriciteitsnetwerk blijkt te kostbaar. Aziatische bondgenoten van China bevoorraden Nederland met goedkope generatoren. Nederland wordt verplicht de grote aantallen steenkool, waar grote behoefte aan is als brandstof voor kachels, af te nemen van Afrikaanse landen.

 

Het Midden-Oosten heeft de prijzen van benzine en kerosine dusdanig hoog opgevoerd, dat maar weinig Nederlandse gezinnen zich brandstof voor de generator of vervoersmiddelen kunnen veroorloven. Handel floreert niet vanwege immobiliteit en de criminaliteit groeit uit tot ongekende proporties omdat het land voor een groot deel van de dag in het donker gehuld is. De Afrikaanse Unie ziet hier echter wanbeleid en een mentaliteitsprobleem in. Talloze onderzoekers buigen zich over het Nederlandse probleem. Hun bevindingen zijn opmerkelijk eenduidig: Nederlanders zijn inherent achterlijk en lui. Ze zijn zelf schuldig aan hun armoedige situatie. Voor wederopbouw en het algemeen welzijn van de Nederlandse bevolking is het noodzakelijk dat deze luiheid eruit ‘geramd’ wordt.

 

Er komen speciale programma’s om de rechten van vrouwen te bevorderen, waarvan de UWP vindt dat zij gebrainwashed zijn en hun waardeloosheid in de samenleving daardoor zelfs zijn gaan waarderen. De UWP start een grootschalige deprogrammering, waarin het fundamentele recht van de vrouw als voortbrenger van leven de belangrijkste spil is. Anticonceptie, abortus en steralisatie worden onder druk van meer sancties verboden, en met mediacampagnes en posters laat de UWP de Nederlandse vrouwen weten dat ze jarenlang onderdrukt zijn door de mannen. Op slinkse wijze hebben de promiscue Nederlandse mannen hun vrouwen omgeturnd tot onbetaalde hoeren, aan wie niet alleen het recht op onderhoud binnen een gezin werd ontzegd, maar erger, zelfs het recht zichzelf voort te planten door de promotie van anticonceptie, zwangerschapsonderbreking en het streven naar kinderloosheid. Ook dwingt de UWP een verbod op plastische chirurgie af, een verbod op clubs en verenigingen die zich bezighouden met uiterlijk voorkomen en een verbod op schaarse kledij voor vrouwen. De UWP vindt dat de Nederlandse vrouw dringend bevrijd moet worden van het juk van het schoonheidsideaal dat op hen rust. Ook wordt Nederlandse vrouwen geleerd dat zij libidoverlagende maatregelen in overweging moeten nemen om zich tot een geestelijk en lichamelijk gezond mens te kunnen ontwikkelen. Vrouwenbesnijdenis en algehele lichaamsbedekking worden door de UWP tot grote markers van de vrouwenemancipatie gemaakt. Immers, de vrouw moet helder genoeg zijn om het tegen de manipulaties van de man op te kunnen nemen. Als zij daarbij geleid wordt door haar seksuele driften, wordt ze een speelbal van de man. En het verleden heeft bewezen dat vrouwen door hun seksuele driften door mannen onbegrensd gemanipuleerd kunnen worden.

 

Hoe meer maatregelen genomen worden, hoe sterker de verontwaardiging onder de Nederlandse bevolking groeit. Maar een toenemende groep autochtone Nederlanders die het voorrecht krijgen in China, Rusland en andere ontwikkelde delen van de wereld te gaan studeren, scharen zich achter de zienswijze van de UWP. Omdat vele Nederlanders vinden dat hen het leven op eigen bodem zo onmogelijk wordt gemaakt, proberen velen van hen te vluchten naar andere landen, met name in Afrika, omdat dit continent liberaler is en per boot te bereiken. Maar binnen korte tijd stelt Verenigd Afrika paal en perk aan deze migratie- en vluchtelingenstromen, die zij fortuinjagers en kansarme uitbuiters noemen. Bovendien botst de geïmporteerde Nederlandse cultuur teveel met de Afrikaanse. Deportaties volgen al snel. Onder de terugkeerders, maar ook onder de blijvers, borrelt de onvrede. Er is vrede, dat wel. Maar waar is de autonomie? Waar zijn de rechten? Waar zijn oude denkbeelden en tradities gebleven die zij zo waardeerden? En is er enig vooruitzicht dat Nederland zich ooit weer tot één van de economische wereldgrootmachten kan rekenen? Het lijkt er niet op, aangezien de schulden zich blijven opstapelen, het land zich niet kan ontwikkelen op haar eigen manier maar door internationale machten gedrukt worden in de industrie en landbouw, wat het traditioneel gezien nooit goed heeft gedaan in Nederland. Langzaamaan dringt het besef door: macht heeft twee kanten. Wie niet leidt, houdt zich noodgedwongen met lijden bezig.

De wereld op zijn kop

Westerse beschaving. Vooruitgang? Of juist niet?

Als we het leven in het westen vergelijken met het leven in andere werelddelen, zijn we er al snel van overtuigd dat in westerse landen ‘alles beter’ is. Westerse landen zijn in technologisch opzicht meer ontwikkeld, bevrijd van het juk van de godsdienst en de westerse cultuur is ‘beschaafder’ dan andere ‘minder ontwikkelde’ culturen. Westerlingen zijn vrij. Vrij van beperkingen, vrij van god, vrij van angst voor elkaar. Of althans, als westerlingen onder elkaar zijn.

 

Stel je voor zeg, dat westerlingen in stammen zouden leven bijvoorbeeld, en dat het sociale en economische leven steeds onder druk zou staan van onderlinge conflict omdat de ene stam het niet eens is met de levenswijze van de ander. Of omdat ze meer macht voor zichzelf willen opeisen. Dat een stam die zich gemarginaliseerd voelt meer publieke ruimte voor zichzelf wil opeisen. En dat een dominante stam dat dan weer onderdrukt. Nee, zo primitief zijn westerlingen gelukkig niet. Westerlingen vormen één volk. Van dat soort conflicten hebben westerlingen gelukkig geen last. Tribalisme is voor het achterlijke deel van de wereld, waar ze nog niet zoveel begrijpen van het leven. Of stel je voor dat we in het westen onze kinderen nog lijfstraffen zouden geven. Barbaars! Of dat onze vrouwen zouden moeten nadenken over de gepastheid van hun kledij. Daar moeten we niet aan denken. Niets van dat onderdrukkende gedoe als lange rokken, bedekte armen, hoofddoeken of boerka’s. Vrouwen moeten vrij zijn. Onze mannen moet zich maar weten te bedwingen. Want dat is het toppunt van beschaving. Driftonderdrukking. En daar blijken wij westerlingen nou eenmaal veel beter in te zijn dan andere volkeren op deze wereld. Toch?

 

Het ligt er maar aan hoe je de wereld bekijkt. Laten we die wereld even op z’n kop zetten. Van onder naar boven bijvoorbeeld. Bekijk het leven eens vanuit zuiderlijk oogpunt. Daar ziet men namelijk geen enkel verschil tussen Afrikaans tribalisme en de conflicten tussen ‘autochtonen’ en ‘allochtonen’. En een ‘war of words’ is ook een oorlog. We zeggen graag dat men in Afrika elkaar graag uitmoordt met machetes. Afrikanen zeggen graag dat wij elkaar kapotmaken met woorden. Wat is goed en wat is slecht? Bloed aan je handen versus trauma’s op je tong. Ook met woorden kan je mensen onderdrukken. Zeker als die woorden worden vertaald in wetten en beleid. En dat is waar het westen op afstevent. Als je het uit zuiderlijk oogpunt wil bekijken tenminste.

 

Of neem de positie van kinderen. Hen wordt geleerd dat de wereld bestaat uit pratende beesten die alles weten, ze leren dat de televisie de wereld is en groeien op tot hangjongere omdat ze zich kapot vervelen omdat ze geen verantwoordelijkheden hebben. Bovendien hebben ze voor niemand respect, waardoor ze ook door niemand meer tot de orde geroepen kunnen worden. Want ja, een 15-jarige kan je niet zo makkelijk meer met de kookwekker op de stoutstoel zetten. En dan? Volstoppen met medicijnen want ADHD of andere gedragsaandoeningen. De straat, de buurt en de gemeenschap mogen geen rol meer hebben in de opvoeding en dus mogen frustraties buiten de deur niet meer worden gebotvierd of gecorrigeerd. Integendeel, frustratiegedrag veroorzaakt overlast en niemand mag daar last van hebben. Tenslotte zijn de kinderen de ouders zo dankbaar voor die verantwoordelijkheidsvrije, onschuldige jeugd dat ze hen in een bejaardenhuis zichzelf laten onderpissen. Maar gelukkig kunnen ze zich daarover steen en been beklagen op het internet. Machteloos uiteraard. Vooruitgang? Of leidt de westerse manier van opvoeden juist tot meer problemen met jeugd en minder betrokkenheid bij de ouders op latere leeftijd?

 

En wat betreft de positie van de vrouw. Waarvan wij denken dat het zo vrijgevochten is. Geëmancipeerd. Bevrijd. Beschikkend over gelijke rechten. Dat kan je ook op een hele andere manier interpreteren. Vrouwen wordt geleerd dat ze vooral hard moeten werken, en naast zorg voor de kinderen ook zorg voor het financiële plaatje dragen. Niet omdat westerse mannen graag gelijke rechten voor vrouwen willen, maar omdat ze juist meer vrijheid willen. Een onafhankelijke vrouw is wel zo handig, want zo heeft de man vrij spel. Geen gewetenswroeging als je het hazenpad wil kiezen. Geen barrières als je gewoon weer een nieuw gezin wil beginnen. En nog één. En nog één. Geen angst dat je al die vrouwen uiteindelijk nog moet onderhouden. Die vrouwen staan hun mannetje wel. En met de huidige vrouwen power mode zou het juist de trots van de vrouw moeten zijn de man te ontheffen van onderhoudsbetrokkenheid. Wat is daar dan zo beschaafd aan? Zelfs in polygame huwelijken hebben vrouwen meer rechten. Daar erven ze tenminste allemaal en wordt voor hen gezorgd. Uiteraard, vaak moeten ze bijdragen of zijn ze gezamenlijk kostwinners voor luie mannen, maar er is een vangnet voor hen. Als het niet de man is, zijn het wel de andere echtgenotes. Tenminste, als je het uit zuiderlijk oogpunt wil bekijken.

 

Vrouwenrechten? Die zijn gehonoreerd door mannen. Uit beschaving? Of eerder omdat zij daar een uitgelezen kans in zagen de vrouw tot op het dieptepunt te kunnen onderdrukken? Westerse vrouwen moeten meer dan welke ander vrouwvolk ook nadenken over de gepastheid van hun kledij. Over hun hele voorkomen eigenlijk. De verlichte westerse vrouw staat iedere ochtend heel bevrijd kreunend op de weegschaal, heeft een verstoorde relatie met de spiegel, teert weg achter de worteltjes en de sla, wordt opgezadeld met minderwaardigheidscomplexen en eetproblemen en wordt in sommige westerse landen zelfs heel makkelijk de weg van de plastische chirurgie in gedrukt. Dan is zo’n hoofddoek toch een stuk makkelijker. Bad hairday? Gewoon die doek eroverheen. Wie boeit het. Blubberbuikje? Hup, wijd gewaad aan, klaar. Overmatig veel puisten? Boerka eroverheen. Cellulitis benen? En ook nog blubberig? Lange rok eroverheen en niemand ziet het. Dat kan ook bevrijdend werken. En die korte rokjes, lage décolletés en stilettohakken die de vrijheidssymbolen van de westerse vrouw moeten voorstellen, tja, dat is echt heel slim bedacht van westerse mannen: vrouwen te laten denken dat dat een vrijheid is. Want wat is er nou vrij aan zoveel hoerigheid? En die driftonderdrukking van de westerse man waar die uitdagend geklede westerse vrouwen maar op moeten vertrouwen? Zedenmisdrijven, porno, vreemdgaan. Allemaal heel beschaafde buitensporigheden natuurlijk. Maar niet als je het uit zuiderlijk oogpunt wil bekijken.

 

Je zou al deze zaken ook als heel barbaars kunnen zien. Als achterlijk. Of zelfs als onderdrukking. De westerling zit opgesloten in zijn eigen wereld. De tv is god. En al die vooruitgang en technologische ontwikkelingen, maken die van de westerling niet gewoon een consumptieslaaf? Westerlingen kennen elkaar van hun blogs, Facebook en Twitter maar niet van het dagelijks leven. Westerlingen kijken vaker naar een beeldscherm dan naar een menselijk gezicht. Westerlingen zijn meer betrokken bij beroemdheden dan bij hun eigen ouders. En of het nu on- of offline is: westerlingen zitten constant in een rol, hun imago. Reputatie is alles. Voorkomen ook. Westerlingen zijn zo bezig met zelfpresentatie en hoe ‘de ander’ gemanipuleerd kan worden, dat het hoofd geen vrijheid meer kent. Burnouts, stress, identiteitscrises, psychologische kwesties, ze vieren hoogtij in het westen. Er zitten dan wel een hele hoop boeken in die westerse hoofdjes, maar het verstand en de levensvreugde liggen er diep onder begraven. Onderdrukking van het zuiverste water. Tenminste, als je het uit zuiderlijk oogpunt wil bekijken.  

 

Is het leven in het westen echt zo vrij? Bekijk het eens uit een ander oogpunt. Westerse overheden hebben hun burgers behoorlijk in de tang. Niet door middel van een dictatuur, maar door hen de illusie van medezeggenschap te geven. Intussen wordt de westerling subtiel gedwongen constant met productiviteit bezig te zijn. Het is bijna communistisch, maar dan erger want de westerling in zo’n vrijgevochten democratie moet zien te leven met het feit dat een ander voor dezelfde inspanning misschien wel het tienvoudige verdient. Zeer weinig westerlingen kunnen op hun eigen stukje land bepalen wat voor soort huis ze er neer zullen zetten. Een golfplatenhutje of een kasteel. Dat wordt allemaal bepaald. En hoeveel westerlingen kunnen zich terugtrekken uit het economische leven, op hun eigen stukje land hun eigen eten verbouwen, en de kindjes zelfscholing geven? Collectieve verplichtingen roepen, protocollen, waanzinnig hoge landprijzen en de leerplicht. Bijvoorbeeld. Hoe en waar de westerling leeft wordt bepaald door de overheid. En westerlingen hebben zelfs geen recht op hun eigen nageslacht: die behoren netjes toe aan de staat. De westerling noemt dit alles Verlichting, Vrijheid, Beschaving, Ontwikkeling. Maar daar kan ook een heel ander licht over geschenen worden. Tenminste, als je het een keer vanuit een ander oogpunt wil bekijken.


Noot: Ik laat me niet graag een mening in de schoenen schuiven. Dit stuk gaat dus niet over mijn standpunt, welke noch aan de westerse, noch aan de zuiderlijke kant van de wereld gevonden kan worden. Dit stuk gaat over verschillende manieren van leven, interpreteren en kijken. Het is een voorproefje van de roman waar ik aan werk, waarin ik op meer subtiele wijze de wereld voor de lezer op zijn kop zet
.

Kromme vingers

De emancipatie van ‘andersdenkenden’

Er bestaat een heuse FGM day. Een dag tegen vrouwenbesnijdenis. Ieder jaar op 6 februari. Niet razend actueel dus. Maar toch zou ik er een anekdote over willen vertellen: 

Ook in het West-Afrikaanse Sierra Leone komt vrouwenbesnijdenis veelvuldig voor. Het is een eeuwenoud cultureel gebruik, onder zowel christenen als moslims en heeft in dat land daarom niet met de islamitische geloofsovertuiging te maken. Men schat dat in Sierra Leone ongeveer 95% van de vrouwelijke bevolking besneden is en daarom organiseert de VN ieder jaar rond 6 februari een hele week van protest en bewustwording. Ze vindt daarin weinig bijval van de lokale vrouwen. En toch gaat ze ermee door. De campagneteksten zijn niet mild: vrouwenbesnijdenis is verminking, het is misdadig en verwerpelijk. En in strijd met de rechten van de vrouw natuurlijk. Nu wil het zo dat vrouwenbesnijdenis in Sierra Leone een zuiver vrouwelijk gebeuren is. Er komt geen man aan te pas. Het gebeurt tijdens de initiatie in de geheime vrouwelijke genootschap, waar mannen geen toegang toe hebben. En onderzoek wijst uit dat een groot deel van de mannen in de Sierra Leonese samenleving juist tegen vrouwenbesnijdenis is. De boodschap van de VN: vrouwen moeten dit gebruik de rug toekeren omdat het in strijd is met hun vrouwenrechten. Wat op zijn minst een misplaatste benadering is. De Sierra Leonese vrouwen vinden het namelijk juist hun recht het wel te doen. Omdat het ‘vrouwenrechten argument’ het niet zo goed doet, dendert de VN afgelopen februari het land binnen met de boodschap dat besneden vrouwen afschuwelijk verminkt zijn. De initiators van de geheime vrouwengenootschap die juist door hun ‘vakkundigheid’ op het gebied van vrouwenbesnijdenis en kennis over tradities hoog aanzien genieten in de vrouwengemeenschap, werden door de VN afgeschilderd als beulen en misdadigers. En het zijn juist deze initiators die de VN aan haar kant zouden moeten zien te krijgen. Want deze machtige vrouwen staan aan de wieg van culturele vernieuwingen. Zonder hun steun wordt het lastig een ingang in het vrouwendomein te vinden. Daar sloeg de VN de plank dus ook mis en laat het zich raden dat ze met de campagne op ontzettend groot verzet stuitte.

Natuurlijk zijn er mensen onder u die vinden dat ook in dit geval ‘emancipatie’ nodig is. Ik heb daar geen mening over. En een mening doet er ook eigenlijk niet zoveel toe. Wat er voor en tegen vrouwenbesnijdenis te zeggen valt ook niet. Waar het om gaat is de benadering. Want eigenlijk zou het om toenadering moeten gaan. Maar de aanpak schoot het doel voorbij en had juist een averechts effect. Uit protest werden er in die FGM week ontzettend veel besnijdenissen gedaan, verkreeg het geheime vrouwengenootschap (wat het afgelopen decennium behoorlijk aan populariteit had ingeleverd) een nieuwe glorie, die ze in haar geschiedenis nooit eerder gekend had. Er waren volwassen vrouwen die eerder hadden besloten zich niet te laten besnijden, die zich naar aanleiding van de VN campagne bij wijze van statement tegen deze “neo-kolonialistische praktijken” toch lieten besnijden. De vrouwen hadden hun mond er van vol: Dit wás juist hun recht. Dit was hún domein. En daar had niemand zich mee te bemoeien. Even op een rijtje: de VN komt onuitgenodigd het domein van een ander binnen, roept tegen een overwegend besneden vrouwenpopulatie dat ze verminkt zijn en verwacht dat deze vrouwen bewonderend zullen buigen en dergelijke denkbeelden overnemen. Wat voor mening u ook bent toegedaan, ik denk dat we het snel met elkaar eens kunnen zijn dat de VN een wel heel ongelukkige benadering heeft gekozen.

Gelukkig zag de VN wel in dat deze benadering voor de volle hon-derd-pro-cent misplaatst was. Daarom gooit ze het nu over een andere boeg. Niet alleen meer in die beladen FGM week en met een andere boodschap. De VN richt zich nu op de gezondheidsrisico’s en de vele sterfgevallen ten gevolge van besnijdenissen onder jonge meisjes. En dat vindt bijval. Lokale vrouwen en organisaties pakken die boodschap op en voeren er hun eigen bewustwordingscampagnes mee. Vrouwen proberen elkaar er nu van te overtuigen het toch vooral ècht vakkundig te laten doen en pas op latere leeftijd. En er is een wet die besnijdenis van meisjes onder 18 jaar verbiedt. Die was er al, maar niemand hield zich eraan. Nu wordt men er bang voor. Omdat de overheid en de VN samen vaker laten weten dat die wet er echt is. De hoop is dat wat oudere meisjes en vrouwen, eenmaal boven de achttien jaar, niet voor besnijdenis zullen kiezen. En wie weet. Misschien werkt het. Misschien ook niet.

Ik begrijp dat er heel wat onder u zijn die nu denken: maar vrouwenbesnijdenis is ook afschuwelijk en dat men alle mogelijke middelen en methoden moet aangrijpen om daar een halt toe te roepen. Zelfs als het op een ander continent gebeurt en de betrokken vrouwen het zelf willen. Ook begrijp ik dat er heel wat onder u zijn die vinden dat de westerse manier van leven de enige juiste of misschien enige natuurlijke manier van leven is. Wij hebben iets begrepen van het mens-zijn en ‘andersdenkenden’ juist niet. Wij moeten hen wijzer maken. En het is vast al geen verrassing meer dat die ‘andersdenkenden’ er op hun beurt heimelijk ook zo over denken. Over u dus. Dat u niet weet wat goed voor u is. Alleen hebben ze de middelen en methoden niet om hun gedachtegoed aan u op te komen dringen. Want ik ben ervan overtuigd dat dat anders wel het geval was geweest. Ieder mens ziet zichzelf als centraal middelpunt van het bestaan. Uw eigen manier van denken is de enige juiste manier van denken. Het is zo natúúrlijk, waarom zien ‘zij’ dat nou toch niet in? Sommige mensen gaan zelfs zo ver ‘andersdenken’ achterlijk te noemen. En niet alleen in het westen hoor. Dat doet men ook in andere delen van de wereld. En van alle kanten zijn er ‘denkenden’ die ineens anders gaan denken. Migranten die zich meer identificeren met het gedachtegoed van hun gastland bijvoorbeeld. Ook van westerse origine. Kijkt u maar eens naar Thailand waar vele westerse mannen naartoe gaan omdat ze niet kunnen leven met een geëmancipeerde westerse vrouw. En het gaat daarbij echt niet om een handjevol.

Als je het wel bekijkt, zijn we allemaal ‘andersdenkenden’. Ten opzichte van andere culturen, maar ook ten opzichte van onze buren. Het besef daarvan zou ik nou daadwerkelijke verlichting noemen. Misschien kunnen we dan eindelijk ophouden het opgeheven vingertje naar anderen uit te steken en onze onderlinge verschillen accepteren voor wat ze zijn. Als vrouwen gekleed willen gaan in een boerka, een hoofddoek, zwarte kousen of korte rokjes en uitdagende decolletés, dan moeten zij dat zelf weten. Ook al vindt u hun motivatie dubieus. Die vrouwen ‘bevrijden’ die dat onder zware druk of dwang doen, daar zie ik niet zoveel kwaads in. Maar dan wil ik u nog even terugbrengen naar het voorbeeld van de VN en de FGM week in Sierra Leone. Toenadering. Want een verkeerde benadering zou weleens averechts kunnen werken.

Waar ‘andersdenkenden’ met elkaar moeten opgaan in dezelfde gemeenschap treden er extra complicaties op. Je kunt een gastvrij beleid voeren en ‘de ander’ zoveel mogelijk speelruimte laten om het eigen ‘andere’ gedachtegoed te behouden en in praktijk te brengen, zodat ‘de ander’ zich thuisvoelt in uw gemeenschap. Dat is het meest nobele streven en zou ik de Ware Verlichting willen noemen. Helaas lijkt het bijna onmogelijk. Het is geprobeerd en u vindt bijna massaal dat het mislukt is. Sommigen meer dan anderen, maar er zijn nog maar weinig mensen die géén negatieve punten kunnen vinden aan de multiculturele samenleving. Helaas. Als het echt zo mislukt is, is ingrijpen noodzakelijk. Maar ook hier geldt: het is de toon die de muziek maakt. Begrijp me goed, ik ga geen pleidooi houden over de rechten van de migrant. Dat is zeer discutabel, dat begrijp ik ook. Heel nuchter en realistisch gezegd: baas in eigen land. En zo is het. Dat geldt voor alle andere landen ter wereld ook.

U, autochtoon, bepaalt dus gewoon wat acceptabel is en wat niet. En als u geen vrouwenbesnijdenis, boerka’s, hoofddoeken, zwarte kousen, minirokjes of laaguitgesneden decolletés in uw land wil, dan moet u dat gewoon verbieden. Punt uit. Maar denkt u nog even terug over benadering. Ú wilt het niet. Dat is prima. Uw goed recht. Hou het daar dan ook bij. Probeert u alstublieft dingen niet te verdraaien in termen van ‘mensenrechten’ en/of ‘vrouwenrechten’. Dat maken die ‘andersdenkenden’ zelf wel uit. U hoeft daar uiteraard niet mee te leven. En wilt u geen toenadering? Dat is ook uw goed recht. Een verbod dwingt deze ‘andersdenkenden’ hun eigen acties te ondernemen. Protesteren bijvoorbeeld. Conformeren. Of vertrekken. Zo simpel is het. Kwesties over ‘andersdenken’ zijn heel snel beslecht met verboden en wetten. En daar zouden we allemaal veel baat bij hebben. Het is direct, het is duidelijk en het is eerlijk. U komt op voor úw rechten, niet voor die van hen. Uw vingertje, dat intussen krom staat van de alleen in uw ogen emanciperende terechtwijzingen, en die decenniumlang durende discussies zijn erger, pijnlijker en neerbuigender dan enig verbod ooit zou kunnen zijn. 

Kinderporno

Wie tegenwoordig op zoek is naar kinderporno, hoeft er niet lang naar te zoeken. Ook als je helemaal geen kinderporno wilt zien namelijk, word je er in verbazingwekkende volumes op getrakteerd. Misschien moet ik mijn eigen definitie van wat kinderporno is versmallen, maar ik begin toch te tandenknarsen als ik op internet het ene na het andere tienermeisje zich op webcambeelden zie ontkleden, masturberen, of andere seksuele handelingen zie verrichten.

Toegegeven, de meisjes zien er verre van ongelukkig uit op de beelden. En misschien worden ze dat ook nooit, later, als ze groot zijn. Maar ik kan me toch zo voorstellen dat je als vijftienjarig meisje niet zo goed beseft wat de consequenties van zo’n avontuurtje kunnen zijn. Ik vraag me dan ook af, of deze meisjes zelf verantwoordelijk zijn voor de verspreiding van die beelden. Ik heb namelijk het donkerbruine vermoeden dat veel van deze meisjes niet eens weten dat ze op internet staan. Kijkt u maar even mee. Op grote, gratis pornosites prijken talloze tienermeiden in alle mogelijke standjes en poses. En vooral van de slechte webcambeelden en fotootjes heb ik het idee dat deze niet voor een groot publiek werden gemaakt.

Misschien kan ik gewoon niet zo goed inschatten hoe een achttienjarig meisje eruit ziet, en worden er heel jong uitziende meisjes gebruikt om de boel te bedotten. En eerlijk gezegd, dat soort videootjes zie ik ook staan. Maar als u nu eens verder klikt, dan komt u vanzelf piepjonge meisjes en jongens tegen, die met de beste wil van de wereld de 18 niet halen.

Vorige week berichtten de media dat de Nederlandse politie de kinderporno netwerken wil infiltreren door zelf kinderporno te plaatsen. Een nog veel zorgwekkender situatie, want welke kinderen zullen daarvoor worden gebruikt? Ik mag dan hopen dat de uitvoerende ambtenaren beelden van hun eigen kinderen zullen gebruiken. Mèt hun schriftelijke toestemming, anders zou de ethiek ver te zoeken zijn, nietwaar? De smoes die de politie gebruikt, is dat zij zelf kinderporno zouden moeten plaatsen om in de netwerken terecht te kunnen komen.

Maar waarom niet even de tijd nemen, terug naar de tekentafel en nieuwe plannen maken, als je al zoveel werk kunt verzetten door kinderporno van de gratis pornosites te verwijderen? Het lijkt mij namelijk dat kinderporno, waar niets vermoedende internetters met een gezonde weerzin tegen kinderporno ongevraagd op getrakteerd worden zonder zelf kinderporno te hoeven plaatsen, veel meer in the picture staan, dan wat verborgen blijft voor het grote publiek.

Page 1 of 212
Gin is antropoloog en schrijfster van de boeken De Wil Om Te Doden, Moordjongens en Ana.


Onderwerpen

Mijn archief

Oudere archieven

Nieuwe blogs per email