‘All-Lie-Jazeera’: Hoe corrupt is Afrika?

 

 

Sierra Leone’s Timber–Sorious Samura

 

Met de documentairereeks ‘Africa Investigates’ probeert Al Jazeera bloot te leggen waarom Afrika maar niet ontwikkelt. In de documentaires leggen lokale journalisten vast hoe vriendjespolitiek, corruptie en angstpolitiek hun volkeren arm houden. Ook Sierra Leone kwam aan bod in een documentaire van Sorious Samura, één van Sierra Leone’s meest gewaardeerde journalisten. Althans, tot de uitzending van Timber, waarin Samura laat zien hoe corrupt de machthebbers in Sierra Leone zijn. Of liever gezegd: hoe corrupt de Vice President is (of zou zijn) en hoe dat ten koste gaat van de natuur in Sierra Leone.

 

De documentaire zorgde voor veel ophef in Sierra Leone. Op zich vreemd, want al jarenlang is de illegale en corrupte houthandel van de VP publiek geheim. Iedereen ‘’wist’ het wel. Of tenminste; iedereen dacht te weten dat dit gebeurde. Waarom dan die ophef? Het is nu toch eindelijk een keer out in the open? En als het niet waar is, dan heeft de VP eindelijk de kans om roddel en achterklap de nek om te draaien door met bewijzen op tafel te komen. Want zelfs op internet is een hevige discussie gaande over de feitelijkheden in de documentaire. En dat is uniek, want Sierra Leone is niet echt vertegenwoordigd op internet. Anders dan op Facebook dan. Het onderwerp leeft. Terwijl iedereen in Sierra Leone weet dat corruptie nu eenmaal onderdeel is van het dagelijks leven, dat iedereen zich schuldig maakt aan zowel vriendjespolitiek als corruptie, en dat dat in het bijzonder geldt voor de machthebbers.

 

Waarom staat niet iedereen te kloppen op de poort van het Statehouse om een bevredigende verklaring van de VP te krijgen? Sierra Leone wordt internationaal door het slijk gehaald immers. Bewijzen? Tegenbewijzen? Waarom maakt iedereen in Sierra Leone zich ineens druk om het persoonlijke leven en het karakter van filmmaker Sorious Samura? Hij heeft in een theatergroepje gezeten. Och hemel! Ja. Veel creatieve mensen doen dat soort creatieve dingen. Dus? En oh, hij schijnt, naar verluidt, zegt iemand op de radio, ooit eens een vriendinnetje van zijn beste vriend afgepakt te hebben. En dat is zowat een nationaal schandaal.

 

Heel handig, dat de discussie nu dus niet meer om de VP gaat, niet meer om corruptie, maar om degene die het speelveld open probeert te breken. En dat is wat Al Jazeera over het hoofd zag. En Sorious Samura ook. Want vriendjespolitiek, corruptie en angstpolitiek zijn maar symptomen van de werkelijke kwaal: Politieke verdeeldheid. Of liever gezegd; het politieke systeem. Er zijn maar twee daadwerkelijke spelers op het politieke toneel. Je bent voor de één, of voor de ander. Alternatieven zijn er niet. En je wordt politiek georienteerd geboren. Een baby van drie dagen is al politiek supporter. Voor het leven. En de verkiezingstijd komt eraan. En daarom kan geen enkele politicus het zich veroorloven om zo breeduit, zo negatief in de pers te komen. Voor de supporters geldt: hun partij mag dan misschien corrupt zijn, maar beter hun eigen corrupte partij aan de macht dan de oppositie. Omdat zij immers moeten profiteren van de vriendjespolitiek, corruptie en angstpolitiek van de zittende macht. Want ook dát is een systeem. Wat je niet zo één, twee, drie omkeert. Het volk zit dus helemaal niet te wachten op antwoorden. Of bewijzen. Want de speculaties doen het politieke speelveld juist opleven. De media likken hun vingers erbij af. Wie luisde de VP erin? Is de documentairemaker niet gewoon lid van de oppositie en moest de VP daarom door het slijk? Of is hij stiekem een handlanger van Musa Tarawally, die running mate wil worden voor de regerende partij en dus een geduchte tegenstander is van de huidige VP. Wie speelt hier allemaal een spelletje en met wie wordt wat voor spelletje gespeeld? Want naast de normale verkiezingsstrijd tussen politieke tegenstanders is er is ook behoorlijk wat in-fighting. Bij beide politieke partijen.

 

Sorious Samura staat dus ineens centraal in het publieke debat over politiek. Hij heeft het gedaan. En ‘Al-Lie-Jazeera’. En toch is de documentairereeks het bekijken meer dan waard. Want of de specifieke gevallen nu wel waar of niet waar zijn, doet niet zoveel terzake. Het is de dagelijkse praktijk in Afrika. Dit soort dingen gebeuren duizend keer op een dag. Van het laagste niveau tot het hoogste. Het geeft dus een illustratie. En nu heb je er een extra dimensie bij gekregen. Afrikaanse politiek. De bron van alle ellende. Want zolang het politieke systeem er niet op de schop gaat, blijft Afrika arm. Simpelweg omdat de hele wereld een corrupt Afrika nodig heeft om te blijven draaien. Want eerlijk gezegd is het ook een beetje flauw om met die vinger maar steeds naar die ‘nare, nare Afrikaanse politici’ te blijven wijzen. Alsof het aliens zijn die van een andere planeet zijn neergedaald om Afrika kaal te plukken. Waar halen zij hun centjes dan eigenlijk vandaan? Precies. Van vriendjespolitiek, corruptie en angstpolitiek van een hele andere orde van grootte. Ik zeg het maar even letterlijk, voor als u het eigenlijk niet wíl weten. Wereldpolitiek. Ja. En als u gelijk met 600 tegenargumenten op de proppen kan komen, zonder er eigenlijk de ballen verstand van te hebben, moet u zich bij uitstek in kunnen leven in het Sierra Leoonse volk. Wat niet weet, wat niet deert. Immers. Zolang we dit soort praktijken maar incidenten kunnen blijven noemen. En er ergens een boodschapper voor aan het kruis kunnen nagelen. Alles is goed. Zolang de status quo maar de status quo blijft. Die olifant in de kamer weet u wel? Daar hebben wij in Nederland ook een hele collectie van. Ach, misschien kan Sierra Leone er ook eens een commissietje tegenaan gooien. Is goed voor de overhead. En een nieuwe politieke discussie. Want is die commissie dan wel objectief? Want dat zijn ze natuurlijk nooit. Weet u nog, die baby van drie dagen oud? En zo zijn we het cirkeltje weer rond. I rest my case.

Nederland Paracetamol Land

 

 

Foto: EgahenWie mijn boek De Wil Om Te Doden heeft gelezen, weet hoeveel medische problemen ik in Sierra Leone heb moeten doorstaan de afgelopen jaren. Vooral de eerste paar maanden van mijn verblijf daar leek het alsof ik in de jungle beland was. Met een zware malaria aanval kwam ik in een Chinees ziekenhuisje terecht, met een Chinees sprekende arts die later helemaal geen arts bleek te zijn. Maar malaria is op zich niet moeilijk te behandelen en dus kwam het toch helemaal goed met mij.

 

Vooral toen ik in het binnenland van Sierra Leone zat, heb ik nogal wat spannende momenten doorgemaakt wat mijn gezondheid betreft. Als ‘Hollands’ meisje werd ik – zonder overdrijven – van iedere zucht ziek. De meest gangbare dingen hoor. Salmonella vergiftiging, salmonella vergiftiging, salmonella vergiftiging, tyfus, malaria en koolmonoxidevergiftiging. En het was altijd maar afwachten of er een dokter zou zijn die me zou kunnen redden. Toch kwam het altijd wel goed. Alleen was het altijd een behoorlijke zoektocht om een èchte dokter te vinden en als ik die eenmaal te pakken had, was het nog de kunst om aan èchte medicijnen te komen. 

 

Na een tijdje ben je ingeburgerd en ken je ongeveer de weg wel. Dáár kan je terecht voor een goede diagnose, dáár voor onafhankelijke labresultaten (want valse uitslagen zijn gewoon handel voor ‘artsen’ die eigenlijk gewoon apotheker zijn. Of gewone stervelingen die een apotheek hebben en bijknutselen als ‘dokter’), dáár kan je goed terecht voor verdere behandeling, dáár voor spoedgevallen, dáár voor het schoonmaken van wonden en dáár voor de meer intieme zaken. Soms moet je met je zieke lijf een hele dag de stad af rijden om een dokter te vinden omdat net die ene goede diagnosticus in het buitenland zit, maar als je eenmaal de goeie te pakken hebt, ben je ook zo weer op de been. Je krijgt een hele apotheek aan medicijnen mee, soms zelfs drie van dezelfde van verschillende merken, je slikt je dus te pletter maar al met al; als je geld hebt, komt het uiteindelijk allemaal goed. Als je aan gangbare dingen lijdt, althans. En op tijd bent.

 

En hoe belangrijk dat op tijd zijn is, bleek afgelopen Augustus, toen mijn dochter (in Sierra Leone) zomaar uit het niets koorts kreeg. Niet zo heel hoog – 38.2 – en ze was heel levendig. “Vast tandjes,” zei ik. Of niets. Wij ‘weten’ immers dat baby’s en peuters om he-le-maal niets gewoon ‘zomaar’ hele hoge koorts kunnen krijgen. “Even aankijken,” zei ik zelfverzekerd. De volgende dag had ze nog steeds koorts. Een hele 38.3. Mwah. “Hoeft nog steeds niets te zijn,” zei ik weer. In de ‘wanneer moet je peuter naar de dokter handleiding’ die ik in Nederland bij mijn dochter gekregen had, stond immers dat ik pas na drie dagen koorts de dokter mocht bellen. Als ze verder gewoon levendig was. En dat was ze. En in Nederland weten ze uiteraard meer van baby’s en peuters dan in Sierra Leone. Dus volgde ik de handleiding. Op dag 4 nam ik haar netjes mee naar de dokter. Koorts: 38.8. Levendig? Jazeker. Dikke malaria? Jazeker. En een hele boze arts. Hoe onverantwoordelijk was ik, dat ik drie hele dagen gewacht had? Hoe kom ik erop dat een kind ‘zomaar’ koorts kan krijgen? En als ik dan geen teken van tandjes zie, waarom ga ik dan niet gewoon even langs om het te laten checken? Ik heb er toch zeker het geld voor? Waarom zou ik in “góds-náám” zulke risico’s met een klein kindje nemen? Ben ik wel goed bij mijn hoofd? Tja. Daar zit je dan. Mijn ‘ja maar, de Nederlandse baby-peuter handleiding zegt dat…’ argument schoot al helemaal in het verkeerde keelgat. “Nederland, jaja,” zei de dokter hoofdschuddend. “Nederland paracetamol land.”

 

Misschien denkt u, net als ik toen ik daar in die stoel, en feitelijk óp het matje, zat: “Pfoe, een Sierra Leonese kwakzalver die het beter weet!” Maar toen bedacht ik me: Steevast als ik in een buitenland naar de dokter ga, blijkt steevast dat ik veel eerder had moeten komen. Best vreemd, want in Nederland moet ik steevast niet zo vroeg komen. En waar ik in buitenlanden steevast medicatie krijg waar je een paard mee platkrijgt, krijg ik in Nederland, inderdaad, steevast een paracetamolletje voorgeschreven. Totdat het probleem zó uit de klauwen is gelopen dat ik ergens een ernstige infectie, blessure of iets ergers blijk te hebben. Ook steevast. Zo herstelde ik bijvoorbeeld van een keizersnee met een paracetamolletje, van operaties, van zware bloedingen en van malaria die ik ooit, pas na terugkeer in Nederland, kreeg en dus meer dan twee maanden met die rotziekte rondliep.

 

Vorige week woensdag kreeg mijn dochter weer koorts. Nu gód-zíj-dánk in het goed ontwikkelde Nederland zou u denken. Hier is ze tenminste veilig. We hebben immers goede zorg waar ik iedere maand bij wijze van abonnement € 150 voor moet neertellen, voor het geval dat, of zoiets. Maar ja. Ze had maar één nacht koorts. Volgende dag niets. Wat te doen? Toch nog maar even de handleiding voor peuters erbij. Tja. Na drie dagen koorts bellen. Toch maar even afwachten dan. Of niet? Het moment op die stoel bij die Sierra Leonese arts kwam weer in een flits voorbij. Was ik nu onverantwoordelijk? Of juist niet? Waarom zat ik eigenlijk zo te dralen? De tweede nacht koorts kwam voorbij. En overdag weer helemaal niets. Tandjes? Ehm. Geen reden om mee naar de huisarts te gaan in Nederland. Want die € 150 per maand is niet voor dat soort onbenulligheden natuurlijk. Dat is voor ècht zieke mensen. Wachten dus maar. Maar schijt, denk ik. Ik betaal toch eigen risico? En als dat dan allemaal niet mag van die € 150 per maand plus dat eigen risico, waarom zou ik het dan gewoon niet maar zelf betalen? Voor mijn gemoedsrust? En toen was het alweer zaterdag. Bam. Koorts. Nu ook overdag. En ‘s nachts. Maar dat kind van mij is zo sterk als een paard, dus spelen doet ze wel. Eten niet meer. Maar drinken wel. Wat zegt de handleiding? Eten is niet zo belangrijk, drinken wel. Dat ze al 4 ons was afgevallen op 11 kilo, tja. Ach. Ze is sterk.

 

En toen kwam zondagnacht. Een hele 40.6 graden koorts. Paniek in de tent. Bellen dus maar. “Ach,” zei de dame aan de andere kant van de lijn. “Het is wel wat hoog, maar dat kan volkomen normaal zijn voor peuters hoor. Paracetamolletje geven.” Pfoe. Nederland Paracetamol land. Geen woord aan gelogen. Want voordat ik de symptomen op een rijtje kon zetten, had ik het wondermiddel al voorgeschreven gekregen. “Waarom bel je dan ook?” vroeg mijn moeder. Ja. Stom. Want ergens wist ik ook wel dat ze me zou adviseren paracetamol te geven, tegen weekendtarief, voor een telefoontje van nog geen 5 minuten. Ik had flashbacks naar vroeger toen zowel mijn zus als mijn broertje met blindedarm ontstekingen bijna een week op paracetamolletjes moesten leven. Allebei op het randje hoor. En zo ken ik nog veel meer verhalen. Ik wilde dus GVD serieus genomen worden! Teveel gevraagd. Want ook op een normale maandagochtend was het voor de telefoniste van de huisarts teveel moeite om me normaal te woord te staan. Een hoop gezucht, weer dat gedoe om dat paracetamolletje, en een hele, hele, hele grote onwil om ons dezelfde dag nog een afspraak te geven.

 

In één klap was mijn schuldgevoel van afgelopen Augustus verdwenen. Dit is precies de reden waarom ik altijd wacht. Omdat ik daartoe word gedwongen. Omdat ik vaak gewoon helemaal geen afspraak krijg. Omdat ik me door die toon alleen al een kind van drie voel die gewoon buikpijn heeft omdat ze teveel snoepjes heeft gegeten. Maar het ging nu niet om mij en dus zette ik door. En door. En door. En toen kreeg ik uiteindelijk een afspraak. Met, naar bleek, een artsassistent. Geen dokter dus. Een STUDENT. Wel een hele lieve. Maar toch. Een STUDENT. Weer flashbacks. Naar mijn bevalling, waar ook zo’n hele, hele, hele lieve artsassistent me uren onnodig in barensnood heeft laten liggen omdat ik al 7 cm ontsluiting had die ik toch niet bleek te hebben, met een stuitkindje in de baarmoeder die er toch wel dringend uit moest. En naar nog zo’n hele, hele, hele lieve artsassistent die me in die barensnood wel 6 keer verkeerd prikte en daarna bij de keizersnee gewoon vergat een stuk placenta weg te halen waardoor ik een jaar met complicaties heb gelopen. En zes operaties moest ondergaan. En dat ik halfdood bloedde omdat zo’n andere hele, hele, hele lieve artsassistent vond dat ik normaal bloedverlies had na ‘zo’n operatie’ en een paracetamolletje wel goed vond.

 

Gód-zíj-dánk voelde deze hele lieve artsassistent er niet zoveel voor om zelf voor doktertje te spelen en riep ze er een echte bij. Middenoorontsteking. En gód-zíj-dánk gewoon een receptje voor antibiotica. Eind goed al goed. Of althans, over een paar dagen dan. Maar ik heb er weer een lesje bijgeleerd. Zomaar koorts bestaat niet. En daar hoef je alleen maar logisch voor te kunnen nadenken. Altijd ernstig hoeft het zeker niet te zijn. Maar daar wil ik dan toch echt het oordeel van een èchte dokter over. Van mij hoeft dat abonnement op de zorg dus gewoon niet. Ik maak wel een eigen spaarpotje, kies mijn eigen dokter en ga wanneer ik wil. Doe ik in de jungle van Sierra Leone immers ook. Oh nee. Wacht. We zijn hier in het goed ontwikkelde Nederland. Waar dat soort dingen dus gewoon niet kunnen. Hm. Dus. Waar is nu de echte jungle?

 

‘Nederland Paracetamol land’ is overigens legendarisch in de rest van de wereld. Ook héél populair bij expats. Tik maar eens in op Google.

Weg met Sinterklaas!

 

 

Virginia zet toch haar schoenMijn dochter van 2 is gek op “filmpje kijken”. Dat is handig voor mij, want al vanaf anderhalf jaar oud weet ze hoe de televisie werkt, klimt ze als ze wakker is uit bed om het ding aan te zetten en kan ik nog een uurtje blijven liggen. Pedagogisch volslagen onverantwoord natuurlijk, maar dat is een moeder met een ochtendhumeur ook. En daarbij heeft het een niet te evenaren gunstige invloed op haar woordenschat. Vergeet die berichten dat kinderen geen taal kunnen leren van de televisie. Nog voordat ze twee jaar oud was antwoordde mijn dochter met ‘onmogelijk’ als ik vroeg of ze wilde eten, en had ze al van Mowgli geleerd wat een moeilijk concept als ‘iemand missen’ is.

 

Gek genoeg zitten in die kinderfilmpjes ook altijd rare dingen als neerstortende vliegtuigen, monsters en spoken, waardoor ik haar ook al heel vroeg het uiterst ingewikkelde ‘echt’ en ‘niet echt’ heb moeten leren. En dat begrijpt ze prima trouwens. Zoals ze ook begrijpt wat een leugen is en een sprookje. Ze heeft dan ook nog nooit een nachtmerrie gehad. Haar wereld is reuze overzichtelijk zo. En toen kwam Sinterklaas. Man. Wat een ellende. Want oh, die heilige traditie, natuurlijk móesten we daar aan meedoen. Samen met opa zaten we precies op tijd klaar voor de Sinterklaas intocht op de Nederlandse televisie. Omdat oma ons er tig keer aan herinnerd had en tante via What’s App liet weten dat we nú, nú, nú de televisie aan moesten zetten. Iedereen had er zin in dus. Behalve mijn dochter. Die vond er niets aan. Ze was zelfs boos dat ze niet meer naar Ariël mocht kijken. Buiten spelen dan? Ze wilde zelfs liever gaan slapen. Dat hele Sinterklaasgedoe werkte haar behoorlijk op haar zenuwen. Het scheelde maar een haar of ze had er een enorme driftbui door gekregen. Of misschien was het wel omdat we zo vals meezongen dat ze uiteindelijk besloot gewoon weg te lopen en zich te verstoppen achter de tafel.

 

Later, toen we samen boven waren en ze dan eindelijk toch naar Ariël mocht kijken, bleek dat ze toch wel wát van het Sinterklaasgedoe had meegekregen. “Mama, is niet echt mama,” stelde ze me gerust. En een dag later, toen Zwarte Piet bij het Sinterklaasjournaal in beeld kwam, riep ze precies datzelfde. “Is niet echt, mama!” Nee. Ze heeft genoeg tijd in Afrika doorgebracht om te weten dat zwarte mensen er niet zo uit zien. En dus stond ik voor een dilemma. Want naast een eigen willetje, heeft ze ook het geheugen van een tank. Er ontgaat haar niets. Ze weet zelfs nog dingen van vlak na haar geboorte. Het is gewoon griezelig. Misschien heb ik mazzel, maar voorlopig moet ik er dus vanuit gaan dat ik nooit meer kan tegenspreken wat ik haar nú vertel.

 

In dit soort ‘wat is wijsheid’ situaties laat ik mijn impulsitiviteit het liefst de bovenhand voeren, en dus vertelde ik haar dat Zwarte Pieten ‘gemake-upte mannen’ zijn. Dat vond ze prachtig, want make-uppen vindt ze zelf ook fantastisch. Zwarte Piet was dus goed. Helemaal naar haar hart. Zwarte Piet mocht blijven. Maar wat moest ze nu aan met die rare Sinterklaas? Want: “Mama, Sinterklaas is man. Eng. En bóóóós!” Zie daar maar iets tegenin te brengen. Gelukkig gelooft ze me nog op mijn woord. Binnen een paar minuten was Sinterklaas dus helemáál niet boos, oh nee. Gewoon een hele ouwe, luie man die Zwarte Pieten de daken op stuurt in de gure kou zodat hij zelf lekker marsepeinen worteltjes kan gaan zitten eten. Dat laatste haalde ze overigens uit een Sinterklaasboekje, wat we – pedagogisch heel verantwoord – iedere avond voor het slapen gaan samen lezen. Sinterklaas is bij ons in huis met een beetje pech dus voorgoed versjteerd. Of hoewel. Is het pech?

 

Don’t lie–Black Eyed Peas

Als klein meisje had ik zelf namelijk een gruwelijke hekel aan Sinterklaas. Maar vooral aan Zwarte Pieten. Ik was er doodsbang voor. En toen ik op één der Pakjesavonden eens een pak zout cadeau kreeg, had ik het wel helemaal gehad met Sinterklaas. Hevig verontwaardigd was ik.

 

 

 

Want net als mijn dochter had ik een eigen willetje en had ik aan temperament ook niet te weinig, maar ik was ook gewoon een lief kind die een pak zout zeker niet had verdiend. Toch was het mysterie rond Sinterklaas ook spannend. Vooral die pakjes die je ‘s ochtends in je schoen kreeg. Maar daar vroeg ik me als kind ook een hoop bij af.

 

Niet alleen hoe het kon dat die enge Zwarte Pieten zomaar ons huis binnen konden komen ‘s nachts, maar hoe zat het dan met andere enge mannen? En waarom was het eigenlijk dat juist nèt als Sinterklaas bij ons op de deur bonkte op Pakjesavond, dat wij niet in de buurt van de deur mochten komen? Dat vond ik behoorlijk unfair van mijn ouders. Had je een keer de kans om Sinterklaas exclusief van dichtbij te bekijken, moest je er mijlenver uit de buurt blijven. Dus toch een enge man. Of klopte er gewoon iets niet? En hoe zat het met die sportschoenen die Sinterklaas altijd droeg? Mijn opa zou dat soort schoenen nooit dragen. Heel vreemd. En waarom kreeg ik altijd minder pepernoten dan de rest van mijn klasgenootjes? En wat helemaal oneerlijk was: bij sommige kinderen kwam Sinterklaas gewoon thuis. Met een hele schare aan Zwarte Pieten. Wat waren die kinderen bijzonder, dat Sinterklaas hen uitverkoren had. Wat deden wij toch zo verkeerd? En dan die uren en uren die mijn zus en ik in een geparkeerde auto moesten doorbrengen recht voor de deur van de Intertoys. Wat afschuwelijk oneerlijk dat mijn ouders wel dat paradijs binnen mochten en wij niet. En waarom leek Sinterklaas heel vaak gewoon niet op Sinterklaas?

 

Op mijn zesde ging ik vlak voor de Sinterklaasintocht bij mijn állerbeste vriendje, Roland, eten. Ik had reuze respect voor hem en besloot daarom hem mijn prangende Sinterklaas vragen voor te leggen. Hij verslikte zich van het lachen bijna in zijn boterham. “Geloof je nog in Sinterklaas?” vroeg hij treiterend. Ik haalde bevestigend mijn schouders op. Hi-la-risch vond hij het. En toen kwam de grootste ontnuchtering van mijn jonge leven. Nog steeds lachend zei hij: “Dan geloof je zeker ook nog in God.” Deng. Dat was eruit. Dat geloof ook trouwens. Voorgoed. Mijn moeders pogingen om zowel Sinterklaas als God in ere te houden waren traumatiserend. Vooral toen ik haar mijn zus, die iets ouder is, hoorde vertellen dat Sinterklaas inderdaad niet bestaat. Deng. Weg geloof. In mijn moeder. Want godvergeten, waarom mocht zij wel liegen en ik niet? Wie zat er dan achter dat pak zout? En waarom zou ik dan überhaupt nog geloven wat volwassenen me vertelden? Heksen en monsters bestonden verdomme wèl, ik had het altijd wel geweten!

 

Maar misschien kwam de grootste onzekerheid wel toen ik allang niet meer in Sinterklaas geloofde. De tijd van lootjes trekken en surprises maken. Want man, wat moest je doen als je de grootste eikel van de klas ‘getrokken’ had? Een examen gaf me zelfs minder stress. Dat knutselen, het perfecte cadeautje verzinnen en dan de teleurstelling als ik zelf een hele lelijke surprise kreeg. Of de schaamte als de surprise die ik kreeg veel mooier was dan die ik zelf had gemaakt. En dat ik gewoon wéér een pak zout kreeg en niemand me wilde vertellen wie ‘de gulle gever’ was. Dus pech dat mijn dochter misschien voorgoed niet meer in Sinterklaas gelooft? Mwah. Dan hoef ik in ieder geval geen leugens te vertellen. En het scheelt een hoop teleurstellingen. Dan kan ze rond Sinterklaas, net als afgelopen week, zelf mee naar de speelgoedwinkel om haar eigen cadeautjes uit te kiezen. Cadeautjes waarvan ze best mag weten dat ze die van mama (en papa, en oma en opa) krijgt. Want profiteren van de kortingen op speelgoed zúllen we natuurlijk.

 

Maar oh ja, die heilige traditie! Alle tradities worden eens in de zoveel tijd opnieuw uitgevonden. Wij kunnen de traditie best zó aanpassen dat het in onze levens past. En zo zijn we ook van dat ‘racisme – geen racisme’ verhaal af. Bij ons in huis speelt dat sentiment niet. Maar eerlijk gezegd; wat is er nog leuk aan een traditie als je weet dat er mensen zijn die zich er gekrenkt door voelen? Zo staat Sinterklaas synoniem voor leugens, krenking en onzekerheid. Nou! Nee dank u. Weg met Sinterklaas dus. Als het aan mij ligt. Maar wie weet krijgt mijn dochter in de toekomst een allerbest vriendje waar ze reuze respect voor heeft en die haar dan proestend vraagt of ze niet in Sinterklaas gelooft.  

 

Het toppunt van racisme vind ik overigens dat jullie Hollanders zelfs voor de functie van Zwarte Piet nog het liefst een gezonde blanke man aannemen.
Winking smile

Music was my first love…

 

 

Als jong meisje kon ik al volledig gehypnotiseerd raken door muziek. Ik kon echt verdrinken in het gevoel dat muziek bij me teweeg kon brengen. Als ik me rot voelde kon muziek me altijd weer de vrolijkheid in slepen. En bij iedere situatie, bij ieder mens en bij ieder gevoel paste wel een ander deuntje, een ander ritme of een andere songtekst.

 

Ik kon mensen zelfs op basis van hun muzieksmaak binnen een zelfverzonnen hokje kwalificeren. Ikzelf paste in geen enkel hokje. Want telkens als ik nieuwe mensen ontmoette, was ik de kameleon die me volledig verloor in hún wereld. Want dat vond ik interessant. Ik deed wat zij deden, en luisterde naar de muziek waar zij van hielden. Ik probeerde me in te leven in hun gevoel, in hun gedachten en in hun diepste zielswezen, simpelweg door me te laten leiden door het gevoel van de muziek die zij aanbaden.

 

Als ik een trip down memory lane wil maken, struin ik You Tube af om vreselijk te glimlachen bij Right on Track wat me terugvoert naar een paar hevig verliefde avonden die ik als tiener doorbracht in Kroatië met de mysterieuze Boris, die me zo vreselijk nat zoende dat ik er draaierig van in mijn hoofd werd. Mijn eerste relatie bleek inderdaad niet opgewassen tegen ‘all odds’. Ik bleek ook niet Always right there voor ‘wat’ ooit de liefde van mijn leven was. 

 

Als ik een keer ècht wil huilen en even niet wil stoppen, draai ik tearjerkers totdat ik groen en geel zie. Tien tegen één dat die tranen wel loskomen. Als ik er dan weer zat van heb, switch ik radicaal naar ‘up tempo’. Weg met onbestemde gevoelens. Weg met verdriet. Ik omarm de vrolijkheid. Heel vroeger deed ik dat met El Debarge. Dance to the beat and the rythm of the night. Tegenwoordig leef ik op van Beyonce’s Single Ladies. Maar dat zou je ergens ook als een vorm van protestgeluk kunnen zien. Het geeft me in ieder geval altijd weer die instant boost die ik nodig heb om me gewoon weer lekker te voelen. Ineens zit ik weer in een andere wereld. En het werkt ècht. Niets kan me dan weer terugtrekken naar de hel en verdoemenis. Die bestaat gewoon niet meer. In muziek vind ik altijd positieve perspectieven te over. Niets onverwerkt verdriet. Dat heb ik er immers al uitgegooid bij Eric Clapton. Lonely stranger, ofzo. Of Percy Slegde’s Many rivers to cross. En tegenwoordig reflecteer ik steeds vaker met Jah Cure, volume op max. Daar krijg ik kippenvel van. Over mijn hele lichaam.

 

Muziek loopt als een positieve rode draad door mijn leven. Ik hang nooit langer dan een avondje in de tearjerkers rond. Ik vertoef liever in ritmes die mijn hart sneller laten kloppen. Maar toegegeven, het is me ook meer dan eens gebeurd dat ik me door muziek willens en wetens de wol over mijn eigen ogen heb getrokken. In de liefde met name. Want zelfs de meest rottige relatie kan prachtig mooi worden met de juiste achtergrondmuziek. Ook al zaten vriendje x en ik allebei op een andere bank en was er ook emotioneel een idioot grote afstand tussen ons, dan verzon ik de romantiek er wel bij met een melodramatische uithaal à la Carey. Bijvoorbeeld. En zo was ik dan weer een paar jaar verliefd. Om er uiteindelijk achter te komen dat het de muziek was waar ik van hield. Natuurlijk heb ik ook wel echt van de mannen in mijn leven gehouden. Maar nooit zoveel als van Usher. Of Tyrese. En zo ben ik ook jarenlang in het geniep verliefd geweest op Ed Kowalczyk en ben ik nog steeds niet over mijn crush op Steven Tyler heen. Music was my first love. Letterlijk. When Doves Cry, om precies te zijn. Als ik het nummer nu beluister, kan ik nog steeds exact diezelfde gevoelens van destijds oproepen. En dat geldt voor de meeste nummers. Bij iedere levensfase en bij iedere relatie horen weer andere gevoelens. Die ik in de meeste gevallen kan laten herleven door de bijbehorende muziek te draaien. Maar soms ook zegt eens zo belangrijke muziek me helemaal niets meer en kan ik met de beste wil van de wereld niet even het verleden in en uit stappen. Gek genoeg weigert mijn geheugen dan ook op andere fronten. Een soort blackhole. Als de muziek in mij dood is, is mijn herinnering dat ook.

 

Hoe menselijk ik ben realiseerde ik me tijdens mijn zwangerschap, toen bleek dat ook mijn dochter erg beïnvloed werd door ritme en melodie. Zo was ze in mijn buik al verliefd op BB DJ. Als ik zijn muziek draaide, ging ze wild tekeer in mijn buik en kreeg ik een bizar vrolijk gevoel over me. En geloof me, ik vind BB DJ helemaal niets. En al helemaal niet omdat hij mijn dochter ongeboren al van me weggekaapt heeft. Gek genoeg herkende ze het ook toen ze pas geboren was. Dat vrolijke gevoel dat ik tijdens mijn zwangerschap door mijn hele lichaam voelde, straalde overduidelijk van haar gezichtje af als Waka Waka aanstond. Samen bouwen we nieuwe herinneringen op Jan Smit (for crying out loud), deden we geen ‘hobbel in de weg’ maar waren we Danfo Drivers en leren we samen over haar cultuur door even flink met de billen te schudden.

 

Gelukkig trouwens dat ze heel erg echt bleek te zijn, mijn dochter, ondanks de dromerigheid waar ik me in bevond op het moment dat ze verwekt werd. Maar dat zette me wel aan het denken. En daarom hield ik de invloed van muziek een tijd lang steeds vaker buiten de deur. Omdat die roze bril mijn emotionele leven al genoeg kleurde. Maar gek genoeg ontstond er in mijn gevoelsleven een groot gapend gat. Ik miste het. Want ik ben nog nooit muziekloos door het leven gegaan. En voor het eerst van mijn leven stond ik er helemaal alleen voor. Dat was wel een keer goed voor me, vond ik, want het zette me met beide benen op de grond. Ik leefde in de realiteit, in het hier en nu. Uitermáte belangrijk. Ja. Misschien wel. Maar ook uitermate saai. Want wat als je alleen bent en je zin hebt om je even uitermate blij te voelen, terwijl er niets vrolijks om je heen te beleven valt? Want laten we wel wezen. Muziek kan inderdaad een schijnwerkelijkheid creëren. Maar ik ben uiteindelijk wel degene die bepaalt welke schijnwerkelijkheid dat is. En daarom laat ik sinds een paar dagen de muziek mijn leven weer in stromen. En uiteraard voel ik me een stuk beter. Music was my first love. And it will be my last. En als u denkt dat ik een labiele draaideur ben die de wereld alleen maar overleeft omdat ze denkt dat ze met Usher getrouwd is, dan heb ik vervelend nieuws voor u. Want ook úw waarneming wordt door muziek bepaald. Zo. Heeft u ook iets om over na te denken.

Without You

 

 

Page 1 of 1312345...10...Last »
Gin is antropoloog en schrijfster van de boeken De Wil Om Te Doden, Moordjongens en Ana.


Onderwerpen

Mijn archief

Oudere archieven

Nieuwe blogs per email